Helemaal weg van EVA

Daan Killemaes
Daan Killemaes Hoofdeconoom Trends

Bij Union Minière gedragen de managers zich als aandeelhouders. Die houding lijkt stilaan vruchten af te werpen.

“We verdienen meer geld dan alle Belgische Nieuwe-Economiebedrijven samen,” zucht Marc Grynberg, de jonge vice-president en chief financial officer (CFO) van Union Minière. Nochtans halen beleggers nog steeds hun neus op voor het non-ferroaandeel. Grynberg vindt dat normaal: “Drie goeie semesters op rij volstaan niet om beleggers te overtuigen.”

Met een stoffig imago en een enorm verlies in 1998 kon Union Minière geen nieuwe investeerders verleiden. De bestaande aandeelhouders hadden de jongste jaren trouwens ook niet al te veel reden tot feesten. In de EVA-rangschikking, waarin bedrijven geklasseerd staan volgens hun waardecreatie op de beurs, zwierf Union Minière steeds rond de laatste plaats. Uit de jongste cijfers (zie Trends, 2 november 2000) bleek dat Union Minière eind 1999 netto 9,56 miljard frank minder waard was dan het ingezette kapitaal. In 1999 ging er alweer voor 4 miljard aan aandeelhouderswaarde verloren.

Positief signaal

Toch is er beterschap merkbaar. De marktwaarde van Union Minière steeg in 1999 en het bedrijf klom stilaan hoger op de EVA-ladder. Het laat vermoeden dat Union Minière een omslagbedrijf is dat nieuwe toekomstperspectieven heeft. “We mogen intussen rekenen op de belangstelling van ruim twintig analisten,” wijst Marc Grynberg op een ander positief signaal.

Drie jaar geleden, net nadat Generale Maatschappij een kwart van de Union Minière-aandelen op de markt had gegooid, kon Marc Grynberg de directie overtuigen een EVA-concept in te voeren. Dat concept houdt niet alleen rekening met het bedrijfsresultaat, maar ook met de kapitaalkost van het eigen en het vreemd vermogen om de performantie van een bedrijf te meten, investeringsprojecten te evalueren of de waarde van een overname in te schatten. De weerstand tegen Grynbergs plannen was fel: directeuren vreesden dat de EVA-methodologie te veel investeringen zou blokkeren, wat op lange termijn nefast zou zijn voor het bedrijf. Maar Grynberg hield voet bij stuk: “We stappen nu niet in minder projecten, maar wel in betere. Door de bedrijfsresultaat-cultuur die vroeger bij Union Minière leefde, verloren we de kostprijs van de middelen om dat resultaat te bereiken uit het oog. Die houding vernietigt soms aandeelhouderswaarde.”

Om alle managers met hun neus op die kostprijs te drukken, voerde Union Minière een bonussysteem in op basis van de EVA-prestaties. Een groot deel van het personeel wordt deels vergoed met aandelenopties. Marc Grynberg: “Het belang van de manager is gelijk aan dat van de aandeelhouders. Union Minière draait pas break-even als we alle kapitaalkosten terugverdienen, met inbegrip van de kostprijs van het eigen vermogen.”

De kostprijs van het eigen vermogen is gelijk aan de vergoeding die aandeelhouders eisen op dat geïnvesteerde eigen vermogen. De aandeelhouders vragen daarbij een risicopremie bovenop wat een risicovrije belegging (een staatsobligatie bijvoorbeeld) opbrengt. Die risicopremie schommelt voor Belgische bedrijven rond 4%, voor Union Minière ligt hij rond 5%, omdat de bedrijfswinsten een volatieler karakter hebben. Dat jaagt de risicopremie voor Union Minière naar 12%.

“We creëren dus pas waarde voor onze aandeelhouders als we voor belastingen een ROCE ( return on capital employed) van 12% halen, of 8% na belastingen. We halen die drempel van 12% nu in al onze activiteiten, behalve in koper,” zegt Marc Grynberg.

Koperdivisie verkopen

In de EVA-rangschikking van Stern Stewart die Trends publiceerde, deed Union Minière het niet zo denderend. Maar Marc Grynberg betwist de cijfers: “Onze nettomarktwaarde was eind 1999 niet negatief, maar gelijk aan nul. Het ingezette kapitaal bedroeg 60 miljard frank in plaats van 72 miljard frank. Dat verklaart het verschil. Onze EVA-berekening leverde ook een lager negatief resultaat (min 928 miljoen frank) op. Dit jaar zal onze EVA-score neutraal zijn of licht positief.”

In de divisie zink haalde Union Minière in de eerste helft van 2000 een ROCE van 28%, in edele metalen 14%. In nieuwe materialen haalden ze 12%, maar zonder de zware investeringen in Onderzoek & Ontwikkeling en de druk op de prijzen was de ROCE daar nooit onder de traditionele 20% gedoken, zegt Grynberg. De divisie koper moet in 2002 de drempel van 12% halen. Zelfs in het diepste van de conjunctuurcyclus. Grynberg: “Als dat niet lukt, moeten we de divisie verkopen of sluiten.”

daan killemaes

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content