Stadsmeubilair

In 1992 veroordeelde het Belgische gerecht Jean-Claude Decaux tot één jaar voorwaardelijk, wegens corruptie. Dit gezegd zijnde, is er ook dat andere feit. Namelijk dat JC Decaux een reclamegenie is. En de grondlegger van het ‘stadsuniform’. In zijn medewerkersbestand zitten grote namen uit de designwereld. Samen werken ze aan projecten waarin functionaliteit en esthetica hand in hand gaan.

TEKST : SERGE VANMAERCKE

Zijn bedrijf maakt producten die in meer dan 1000 steden, verspreid over de hele wereld, duidelijk aanwezig zijn. Dat de mondialisering van de economie ook de verspreiding van de uniformiteit in de hand werkt, daar ligt niemand wakker van. Want geef toe, de hamburger die bij McDonald’s in Sydney met veel plezier veroberd wordt, smaakt op datzelfde moment even lekker in Reikjavik. En hoelang bedekt de 501 al de verheven delen van zowel Pekinezen als Antwerpenaars ? Natuurlijk is het jammer dat die uniformiteit op een bepaald moment ook het lokale karakter van een streek aantast. Maar goed, als een groot ontwerper als Martin Szekely er geen nadeel inziet, waarom zou een gedreven handelaar zich dan zorgen maken ? Bovendien schept alles wat herkenbaar is, vertrouwen. Vreemdelingen voelen zich makkelijker thuis als er referentiepunten zijn. Dus maken we die !

Met het bushokje

maakte JC Decaux zijn eerste grote sprong naar het succes. Zijn bushokjes werden namelijk al gauw een vaste waarde binnen de fraaie familie van de ‘openbare stadsvoorzieningen’. Het ontwerp van deze voorloper was erg sober en gericht op eenvoudig onderhoud. Niet meer dan dat. In 1963 begon JC Decaux met de verspreiding ervan. Een succes, want blijkbaar verlangden velen al heel lang naar “niet meer dan dat”.

Alhoewel… Toch zijn er ook anderen. En het zijn die anderen die nu meer dan wie ook, hun stempel drukken op het stadsbeeld. Met name met reclame-affiches. JC Decaux besluit grote en talentvolle designers en architecten onder de arm te nemen : Philippe Starck, Norman Foster, Antonio Citterio e.a. werken voor Decaux, die in bepaalde kringen ook wel eens Mister Proper genoemd wordt. Een bijnaam waarmee deze captain of industry zich gevleid voelt. Logisch, zo blijkt uit een bezoek aan de zetel van JC Decaux in Plaisir, nabij Parijs. Alles is en staat keurig op orde, zoals het hoort. Althans, zoals het volgens JC hoort. Sportschoenen of jeans : dat is wanorde. En dus volledig uit den boze voor personeelsleden. Nergens een peukje te bespeuren. Het gazon ziet er zo verdacht netjes uit, dat het met een fijne kam lijkt bijgewerkt. Deze man streeft naar orde en netheid, maar nodigt alle bezoekers evenzeer van harte uit aan zijn mooi gedekte tafel. Kwaliteit proeven is een genoegen. Gebruiksvriendelijkheid ook. Met deze filosofie heeft hij het grote publiek verleid. En hij is erin geslaagd een groot aantal kaderleden met een beslissende functie te overtuigen van deze filosofie. Natuurlijk is dit nog niet voldoende om David in Goliath te veranderen.

Het is in 1937

dat de kleine JC Decaux het eerste daglicht ziet. Hij is de oudste van drie jongens, zijn ouders verkopen schoenen in Beauvais (Oise). Maar de appel valt nooit ver van de boom : grootvader van moeders kant werkte in zekere zin net als zijn kleinzoon later al voor de openbare stadsvoorzieningen. In Rijsel stak hij elke avond de lantaarns aan. Zoonlief vertoonde al erg vroeg de trekken van een handelaar. Toen hij 16 was en zijn ouders met vakantie gingen, zorgde hij voor de winkel. En voor meer, want tijdens die vakantie investeerde hij 2 miljoen oude franken aan de verspreiding van reclame-affiches in Beauvais. Vader is er bij zijn thuiskomst niet blij mee en roept Jean-Claude op het matje. Ondanks het feit dat de verkoopcijfers met de affichage in de hoogte gingen. Maar vaders zouden geen vaders zijn, als ze terzelfder tijd toch ook niet zouden toegeven aan de talenten van hun kroost. Zo geschiedde ook bij de familie Decaux. Als Jean-Claude 18 wordt, geeft z’n vader hem een financieel duwtje in de rug. Zoonlief trekt naar Parijs en enkele jaren later, in 1962, sticht hij zijn eerste bedrijf. Het bedrijf heeft als doelstelling : “Het plaatsen van reuzengrote reclamepanelen op drukke verkeersassen”. Een jaar later lanceert de jonge bedrijfsleider zijn eerste bushokje in metaal en glas. Een groots idee met een grootse toekomst.

Wat niet wegneemt dat Jean-Claude ook met pech moest afrekenen. In 1964 legt de Franse overheid namelijk een verbod op voor reclame op verkeersassen. Maar datzelfde jaar biedt Louis Pradel burgemeester van Lyon Jean-Claude zijn allereerste grote kans : JC Decaux krijgt een concessie van 15 jaar, mag zijn bushokjes in de stad plaatsen, moet ze gratis onderhouden én krijgt de toelating om aan beide zijden reclame-affiches te hangen. Decaux is dan 27 jaar.

Drie jaar later, in 1967, gaat zijn eerste, buitenlandse filiaal in België open. Vanaf dan gaat de bal vliegensvlug aan het rollen.

In 1972 tekent hij een overeenkomst voor de duur van 15 jaar met het stadsbestuur van Parijs. In 1987 wordt deze concessie alweer met 15 jaar verlengd. In 1980 verzorgt JC Decaux de signalisatie van de Olympische spelen in Moskou. En het kan niet op, want sinds de jaren ’90 stijgt de omzet bij Decaux jaarlijks met gemiddeld 30 %. Decaux heeft een plaats in meer dan 600 Franse en 400 buitenlandse steden in 14 landen, waaronder België. Tienduizenden bushokjes staan op zijn naam, evenveel stadsplannen en openbare toiletten. Want ook dat zijn producten van openbare stadsvoorziening. Binnenkort San Francisco was the Big Apple voor kunnen ook de New Yorkers kennismaken met het concept van JC Decaux.

Naar verluidt

werkt hij graag. En zo hebben we in de wandelgangen vernomen de wereld van de bijen intrigeert hem ten zeerste. Niet verwonderlijk : die kleine, nijvere beesten zitten immers nooit stil. Soms zijn ze storend, zorgt hun gezoem voor ergernis, een beetje angst ook. JC Decaux heeft ‘last’ van dezelfde symptomen. Zelfs mensen die heel nauw met hem samenwerken, hoor je wel eens klagen. Neem nu Jean-Michel Wilmotte, bekend Frans architect afgestudeerd aan de Sint-Lucasacademie in Doornik. In België is deze man trouwens ook geen onbekende. Zo was hij o.a. verantwoordelijk voor de aanleg van de parking voor het Justitiepaleis in Brussel, zette hij de herstructurering van de Nieuwstraat op papier, nam hij deel aan een wedstrijd voor de aanleg van een nieuwe Robinson Chalet in het Ter Kameren Bos. In Parijs tekende hij plannen voor appartementen op de Elysées, en hij was ook beste maatjes met Chirac, ex-burgemeester van de Franse hoofdstad. De ‘bekleding’ van de Champs-Elysées was namelijk aan vernieuwing toe. En ja hoor, Wilmotte heeft flink op zijn strepen moeten staan. Want wie stadsvoorziening zegt, zegt meteen ook JC Decaux. En die had, als veteraan in zijn ‘metier’, al een andere grote naam naar voren gebracht : niemand minder dan Philippe Starck…

Nochtans heeft ook Starck het niet altijd makkelijk gehad in zijn relatie met Decaux. Als Starck zegt “dit zit goed” en Decaux zegt “dit zit niet goed”, dan is het Starck die uiteindelijk plooit. Zo klinkt althans het verhaal van de glimlachende Decaux.

Uiteindelijk is Decaux zelf zowel een beetje architect als ontwerper. Wat natuurlijk frustraties oplevert bij de heren architecten. Hoewel Decaux ook een aantal gerenommeerde ontwerpers in huis heeft : Starck, Wilmotte, Szekely (die ook voor lederwarenfabrikant Delvaux en cristallerie Saint-Lambert heeft gewerkt), Norman Foster (de bushokjes in Oostende zijn van zijn hand), Michele de Lucchi, Mario Bellini of Antonio Citterio.

Martin Szekely en Jean-Claude Decaux lijken wel voor elkaar geboren. Deze laatste is, zonder zich om enige sterallures te bekommeren, vader van een hele familie ‘stadsmeubilair’ : van de Morris-zuil, via straatverlichting, tot publieke banken. Szekely, een zacht en talentvol denker, met een ethiek die al even strak is als zijn architectuur, is niet bereid te werken voor de eerste de beste recidivist die zijn pad kruist.

Jean-Claude Decaux, voorzitter van JC Decaux.

Affichezuil, ontworpen door Martin Szekely, voor de stad Rome.

Affichezuil met geïntegreerde geldautomaat : een design van de Franse architect Jean-Michel Wilmotte.

Telefooncabine, design Szekely.

Het bushokje van Norman Foster, een keuze van de stad Oostende.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content