Onderwijs in tijden van covid-19: ‘Wij zijn een technische en beroepsschool en kunnen helemaal niet zo makkelijk overstappen op afstandsonderwijs’

Christine Hannes is directeur van de GO! Spectrumschool in Deurne en Borgerhout. Een school met 1.200 leerlingen in beroepsonderwijs en technische richtingen.

“De situatie op onze school is helemaal niet goed. Vorige week waren dertig collega’s afwezig. Dat is amper werkbaar en maakt het heel moeilijk om deftig les te geven en de school veilig te blijven organiseren. Eigenlijk is het probleem dat we nog altijd werken met gewone lesroosters in ‘code groen’. Omdat nu zoveel collega’s afwezig zijn, vallen er grote gaten in die lesroosters, waardoor er vele uren studie nodig zijn. Je kunt de jongeren ook niet naar huis sturen als ze daarna nog les hebben. Maar drie tot vier uur in de studie zitten, is voor niemand goed.”

“De leerkrachten die vorige week ziek of in quarantaine thuis zaten, komen deze week geleidelijk terug, maar afgelopen weekend kreeg ik ook het bericht van een tiental nieuwe gevallen. Dus we zitten ook deze week in een moeilijke situatie. Volgens de maatregelen van afgelopen vrijdag zou het mogelijk moeten zijn sneller over te gaan naar afstandsonderwijs, maar het is mij nog niet duidelijk hoe het precies zit. Er moet een acuut probleem zijn of je moet een uitbraak op je school hebben. Wij zijn een grote school met weinig vaste klasgroepen. Hoe werkt dat dan concreet? Vorig jaar zaten we in code oranje en toen waren onze mogelijkheden groter.”

“Wij zijn een technische en beroepsschool en kunnen, met meer dan 90 procent van onze leerlingen die voldoen aan de kansarmoede-indicatoren, ook helemaal niet zo makkelijk overstappen op afstandsonderwijs. Zelfs al is er een laptop, er moet ook nog internet, verwarming en een degelijke werkruimte zijn. Bovendien: hoe geef je een vak als ‘centrale verwarming’ van thuis uit? In onze school is een traditionele klassikale les, waar een leerkracht vooraan les staat te geven, sowieso niet zo gebruikelijk. We hebben meerdere niveaus in elke klas waardoor we vanzelf werken met diverse werkvormen en er vaak meer individueel gewerkt wordt.”

“Het handhaven van gescheiden klasgroepen is ook niet vanzelfsprekend voor onze school. Die maatregel is geschreven vanuit het oogpunt van de ASO-scholen of zelfs vooral lager onderwijs. Onze leerlingen zitten vaak in wisselende klasgroepen. Neem het zogenaamde duale leren. Die leerlingen komen twee dagen naar school. Een dag krijgen ze praktijk en dan zitten ze samen met leerlingen van het tweede tot het laatste jaar in dezelfde groep. De andere dag krijgen ze algemene vakken per graad. Je kunt dat niet opsplitsten, tenzij je dubbel zoveel leerkrachten zou hebben. Maar die zijn er niet. Hetzelfde probleem zie je bij de levensbeschouwelijke vakken. Het betekent dat ik die regel over het scheiden van klasgroepen naast me neer moet leggen en moet rekenen op andere preventieve maatregelen zoals een groter lokaal mét alle ramen open, tenzij ik die jongeren een deel van hun algemene vorming of praktijk ontzeg.”

“Ik pleit zeker niet voor een tijdelijke sluiting van de school. Maar ik had graag meer duidelijkheid gekregen over wat er mag. Want nu is het toch een beetje verwarrend en een kwestie van uw plan trekken. In code oranje waren er nooddecreten waardoor je kon afwijken van de onderwijswetgeving. Een middagpauze moet bijvoorbeeld 50 minuten duren, maar vorig jaar konden we onze lesroosters aanpassen, zodat jongeren meer gescheiden van elkaar naar school kwamen. Dan kregen ze bijvoorbeeld 4 tot 6 uur hetzelfde vak en leraars kozen hun eigen middagpauzes. Daardoor konden we iedereen op school ontvangen, maar in andere omstandigheden dan nu. Daar zou ik nu ook naartoe willen, want het zou wel eens kunnen dat we anders de komende maanden voortdurend brandjes moeten blussen. Het is geen leuke boodschap en je moet een aantal vakken wel ‘on hold’ zetten of anders organiseren, maar het geeft de school wel de kans om de lesroosters zo te herschikken dat het de onderwijskwaliteit ten goede komt. Op die manier kunnen we afwezigheden veel beter opvangen, het aantal hoogrisicocontacten beperken én gerichter aan de slag met een alternatief als een leraar afwezig is.”

Partner Content