ELITE EN PELOTON

De triomf van de stilstand

Wie het nog niet wist, weet het nu : ons avondland kleurt rood. Acht van de dertien lidstaten worden bestuurd door een homogeen-linkse regering. In drie andere landen regeren de roden mee. Alleen Duitsland en Spanje houden het bij centrum-rechts. In het Europees parlement vormen de socialisten de sterkste fractie ; de helft van de Europese commissarissen heeft een rode kleur.

Krijgt de “USER” ( Unie van Socialistische Europese Republieken) stilaan vorm ? Vooral de rode verkiezingsoverwinning in Frankrijk stuurt het scenario, dat in “la pensée unique” voor Europa was uitgetekend, grondig in de war.

PRINCIPES.

Laten we even een klein decennium terugkijken. In de jaren tachtig vormde zich onder de verlichte intellectuele en administratieve elites, die zowel de nationale als de Europese en internationale organisaties bevolken, een vage consensus omtrent de volgende principes.

1. De uitdaging vanuit competitieve groei-economieën zoals Nafta, Asean en Zuid-Amerika wordt gepareerd door de creatie van één grote Europese markt, die ons bedrijfsleven zal verplichten zich in competitieve zin te herstructureren.

2. Het normatieve kader, dat deze Europese markt moet omzwachtelen, wordt gefabriceerd op supranationale schaal door een stel knappe en goedbetaalde eurocraten.

3. De voornaamste economische instrumenten die de nationale staten nog toelaten een eigen economische politiek te ontwikkelen, zoals de centrale banken en de Keynesiaanse publieke sector, worden ontmanteld.

4. De logica van het Rijnlandmodel wordt over Europa uitgebreid door het uitstrooien van het manna der structuurfondsen.

ZEKERHEDEN.

In talloze commissievergaderingen en studierapporten van de Europese elites is deze pensée unique een eigen leven gaan leiden. De elite stormde dan ook vooruit, zonder om te kijken of het peloton nog wel volgde.

En dat is dus niet het geval. Het Franse peloton althans wil de elite niet bijbenen. Integendeel, het wil gewoonweg niet meer meekoersen. Het wil terug naar zekerheden, die wellicht nooit bestaan hebben maar in deze tijd van onzekere metamorfose geïdealiseerd worden tot een haalbaar utopia.

De kiezers van Frans links behoren tot het meest behoudsgezinde en minst dynamische deel van de bevolking : de employés van de overbevolkte services publics, de gepensioneerden, de werknemers van de gesubsidieerde en beschermde privé-sector. Zij willen geen competitiviteit, geen globalisering, geen openheid naar andere culturen en andere producten, geen vrije interactie in de Europese of mondiale ruimte. Zij willen hun maandelijks loonbriefje vanwege la République voor eeuwig gewaarborgd zien, liefst met een verhoogd bedrag en voor een verminderde werkduur.

CONTRADICTIE.

Lionel Jospin, die naar eigen zeggen Keynes en Marx combineert, heeft dit goed begrepen. Tegen de economisch orthodoxe Bérégovoy in heeft hij steeds een etatistische relance van de economie bepleit, om via een économie de partage de opbrengst uit te delen aan potentiële linkse kiezers.

Door de nostalgie van het Franse peloton om te zetten in een partijprogramma, heeft Jospin weliswaar een eclatant electoraal succes geboekt. De contradictie met de logica van het Europese bouwwerk, gedragen door de elite van de pensée unique, wordt er echter niet minder om.

Een Keynesiaanse relance-politiek heeft namelijk geen zin in een context van open markten. Het geld dat la République in haar economie pompt, kan immers even snel weer wegvloeien uit het systeem omdat de Franse citoyen (wiens patriottisme meer woord dan daad is) vreemde producten zal kopen. Verhoogde belastingen om de partage te financieren kunnen de Franse bedrijven, die aan een competitieve herstructurering bezig zijn, opnieuw de adem afsnijden.

OPLOSSING.

Wellicht zal Jospin een goedkope truc uithalen door de werklozen, die nu hun tijd in gedwongen ledigheid of zwarte werklust doorbrengen, verplicht te doen werken voor hun uitkering. De Duitse nationaal-socialisten, die eveneens op Keynes’ sympathie konden rekenen, hebben deze truc al eerder gebruikt.

Hiermee haalt men op korte termijn de werkloosheidscijfers naar beneden. Op middellange termijn evenwel zullen de pseudo-tewerkgestelden dezelfde behandeling eisen als hun reeds overtalrijke collega’s, waardoor de druk op het budget zal toenemen.

De oplossing voor Jospins kwadratuur van de cirkel ligt voor de hand : de Maastricht-norm “vermenselijken” door het deficit opnieuw te laten toenemen en de toekomstige euro te degraderen tot een zwakke en onstabiele munt in de hoop dat de brave Duitsers het weer eens zullen slikken. Hun geloofwaardigheid in dit vlak kreeg trouwens een deuk door het trucje dat Theo Waigel wilde uithalen met de opwaardering van de goudvoorraad.

ZELFDESTRUCTIE.

De elite van de pensée unique meende met haar Europees bouwwerk een kader te hebben geschapen voor een nieuwe Europese dynamiek. Zij heeft echter verwaarloosd aan het Europese peloton uit te leggen dat zo’n dynamiek een ethiek vereist van initiatief, verantwoordelijkheid en tolerantie tegenover het succes van anderen.

Het peloton heeft dan ook grotendeels zijn oude ethiek behouden : collectieve zelfbeschutting, gestructureerde nijd en afgunst, afwenteling van de lasten op anderen en op de toekomst.

Door de reactionaire verkiezingsoverwinning in Frankrijk dreigt het Europese bouwwerk een instrument te worden van collectieve zelfdestructie. De “USER” is al versleten vooraleer zij van start gaat.

BOUDEWIJN BOUCKAERT

Prof. dr. Bouckaert is voorzitter van de vakgroep Grondslagen van het Recht, faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Gent.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content