Redactie Trends

‘Moeten we ook hier alle gas uit de ondergrond halen, en aardbevingen als normaal gaan beschouwen?’

‘Het blijft een knoert van een paradox: nog nooit eerder weten zo precies hoe slecht de aarde er aan toe is, en nooit hebben we zoveel milieudestructie veroorzaakt’, schrijven Dirk Holemans en Michel Bauwens.

‘Moeten we ook hier alle gas uit de ondergrond halen, en aardbevingen dus als normaal gaan beschouwen?’

Het blijft een knoert van een paradox: nog nooit eerder weten zo precies hoe slecht de aarde er aan toe is, en nooit hebben we zoveel milieudestructie veroorzaakt. Ook trouwens in West-Europa, als we de vervuilende productie die we aan China overlieten, in rekening brengen.

Wat we bedoelen met de ‘grenzen van de planeet’ werkten wetenschappers ondertussen nauwkeurig uit in het rapport ‘Planetary Boundaries‘ dat begin dit jaar een update kreeg. Ondertussen blijven deze rapporten ongebruikt als het er echt om gaat. Zo slaken de Europese regeringsleiders een zucht van verluchting nu er in maart bijvoorbeeld tien procent meer auto’s zijn verkocht dan vorig jaar. Hoe deze extra auto’s bijdragen tot een doortastend klimaatbeleid, die vraag is taboe.

‘Het is de schizofrenie van bijeenkomsten van wereldleiders, de ene maand gaan ze op zoek naar meer economische productie, de volgende maand is het klimaattop van de laatste kans’

Het is ook de schizofrenie van de bijeenkomsten van wereldleiders: de ene maand zitten ze in Davos op zoek naar meer economische productie en pleiten ze voor vrijhandelsverdragen die het intercontinentale transport de hoogte zal in jagen, en binnen precies een half jaar zullen ze in Parijs samenkomen voor de klimaattop van de laatste kans.

Deze gespleten situatie is de kracht en de zwakte van de afstandelijke blik die zich ontwikkelde in het moderne Westen. We onttoverden onze wereld zodat de aarde een te bestuderen object werd. Deze wetenschappelijke manier van observatie werd later de dominante kijk op de werkelijkheid. Ze maakte ruimte voor een streven naar een zo groot mogelijke controle van en ingrijpen in de natuur.

Eindeloos pragmatisme

Al in de utopie Het Nieuwe Atlantis van Francis Bacon (1624) vinden we de hedendaagse wereld accuraat omschreven in het streven tot: ‘het tot stand brengen van alle mogelijke dingen’. Bacon en zijn tijdgenoten gaven gestalte aan een culturele droom, in de daaropvolgende eeuwen realiseerde de westerse mens deze beheersmentaliteit. Het is een denken waarop onze huidige samenleving, na veertig jaar milieubewustzijn, nog altijd op berust. Zo ontwikkelden we in ons eindeloos pragmatisme het instrument van natuurcompensatie. Dat doet ons geloven dat als we bijvoorbeeld een eeuwenoud bos vernietigen, en wat verderop een oud stort inrichten als natuurreservaat, er geen menselijke en natuurwaarden verloren zijn gegaan. Het zegt veel over hoe het economisch efficiëntie-denken ons wereldbeeld heeft vervuild, alsof alles vervangbaar is.

Roofbouw

De opvatting van de aarde als een oneindige voorraad aan grondstoffen vormde de voorbije decennia, of het nu linkse of rechtse politiek was, de basis voor de economische ontwikkeling. Na de val van de Berlijnse Muur realiseert het kapitalisme met verve deze roofbouw. Waarbij het nooit enkel om natuur gaat, maar ook om uitbuitingsrelaties tussen Noord en Zuid, om een concurrentiedenken en het vermarkten van alles waar we denken munt te kunnen uitslaan, tot en met de lucht die we inademen. Het is een inzicht dat Naomi Klein helder uitwerkt in haar recentste boek This Changes Everything. Capitalism versus the Climate waarin ze stelt dat we de klimaatstrijd enkel winnen als we een wereldbeeld uitbouwen waar we de natuur, andere naties en eigen buren niet als concurrenten zien, maar als partners in een groots project waarbij we elkaar wederzijds opnieuw uitvinden.

Klein komt in haar zoektocht naar verzet tegen de vernietiging van leefomgevingen uit bij inheemse volkeren in bijvoorbeeld Noord Canada. Zij zien zo’n economische ruil – als we jullie leefomgeving mogen vernietiging voor oliewinning krijgen jullie dollars in return- niet zitten. Niet toevallig is deze ‘Keep the Oil in the Soil’ ondertussen de leidraad geworden van een nieuwe klimaatbeweging die vorig jaar de grootste milieubetoging ooit in de Verenigde Staten op het getouw zette. Het is ook de inspiratie voor de desinvest beweging, waar studenten met succes actie voeren zodat hun universiteitsbesturen alle investeringen in olie- en gasmaatschappijen terug trekken. Klein formuleert helder waar we voor staan: “De Westerse cultuur van na de Verlichting biedt ons geen routekaart naar een manier van leven die niet gebaseerd is op een extractivistische, niet-wederkerige relatie met de natuur“. Klein verwijst hierbij ook expliciet naar het wereldbeeld van deze gemeenschappen, die zich nog verbonden voelen met de aarde. Voor hen is de aarde geen ‘natuurlijke hulpbron’, maar de bron zelf van alle leven.

Onderzoek naar onze verhouding met de natuur

Klein gaat in haar analyse voorbij aan het debat dat we in het Westen al veertig jaar voeren over onze verhouding met de natuur. Zo lanceerde Richard Routley in 1973 op een Filosofiecongres in Sofia de nieuwe vraag: ‘hebben we nood aan een nieuwe, een milieu-ethiek?‘. Het was de start van een kwart eeuw zelfkritisch onderzoek naar de wortels van de westerse verhouding met de natuur. Het leidde tot tastbare resultaten op vlak van bijvoorbeeld dierenwelzijn.

In verschillende universiteiten in Vlaanderen storten filosofen zich op deze nieuwe uitdaging. In Gent liet het debat tussen Etienne Vermeersch en Jaap Kruithof de verschillende posities zien. Bleef Vermeersch bij het standpunt dat de mens het enig waarderend wezen is, en dat dit de basis kan zijn voor een doortastende milieu-ethiek, dan verkende Kruithof nieuw terrein door te benadrukken dat we onderdeel uitmaken van een groter geheel dat ons overstijgt en daarom het nodige respect afdwingt.

Met de opkomst van het pragmatisme in de samenleving vanaf de jaren 1990 verdween ook dit waardendebat uit onze samenleving. Voor dit pragmatisme betalen we nu een grote prijs.

Ingenieuze marktmechanismen als verhandelbare emissierechten, die het systeem niet radicaal bevragen, leiden niet tot een doortastend klimaatakkoord

Ingenieuze marktmechanismen als verhandelbare emissierechten, die het systeem niet radicaal bevragen, leiden niet tot een doortastend klimaatakkoord.

Het is tijd dat we dit waardendebat terug vanonder het stof halen en in dialoog gaan over wat onze culturele droom voor de toekomst is. Als de wetenschap ons leert wat we in feite al lang weten – dat we niet alleen op deze aarde zijn, het beter leven is te midden van een florerende natuur en we zonder een gezonde ecosystemen niet zullen overleven- dan is het zaak open te staan voor andere inspirerende wereldbeelden. Ze kopiëren is zinloos; ze hanteren om een nieuwe routekaart op te stellen, meer dan noodzakelijk. Ze kunnen ons vooral leiden voorbij het Westerse dualisme, waarbij we denken dat de mens buiten de natuur staat, en deze laatste louter de voorraadkamer van onze wereld is.

Wat kunnen we leren van inheemse volkeren in de Andes?

Een boeiende inspiratiebron om te verkennen is het Latijn-Amerikaanse ‘buen vivir’. – het recht op een goed leven en de rechten van de natuur. Deze visie steunt op de strijd van inheemse en andere bewegingen die het idee bekritiseren dat mensen uit de armoede tillen louter betekent dat ze goede consumenten moeten worden. Het gaat om een ander ontwikkelingsparadigma, dat steunt op andere relaties tussen mensen onderling en tussen mens en natuur. Het stelt de vraag wat we kunnen leren van inheemse gemeenschappen in de Andes die zich keren tegen de Westerse cultuur van ongebreidelde groei en kapitalisme. Lokale organisaties verdedigen hun land tegen olie-exploitatie en eisen autonomie in een pluri-nationale staat waarin hun waarden een plek krijgen. Dit toont dat het geen wereldvreemd betoog is, maar heel concreet gaat over het recht om het eigen leven in te richten op basis van een eigen natuur- en wereldbeeld.

Dat dit geen eenvoudige zaak is, toont het verhaal van Alberto Acosta, spreker op Ecopolis. Als toenmalig minister was hij mede verantwoordelijk voor het invoeren van het ‘Goede Leven’ in het overheidsbeleid in Ecuador in 2005. Ondertussen is Buen vivir ook opgenomen in de grondwet van het land. Acosta is bedenker van het Yasuni-project: de olievoorraden onder een groot stuk Amazonewoud in het Yasunipark kunnen in de grond blijven op voorwaarde dat er internationale financiële steun komt. Het project mislukte omdat de internationale gemeenschap het links liet liggen.

‘Is ook in West-Europa een alternatief ontwikkelingsmodel mogelijk dat ons bevrijdt van onze verslaving aan fossiele brandstoffen?’

Ondertussen is ook bij onze Noorderburen het debat losgebarsten over hun fossiele brandstoffen. Moeten ze alle gas uit de ondergrond halen, en aardbevingen als normaal onderdeel van het leven accepteren, of is ook in West-Europa een alternatief ontwikkelingsmodel mogelijk dat ons bevrijdt van onze verslaving aan fossiele brandstoffen? Het is de uitdaging die zich over heel de wereld zal ontspinnen als de klimaatconferentie in Parijs een echte beslissing zal nemen: tachtig procent van alle gekende olie- en gasvoorraden in de grond laten. We zullen daar enkel in slagen als we andere culturele dromen, andere mens-natuurrelaties ontwikkelen die het goed gedijen als mens, invullen los van materiële overvloed. En dat is de kern van de uitdaging van Ecopolis: de polis als stad en beschaving die we als mensen uitbouwen en de oikos (eco) als natuurlijke omgeving waarin we deze wereld bouwen. Deze twee begrippen samen denken en ernaar handelen, is de opdracht van de 21ste eeuw.

Ecopolis vindt plaats zondag 26 april in het Brusselse Kaaitheater – alle info op www.ecopolis.be

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content