Vlaamse start-ups schakelen over op toepassingen voor defensie

Filip Verhaeghe (Sol.On). Defensiestart-ups leveren vooral onderdelen aan de grote internationale spelers. © ID/ Christophe De Muynck

Er vloeit vandaag groot geld naar defensie in Europa, en dat trekt ook start-ups aan. Sol.one, ASAsense en Sveric zijn jonge Vlaamse bedrijven die de transitie van civiele naar militaire toepassingen maken.

Zowat elke week schudt minister van Defensie Theo Francken (N-VA) wel ergens de hand van een Belgische ondernemer. Samen met de werkgeversorganisatie Voka reist hij het land rond met een roadshow om de Belgische industrie warm te maken voor de defensiemarkt. De budgetten in België en Europa verhogen radicaal, en bedrijven willen daar een graantje van meepikken, ook start-ups.

Heel wat start-ups gooien hun strategie om, een pivot zoals dat in het start-upjargon heet. Bedrijven lanceren een nieuw product of verkennen met hun product bedoeld voor civiele toepassingen de defensiemarkt. Voor Nicolas Bas, head of strategy & public affairs van BSDI, de bedrijvengroep die bij de sectorfederatie Agoria werkt rond defensie, is die trend zeer duidelijk zichtbaar: “Te veel bedrijven om op te noemen maken de transitie. Er waren natuurlijk start-ups die zich voordien al richtten op veiligheidstoepassingen, maar heel wat bedrijven heroriënteren zich nu naar dubbel gebruik en pure defensie.”

Sol.One

Een van die start-ups is Sol.One in Brugge. Tot voor kort produceerde het vooral elektronische onderdelen en software voor drones of vliegtuigen. Onlangs maakte het bedrijf een omslag door twee militaire drones op de markt te brengen. “Toen de Russische oppositieleider Navalny in de gevangenis overleed, realiseerden we ons dat de Russische president Poetin niet geneigd was om compromissen te sluiten”, vertelt Filip Verhaeghe, de CEO en oprichter van Sol.One. “We zagen dat er nood was aan Europese drones. Tegelijk houden we in het achterhoofd dat de oorlog in Oekraïne morgen gedaan kan zijn. Onze drones hebben ook civiele toepassingen.”

‘Er is in België altijd een reden te verzinnen om niet te investeren in defensiebedrijven’

Een van die twee modellen is een grote drone, de Saboteur, die raketten van Thales uit België kan meevoeren en 500 kilometer ver kan vliegen. Daarmee kan hij andere drones uit de lucht schieten. De Saboteur kan ook kleinere drones vervoeren en lanceren. Daarnaast ontwikkelt Sol.One een drone aangedreven door een straalmotor, bedoeld om andere drones neer te halen. Enkele daarvan worden momenteel in Oekraïne getest.

Opschalen

De Saboteur werd al door de Belgische defensie onderzocht. Voorlopig liepen er nog geen orders binnen. “We spreken met één civiele klant”, vertelt Verhaeghe. “Aan de militaire kant praten we met de Europese defensiedepartementen, maar evengoed met Oekraïense klanten, zoals de steden die deels instaan voor hun luchtverdediging.”

Die transitie naar een nieuw product was volgens Verhaeghe niet enorm uitdagend. “De elektronica die we voordien maakten, is het meest kritische onderdeel van een drone”, vertelt de CEO. “We komen dus van de goede kant. De grootste sprong die we nu moeten maken, is de opschaling van de productie. We gaan van het maken van elektronica naar de opbouw van een hele aanvoerketen.”

Naar de beurs

Vandaag heeft het bedrijf elf werknemers, die deels op de oude business werken en deels op de ontwikkeling van de drones. Sol.One heeft grote groeiplannen. Binnen een jaar moeten er 70 mensen in dienst zijn. In 2026 moeten er duizenden drones van de band rollen.

Een tekort aan kapitaal maakt die groei moeilijker. Dat wordt nog eens aangewakkerd doordat Sol.One eind 2022 failliet ging, na problemen met een Duitse investeerder. Filip Verhaeghe kon daarna de technologie overkopen, en met een kernteam voortgaan. Er zou volgens de ondernemer dit jaar kapitaal opgehaald zijn.

In 2026 wil Filip Verhaeghe naar de Parijse beurs trekken: “De kapitaalmarkt in België voor defensie is ultrazwak. Collega’s in het buitenland moeten niet naar de beurs, want ze hebben lokaal durfkapitaal. In andere Europese landen, zoals Duitsland en zelfs Portugal, kun je heel grote bedragen ophalen voor militaire drones. In België is dat nog ondenkbaar. Er is hier altijd een reden te verzinnen om niet te investeren in defensiebedrijven.”

Lees ook de verhalen ASAsense en Sveric, spin-offs van respectievelijk de UGent en de UAntwerpen, in Trends Magazine van donderdag 15 januari.

Competitief nadeel

Nicolas Bas van Agoria ziet een consolidatiebeweging aankomen in België: “In ons land is geen plaats voor bijvoorbeeld zes bedrijven die elk een drone ontwikkelen. Er moet meer samenwerking komen tussen bedrijven om totaaloplossingen te leveren. Momenteel zijn de systeembouwers vooral in het buitenland gevestigd. Dat zorgt voor een competitief nadeel op de Europese en internationale defensiemarkten.”

De beloofde grote budgetten moeten ook nog realiteit worden. “De programma’s moeten worden omgezet in budgetten die naar de markt vloeien”, besluit Bas. “Het Europese niveau is tergend traag. Aan plannen geen gebrek, maar de uitvoering duurt lang. We hebben geen tijd. Daarom moet het nationale niveau inspringen.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise