‘Dit slikken wij niet’

Karin Eeckhout Journalist en factchecker bij Knack

Voedingssupplementen op basis van planten zijn erg populair. In ons land worden ze vooral door kmo’s gemaakt. Nieuwe Europese wetgeving dreigt een rem op hun groei te zetten. De sector vreest dat de verkoop instort als er geen gezondheidsclaims op de verpakkingen mogen staan.

Het nieuwe kantoor van Key Pharm in Oostkamp lijkt op de groei gebouwd. Het jonge voedingssupplementenbedrijf draait een omzet van 3 miljoen euro en mikt volgend jaar op 5 miljoen. Al moet CEO Peter Vercaemst toegeven dat de nabije toekomst onzeker is door de Europese wetgeving.

De Europese Unie wil de gezondheidsclaims voor voeding aan banden leggen. Denk maar aan de discussies over margarines die de cholesterol zouden verlagen. Gezondheidsclaims die niet bewezen worden geacht door de Europese voedselautoriteit (EFSA) mogen niet langer op de verpakking staan.

Omdat voedingssupplementen onder de categorie voeding vallen, gelden alle Europese regels voor voeding ook voor de supplementen. Gezondheidsclaims moeten net als bij voedingsproducten worden onderbouwd door studies op gezonde mensen, anders dan bij claims voor geneesmiddelen, waar een effect op zieke mensen mag worden bewezen.

“Alleen zijn plantenpreparaten geen enkelvoudige ingrediënten die je afzonderlijk kan meten”, legt Vercaemst uit. “Ze bevatten meer dan 100 substanties die met elkaar interageren. Daarom baseren we ons voor het gezondheidseffect op het traditionele gebruik. Maar voor de EFSA geldt dat niet als wetenschappelijk bewijs. Als ze gezondheidsclaims zo blijft evalueren, dan betekent dat de facto dat alle claims voor supplementen op basis van planten worden verboden. Op een supplement met eucalyptus bijvoorbeeld, mag dan niet langer staan dat het een verzachtende invloed op de luchtwegen heeft.”

Plantenadviescommissie

Tenzij de Europese Commissie de eigenheid van planten erkent en een specifieke wetgeving maakt voor supplementen op basis van planten. De Commissie heeft aan de 27 lidstaten gevraagd of zij die optie verkiezen. Naredi, de Belgische sectorfederatie van de voedingssupplementenindustrie, heeft er bij de Belgische regering op aangedrongen de bestaande Belgische wetgeving te verdedigen op Europees niveau.

Industrieapotheker Marjan Willaert is voorzitter van Naredi en zaakvoerder van Bioradix, een Belgisch familiebedrijf dat al 35 jaar voedingssupplementen op de markt brengt. “België is een Europese pionier en heeft al jaren een wettelijk kader voor de voedingssupplementen. In het KB van 29 augustus 1997 over de productie van en de handel in voedingssupplementen op basis van planten staat welke planten en welke delen ervan voor de Belgische markt mogen worden gebruikt. Het is een dynamische lijst die geregeld wordt herzien. Ieder bedrijf kan een dossier indienen bij de Plantenadviescommissie, die naast de bevoegde overheid bestaat uit plantenexperts en academici.”

“In België is het gebruik van gezondheidsbeweringen altijd aan wettelijke voorwaarden onderworpen geweest en moeten fabrikanten steeds beschikken over documentatie ter onderbouwing van de fysiologische claim. Ze baseren zich daarvoor op wetenschappelijke literatuur, die zich op haar beurt onder meer baseert op het traditionele gebruik van een bepaalde plant, dat soms al eeuwen teruggaat. Dit Belgische model is een transparant systeem, dat zijn deugdelijkheid bewezen heeft, en als voorbeeld heeft gediend voor recentere wetgeving in Italië en Frankrijk.”

Willaert heeft er vertrouwen in dat onze regering het Belgische model verdedigt en verwacht dat de standpunten van Frankrijk en Italië in dezelfde lijn liggen. Wat de andere landen doen, is koffiedik kijken. “Veel hangt af van de historische context, en die is in ieder land anders. In Duitsland zijn veel producten op basis van planten al decennia geregis-treerd als geneesmiddel. De Duitsers voelen niet de noodzaak van een specifieke plantenwetgeving, integendeel.”

Aanslepende procedure

Michel Horn is de zaakvoerder van Ortis Laboratoria, een familiebedrijf uit de Hoge Venen dat al 50 jaar actief is in de branche. Het telt 140 medewerkers en haalt 80 procent van zijn omzet uit de export naar 30 landen. Horn hoopt dat Europa de bestaande regeling in België, Frankrijk en Italië gebruikt als model. “Helaas spelen bij politiek vaak andere dan puur rationele argumenten. Om te beginnen laat Europa zich niet graag iets opdringen door een van de lidstaten, en al zeker niet door een kleintje als België. En dan is er nog de sterke lobby van de farma-industrie. Firma’s die medicijnen op de markt brengen, zien gezondheidsclaims op andere gezondheidsgerichte producten als een bedreiging.”

Willaert nuanceert die laatste stelling. “De voorbije jaren zijn heel wat farmabedrijven naast medicijnen ook voedingssupplementen beginnen aan te bieden.” Hij wijst er wel op dat, vreemd genoeg, bij geneesmiddelen op basis van planten, traditioneel gebruik van minstens 30 jaar wel als wetenschappelijk bewijs wordt aanvaard voor medicinale claims.

Dat het voor de gezondheidsbeweringen van voedingssupplementen op basis van planten niet wordt aanvaard, is juridisch aanvechtbaar, en de sectorfederatie Naredi zal dat indien nodig ook doen. Alleen kan zo’n procedure aanslepen, en dreigt de sector het ondertussen moeilijk te krijgen. Want daarover zijn Willaert, Vercaemst en Horn formeel: als Europa het gebruik van gezondheidsclaims verbiedt, dan ziet de toekomst van de sector, die in ons land voor 80 procent uit kmo’s bestaat, er somber uit. “De verkoop zal achteruitgaan, en daarmee ook de werkgelegenheid. We zien dat bedrijven investeringen uitstellen en aanwervingen on hold plaatsen, als gevolg van de juridische onzekerheid”, zegt Willaert.

“Hoe dan ook is het nadelig voor de verkoop”, zegt Vercaemst. “Als je niet mag zeggen wat het effect van een voedingssupplement op de gezondheid is, waarom zou de consument het dan kopen? Bovendien gaat het verbod ver: niet alleen zouden claims op de verpakking verboden worden, in principe zou de verkoper die informatie ook niet mondeling mogen verstrekken.”

De consument moet dus zichzelf informeren. Dat vraagt veel inspanning en dat is niet zonder gevaar. Niet alle informatie die op het internet circuleert, is correct. “Je zal ook zien dat bedrijven boeken uitgeven waarin dokters de ingrediënten van hun producten bewieroken”, zegt Horn. “Want de pers is vrij, daar heeft die wetgeving geen invloed op.”

“Ook de internetverkoop, nu al een probleem voor medicijnen, zal toenemen. Wie levert in Europa, moet in principe voldoen aan de Europese wetgeving, maar hoe groot is de kans dat een bestelling aan de douane wordt gecontroleerd?” Horn treedt hem bij. “Als de consument niet meer mag worden geïnformeerd, door de winkelier bijvoorbeeld, dan hebben de opportunisten in de sector vrij spel. Bepaalde consumenten slikken alles, letterlijk en figuurlijk.”

“De gevreesde wetswijziging komt niemand goed uit, maar voor een jong bedrijf als het onze, in volle expansie, is het extra moeilijk”, zegt Vercaemst. “Veel hangt af van je distributiemodel. Er zijn in onze sector ook bedrijven die verkopen via therapeuten. Zij zijn minder afhankelijk van die claims dan wie rechtstreeks aan de consument verkoopt.”

Gewapend voor de toekomst

We proberen ons risico te spreiden door onze productbasis breed genoeg te maken en te blijven innoveren. Als wij alleen actief zouden zijn in voedingssupplementen, dan zou ik dezer dagen slecht slapen. Maar toch, planten blijven onze kernactiviteit, goed voor de helft van de omzet. Diversifiëren is bij voedingssupplementen ook niet vanzelfsprekend. Vergeet niet dat de toegelaten gehaltes voor supplementen op basis van vitaminen of mineralen in België sinds 1992 zo laag zijn dat je je producten onmogelijk kan slijten in andere Europese landen, omdat de maximaal toegelaten dosissen daar veel hoger liggen.”

Een andere ontsnappingsroute, bij producten die een mix van planten en vitamines bevatten, is de claims te gebruiken die bij de vitamines horen. “Voor vitamine C bijvoorbeeld, mag je veertien claims gebruiken”, zegt Vercaemst, ook al is de hoeveelheid die erin zit miniem. Begrijpe wie het begrijpen kan. Maar op den duur zullen dezelfde claims verschijnen op alle producten, en dan wordt het moeilijk je te onderscheiden met complexe en specifieke producten, waar wij met Key Pharm juist onze sterkte van maken.”

Voorts laat Vercaemst sommige producten registreren als geneesmiddel. “Maar eenvoudig is dat niet. Je bent daar al snel drie, vier jaar mee bezig, terwijl een voedingssupplement op de markt brengen hoogstens zes maanden duurt, van ontwikkeling tot productie.” Het is een weg die wellicht meer bedrijven inslaan, al riskeren de kleinste ten onder te gaan aan de zware registratievereisten die in dat segment gelden.

KARIN EECKHOUT

“Firma’s die medicijnen op de markt brengen, zien gezondheids- claims op andere gezondheids-gerichte producten als een bedreiging”

Michel Horn, Ortis Laboratoria

“Sommige consumenten slikken alles, letterlijk en figuurlijk”

Michel Horn, Ortis Laboratoria

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content