In Oostende barst Exail Robotics Belgium stilaan uit zijn voegen. Het bedrijf werd opgericht om de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Belgische en Nederlandse marines van waterdrones te voorzien. Nu exporteert het die over de hele wereld. Het is een voorbeeld van de ontluikende defensie-industrie in ons land.
In het midden van de drukke fabriekshal stopt Steven Luys even bij een drone. Die is geel, meterslang en lijkt op een torpedo. Bovenop zit een klein, plastic figuurtje van een gespierde haai. “De haai beschermt het sleutelgat”, vertelt Steven Luys. “Als je daaraan zou draaien, slaat de motor van de drone aan. Op de werkvloer hebben ze die beeldjes ge-3D-print opdat domme managers als ik er niet zouden aankomen” (lacht).
Luys is de CEO van Exail Robotics Belgium, dat in Oostende in een razend tempo militaire waterdrones bouwt. Tijdens het interview is het personeel aan de laatste spurt bezig om de drones te leveren die op de BNS Oostende moeten komen, het nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig van de Belgische marine. Dat vaartuig werd op 31 oktober afgeleverd in Zeebrugge.
Exail is een Frans bedrijf, dat ontstond in 2022 door het samenvoegen van ECA Group en iXblue. Het maakt deel uit van het consortium met de eveneens Franse Naval Group dat twaalf nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen maakt voor de Belgische en Nederlandse marines, waar de BNS Oostende het eerste schip van zal zijn. In de fabriek in Oostende worden de drones geassembleerd, met een ingenieurskantoor in Moeskroen, een staaltje industriebeleid van de Belgische Defensie.
‘Dankzij waterdrones moet je geen mensen meer het mijnenveld insturen’
Het systeem van Naval Group en Exail werkt als een soort Russisch popje. Een groot, vanop afstand bestuurd schip levert lange drones met sonar af in een zee met een potentieel mijnenveld. Zij detecteren wat zich in het water bevindt. Vervolgens stuurt de grote drone een observatiedrone op verdachte plekken af. Als een mijn gedetecteerd wordt, lanceert die op zijn beurt een neutralisatiedrone, die zichzelf tot ontploffing brengt samen met de mijn.
Dat moet de ontmijning, traditioneel de specialiteit van de Belgische marine, helemaal veranderen. “Mijnen zijn asymmetrisch”, vertelt Luys. “Ze zijn goedkoop en makkelijk te leggen, maar tegelijk duur en moeilijk te verwijderen. Drones moeten die berekening veranderen. Ze zijn goedkoper, sneller en veiliger. Je moet geen mensen meer het mijnenveld insturen.”
Interesse uit het buitenland
In België stelt Exail zo’n 120 mensen tewerk, met vorig jaar een Belgische omzet van 50 miljoen euro, vergeleken met 31 miljoen in 2023. De overkoepelende Exail-groep surft mee op het enthousiasme voor waterdrones. In het derde kwartaal van 2025 haalde het bedrijf een 18 procent hogere omzet dan in dezelfde periode in 2024, eveneens een sterk jaar. Het orderboek bedraagt meer dan een miljard euro.
“Het is een mooie bevalling geweest”, vertelt Luys. “We hebben zes jaar gewerkt aan het ontmijningssysteem voor België en Nederland. Dat het nu tot een eerste levering komt, doet deugd.” Die systemen blijken ook populair in de rest van wereld. Exail kreeg de jongste tijd orders binnen van landen als de Verenigde Arabische Emiraten (dat land krijgt kritiek wegens wapenleveringen voor de oorlog in Soedan, maar deze ontmijningsdrone kan niet als wapen worden gebruikt, nvdr), Singapore en Indonesië.
“Sommige van de drones worden hier in Oostende gemaakt”, vertelt Luys. “Daarnaast is er een groot contract, eveneens in het Midden-Oosten, maar daarvan mag ik de naam niet van verklappen. Voor Indonesië en Singapore zal de productie gedeeltelijk hier plaatsvinden. De Belgische en Nederlandse marines hebben ook extra bestellingen geplaatst die helemaal hier zullen geproduceerd worden.”
Ethische keuze
Exail breidt ook zijn aanbod uit. Een nieuwe drone, de DriX H-9, moet kritische infrastructuur op zee in het oog houden. De eerste orders lopen binnen. De toekomst lijkt verzekerd. “We vallen niet in een gat”, vertelt Luys. “Integendeel zelfs. Onze fabriek is te klein, we staan op het punt om uit te breiden.”
Luys was de eerste werknemer van Exail in België, en zit al sinds 2006 in de ruimte- en defensiesector. De elektronisch ingenieur werkte eerder al voor de defensieactiviteiten van Barco, BMT Aerospace en de Amerikaanse luchtvaartleverancier Esterline. Voor hem heeft werken in de defensiesector een ethisch kantje: “Als je vrede wil, dan moet je sterk genoeg zijn. In Vlaanderen was die mening lang niet populair. We konden profiteren van een vredesdividend. Je kunt echter enkel van zo’n dividend profiteren als je een vijand hebt die meewerkt, en niets doet. Die situatie bestaat niet meer. We moeten weer leren ons te verdedigen. Het is een ethische keuze om mee te werken aan de defensie-industrie, om ons land en onze bondgenoten te beschermen.”
De voorbije jaren maakte Luys de kentering mee. De invasie van Oekraïne en de tweede regering-Trump waren scharniermomenten. “We zien nu dat defensie iets goeds kan zijn. Het kan voor jobs, groei en economische meerwaarde zorgen. Voor het eerst in dertig jaar hebben we een minister van Defensie die daarop inzet. Zijn voorgangers begrepen dat wel, maar nu wordt het expliciet.”

Jongeren
De fabriek van Exail staat er nog maar sinds 2022. Nu moet Luys het bedrijf verder doen groeien: “De productielijn voor de K-Ster, onze neutralisatiedrone, is al gegroeid naar het dubbele van onze initiële plannen. We kunnen huidige bestellingen goed aan, in één shift. Dat is belangrijk, want onze grootste uitdaging is het vinden van technische arbeiders.”
Hij ziet tegelijk een kentering bij generatie Z. Terwijl er bij oudere generaties vaak aarzeling is om te werken in de defensie-industrie, is het voor jongeren een pluspunt. “Er melden zich hier regelmatig jongeren omdat ze willen werken in deze sector”, vertelt Luys. “Ze willen bijdragen aan de verdediging van onze maatschappij.” Ook de samenwerking met het hoger onderwijs groeit. Luys spreekt zich positief uit over de hogeschool Vives die in 2024 startte met een opleiding voor drone applications in Oostende. In het eerste jaar gingen dertig studenten van start, dit jaar zijn het er al tachtig.
“Het onderwijs past zich aan de nieuwe noden van de industrie aan”, vertelt Steven Luys. “Het gaat over drones, veiligheid en defensie. Het is niet meer zo dat het hoger onderwijs niet met defensie wil samenwerken. De tijd van zelfcensuur is voorbij, althans in de richtingen die ertoe doen, zoals vakgebieden en de wetenschappen. Al zijn er nog mensen die het niet begrijpen. Maar dat is meestal in richtingen die niet relevant zijn voor ons. Bij alle universiteiten is er een trend naar samenwerking met de defensie-industrie.”
Vertraging
Dat het contract voor de mijnenbestrijdingsvaartuigen naar een Frans consortium ging, waarvan Exail deel uitmaakt, zorgde al voor controverse. Zeker de Nederlandse industrie reageerde aanvankelijk met ongenoegen. Dat de schepen meer dan een jaar te laat en over budget werden aangeleverd, geeft nu extra munitie aan de critici.
“De verliezende consortia klaagden aanvankelijk, maar dat is normaal”, vertelt Steven Luys. “Daarna heb ik hen niet meer gehoord. Wij hebben het contract binnengehaald op basis van objectieve criteria, die de Belgische aankoopdienst duidelijk had gecommuniceerd. Ons consortium haalde daarin de beste score. Het resultaat is ook nooit gecontesteerd, er kwamen geen rechtszaken van. Niemand verliest graag, maar ik heb sinds 2019 niks meer gehoord.”
Dat het project te laat opgeleverd wordt, staat echter als een paal boven water. “De redenen voor de vertraging zijn veelzijdig”, vertelt Luys. “Wat we doen, is erg complex. We sturen drones met andere drones een mijnenveld in. Mijn opinie is dat de complexiteit van die operatie geleid heeft tot de vertraging. Daarnaast heeft covid niet geholpen. De invasie van Oekraïne zorgde voor een verhoging van de materiaalprijzen. Dat alles kwam samen. Het is niet enkel aan de productie, maar ook aan de ontwikkeling te wijten. Dat zagen we overal, van de bouw van de schepen tot het maken van de drones.”
Snelle innovatiecycli
Voor Luys is de creatie van Exail in België een model om te volgen. Grote defensiebedrijven zitten vaak in de grote landen van Europa. De kleinere landen moeten echter ook hun deel van de koek opeisen. “Europa moet de verschillende legers verzamelen rond aankopen en ontwikkelingen”, vertelt Luys. “De versnippering moeten we tegengaan. Ook moet Europa ervoor zorgen dat die samengevoegde aankopen iedereen ten goede komen. De grootste systeemintegratoren zitten geconcentreerd in grote landen als Frankrijk, Engeland, Italië en Duitsland. Kleinere landen moeten de kans krijgen om subsystemen te leveren. De vele leveranciers in België moeten betrokken worden bij de hausse rond defensie.”
Ondertussen zien we hoe waterdrones een snelle evolutie meemaken in Oekraïne. Waar de traditionele defensiesector gewend is aan ontwikkelingstijden van jaren, verschijnen daar elke paar weken nieuwe systemen. Kan de Europese defensie-industrie dat razende innovatietempo bijhouden? “We moeten ons aanpassen”, erkent Steven Luys. “Het is moeilijk, maar moeilijk kan ook. We moeten mee. Als de industrie niet meegaat met die snelle cycli, dan worden we irrelevant.”
‘Je kunt alleen van een vredesdividend profiteren als je een vijand hebt die meewerkt, en niets doet’
Wateren vol mijnen
Toch zit Exail nog altijd in het raamwerk van de traditionele defensie-industrie. De leveringstijden duren jaren. “Het Belgisch-Nederlandse contract werd afgesloten in 2019, terwijl het eerste systeem dit jaar geleverd wordt”, vertelt Steven Luys. “Het duurde dus zes jaar, en het was erg hard werken. Nu de initiële investering gedaan is, kan het weliswaar sneller lopen. Aan nieuwe klanten leveren we in twee jaar.”
Is dat niet nog altijd te lang? “Voor zo’n complex systeem is er zoveel tijd nodig”, reageert Luys. “Iedereen wil het sneller. Maar dat betekent ook een hogere kostprijs. Complexe systemen hebben ook tijd nodig omdat er veel partijen betrokken zijn.”
Wanneer de oorlog in Oekraïne eindigt, verwacht Exail dat er toch nog grote nood zal blijven aan ontmijning. “Ik hoop dat het daar zo snel mogelijk stopt”, vertelt Steven Luys. “Dat zal geen invloed hebben op onze business. Zodra de vrede daar hersteld is, moeten de marines gaan ontmijnen. De wateren liggen daar nu vol met mijnen. Als Oekraïne zich wil herstellen in vredestijd, dan moet het die weghalen. Het orderboek zit vol en we hopen nog veel mensen te mogen aanwerven. De groei staat de komende jaren vast.”