‘Ik doe niet aan politiek op korte termijn’

Christophe De Caevel redacteur Trends-Tendances

Tijdens zijn derde mandaat aan het roer van de Waalse economie wil Jean-Claude Marcourt het Marshallplan opnieuw richten op specifiek economische doelen.

Misschien had Jean-Claude Marcourt (PS) ervan gedroomd om minister-president te worden, maar hij lijkt meer dan tevreden met de ruime portefeuille die hem werd toevertrouwd: economie, industrie, innovatie en de digitale overgang, een van de stokpaardjes van de liefhebber van technologische gadgets. Daarbij komt bovendien de bevoegdheid voor het hoger onderwijs en de media in de Federatie Brussel-Wallonië. Marcourt gaf zijn eerste grote economische interview van de nieuwe legislatuur.

Wordt het Marshallplan gevrijwaard in het Waalse budgettaire bezuinigingsbeleid?

JEAN-CLAUDE MARCOURT. “Ja, de middelen die naar de concurrentiepolen vloeien, worden behouden. We zijn wel van plan om het Marshallplan opnieuw te focussen op zijn puur economische krachtlijnen. Het plan heeft een uiterst positief imago en was een beetje het slachtoffer van zijn succes. Iedereen wou erbij horen en daardoor verloor het plan een deel van zijn duidelijkheid.”

Welke maatregelen wil u dan uit het Marshallplan verwijderen?

MARCOURT. “Dat zal besproken worden in de regering. Het Marshallplan is niet het hele beleid van Wallonië, zelfs niet het hele economische beleid. De toestand van de begroting dwingt ons om keuzes te maken. De vraag is, bijvoorbeeld, of milieubudgetten, die het verdienen om verdedigd te worden maar op korte termijn geen economische impact hebben, wel moeten opgenomen worden in het Marshallplan.”

De budgetten om de onderzoeksprojecten die door de concurrentiepolen worden geselecteerd te financieren, blijven dus.

MARCOURT. “Ja, de nodige budgetten zullen er zijn. Maar we hebben een evaluatiecultuur ingevoerd. Zelfs beleid dat goed presteert, wordt geëvalueerd en indien nodig verfijnd. Ook voor de concurrentiepolen moeten we, los van het budget, helderheid aan de dag leggen om de organisatie, de transversaliteit en de werkwijze opnieuw te bekijken. Alles moet altijd nog eens van alle kanten bekeken kunnen worden.”

De verantwoordelijken van de concurrentiepolen vrezen dat wordt geschaafd aan de budgetten voor internationalisering en dat de middelen van de overheid toegespitst worden op investeringen in Wallonië. Is dat een te verwachten evolutie?

MARCOURT. “Sommige markten ontwikkelen zich ver van ons. Het is aan ons om te bepalen hoe we de groeivectoren in die landen kunnen aanwenden, hoe we kunnen deelnemen aan hun succes en een fatsoenlijke feedback kunnen krijgen. Dat is een ingewikkelde oefening, maar als we die richting niet uitgaan, dreigen we alles te verliezen omdat de Europese groei zo zwak is. De middelen voor de internationalisering worden dus behouden.”

Geldt dat ook voor de samenwerking van de polen met het Awex (Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements Etrangers)over de sectorale attachés in het buitenland?

MARCOURT. “Ja, ik noem dat de politiek van de ecosystemen. Als een investeerder weet dat hij geschoolde werkkrachten en bekwaamheid in onderzoek kan vinden en een netwerk van ondernemingen waarop hij kan steunen, dan weegt dat door in de investeringsbeslissing. De concurrentiepolen dragen dat allemaal aan en wij willen die aanpak nog intensifiëren. Daarom bestudeert een cel van de Sogepa (overheidsorgaan dat zich bezighoudt met ondernemingen in herstructurering, nvdr) manieren om onze economische ecosystemen op structurele wijze te versterken. Dat wordt een van de krachtlijnen van ons beleid in de komende maanden.”

Het regeerakkoord voorziet in de toevoeging van twee transversale assen aan de zes concurrentiepolen, namelijk de digitale sector en de circulaire economie. Hoe gaat dat in zijn werk?

MARCOURT. “De beschikbaarheid van grondstoffen wordt een almaar dominanter element in de Europese economieën. We moeten daar omzichtiger mee omgaan en inventiever zijn op het gebied van recyclagemogelijkheden. Vandaar het Reverse Metallurgy-project (de recyclage van zeldzame metalen, nvdr) of het project om autoresidu’s om te zetten in brandstof. Bij de circulaire economie zijn alle sectoren betrokken. Recuperatie en recyclage bieden ook mogelijkheden voor de tewerkstelling van laaggeschoolden.”

Wat gaat de Waalse regering doen om de circulaire economie te ontwikkelen?

MARCOURT. “De filosofie van het Marshallplan en ook de sleutel voor zijn succes, is de ontwikkeling van de circulaire economie. We hebben dat in de gewestelijke beleidsverklaring geschreven en we gaan nu samen met de polen en de ondernemingen nadenken over de beste manier om daar vorm aan te geven.

“Wat de nieuwe technologieën betreft, worden we nog maar een minuscuul deel van hun impact op de samenleving en de economie gewaar. Het Gewest moet uiteraard de kans grijpen. Moet daar dan een aparte pool aan gewijd worden? Ik denk het niet. De digitale technologie vormt geen sector als de farmaceutische nijverheid. Ze dringt door in alle geledingen van de economie. Hetzelfde geldt voor de duurzame ontwikkeling.”

Dus kan de Greenwin-pool (groene technologie) geschrapt worden ten voordele van transversale activiteiten.

MARCOURT. “Dat heb ik niet gezegd. Duurzame ontwikkeling moet een transversale bekommernis zijn. De evaluatie waarover ik het had, moet ons doen nadenken over de meerwaarde die wordt gerealiseerd door het al dan niet inschakelen van een pool. Dat geldt zowel voor Greenwin als voor de andere polen. We moeten het oorspronkelijke doel voor ogen houden: dankzij onderzoek technologische doorbraken realiseren, die de Waalse ondernemingen in staat stellen om innoverende producten te ontwikkelen en zo Europese, of misschien zelfs wereldleiders te worden.

“Hoe lang duurt de periode tussen het moment waarop een onderzoeksproject wordt gestart en het ogenblik dat toegevoegde waarde wordt gecreëerd, het best? Wij denken daar met een internationale jury over na, want in een periode van crisis moet men zeker proberen performanter te zijn en een snellere return on investment na te streven. En dat zonder het basisprincipe te verloochenen, dat de ondernemingen de tijd moeten krijgen om baanbrekende producten te ontwikkelen.”

Voorwaarde is ook dat het onderzoekstadium moet worden overstegen. Amper 7 procent van de Marshallprojecten betreft investeringen in productie. Hoe kan dat percentage opgekrikt worden?

MARCOURT. “Politiek, economie en onderzoek zijn niet gesynchroniseerd. Ik doe niet aan economische politiek op korte termijn. Het is de ambitie om de economische fundamenten van Wallonië te veranderen en dat kan niet in 18 maanden. Acht jaar na de start van het Marshallplan is het economische draagvlak onmiskenbaar geëvolueerd. Het grootste deel van de groei van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid werd ingepalmd door de ondernemingen uit de concurrentiepolen. Dat is al een succes. Het moet echter nog beter. Transversaliteit moet de samenwerking tussen de concurrentiepolen bevorderen om meer ruimte te scheppen voor het toeval, een fundamenteel element van innovatie.”

Toeval?

MARCOURT. “Als men iets anders vindt dan waarnaar men op zoek is en die kans grijpt. Post-its zijn een ongewilde ontdekking. Een onderzoeker heeft per ongeluk een lijm ontdekt die loskomt zonder sporen na te laten, en hij heeft daar de relevantie van ingezien. Dat is de toevaltheorie.”

Brussel gaat ook concurrentiepolen opzetten. Komt er een samenwerking met die Brusselse polen?

MARCOURT. “Ik ken de details van het Brussels akkoord niet, maar ik denk wel dat hun polen verschillend zullen zijn van de Waalse. De twee Gewesten vertonen allesbehalve dezelfde parameters. Brussel brengt enorm veel rijkdom voort, maar die wordt niet door de Brusselaars opgevangen, zeker niet als het over jobs gaat. Dat de Brusselse regering kansen wil grijpen, is dan ook een rechtmatig streven. Alles wat we aanvullend kunnen doen, zullen we ook doen, zoals we dat nu al doen.”

U bent nu ook de minister die belast is met de media. Die zijn dus niet langer de verantwoordelijkheid van de minister van Cultuur. Is dat een positieve evolutie?

MARCOURT. “Die herschikking gebeurde om meer samenhang te krijgen. Wat is kranten en de audiovisuele media? Door de digitale overschakeling is iedereen daarnaar op zoek. En ik ben ook belast met de digitale economie en de nieuwe technologieën. Alles hangt goed samen. Bovendien is er ook de convergentie tussen de media: televisie, radio en de geschreven pers. Ze komen samen op de tablet. We gaan naar iets compleet nieuws en de tv-zenders moeten zich al evenveel zorgen maken als de krantenuitgevers. Het is een tegelijk boeiende en erg verontrustende uitdaging voor al wie een economisch model levend moet houden en investeringen moet doen.”

CHRISTOPHE DE CAEVEL

“Het is de ambitie om de economische fundamenten van Wallonië te veranderen en dat kan niet in 18 maanden”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content