De pensioenregelingen voor ambtenaren, werknemers en zelfstandigen zijn een onoverzichtelijk kluwen. De geplande hervormingen maken het niet meteen overzichtelijker. “Een kat vindt er haar jongen niet in terug”, geeft professor Ria Janvier (Universiteit Antwerpen) toe. Voor Trends maakt ze een stand van zaken op. Welke pensioenhervormingen zijn al ingegaan en wat komt nog op ons af?
In 2026 is enkel de strengere pensioenbonus van kracht geworden.
RIA JANVIER. “Dat klopt. Wie verder werkt na de wettelijke pensioenleeftijd, zal een pensioenbonus van 2 procent per jaar boven op het wettelijke pensioen opbouwen. Die bonus is redelijk bescheiden, maar iets is beter dan niets. De oude pensioenbonus die je kon opbouwen vanaf de vroegst mogelijke pensioendatum, is dood en begraven.
“Ongeacht het aantal loopbaanjaren dat je hebt, kan je vanaf 2026 pas pensioenbonus opbouwen na je 66ste of na je 67ste vanaf 2030.”
Wie bonus zegt, zegt malus. Wanneer komt die er en wie zal die pensioenmalus betalen?
JANVIER. “Je hoeft niet per definitie tot de wettelijke pensioenleeftijd te werken. Je zal wel moeten nakijken of je tijdens je carrière voldoende gewerkt hebt om zonder malus met vervroegd pensioen te kunnen gaan. Het kan zijn dat je aan de voorwaarden voldoet om vervroegd met pensioen te gaan, maar onvoldoende gewerkte dagen hebt om aan de malus te ontsnappen.
“De regering is overeengekomen dat die pensioenmalus pas vanaf 1 januari 2027 zal gelden. Die malus bedraagt ook 2 procent, net zoals de bonus. Het federaal parlement moet die wetgeving nog goedkeuren.”
Die extra check is nodig door de strengere definitie voor loopbaanjaren. Hoe zit dat in elkaar?
JANVIER. “De normale toegangssleutel tot het pensioen is de wettelijke pensioenleeftijd. Je kunt vervroegd met pensioen gaan als je 63 jaar bent en 42 loopbaanjaren op de teller hebt. Daarbij staat het begrip loopbaanjaar centraal. Tot hiertoe was de definitie redelijk soepel. Als je het equivalent van vier maanden of een derde van het jaar voltijds had gewerkt, was dat voldoende voor een loopbaanjaar.
“Vanaf 1 januari 2027 zal de Federale Pensioendienst voor werknemers en ambtenaren die met pensioen gaan, het verleden in kaart brengen. De dienst zal kijken hoeveel jaren je minstens twaalf maanden halftijds hebt gewerkt of zes maanden voltijds of een equivalent. Alleen die jaren tellen mee als loopbaanjaren. Het jaar van afstuderen is een uitzondering. Als je dat jaar ten laatste op 1 september voltijds bent beginnen werken, telt het ook nog mee.
“Werknemers en ambtenaren zullen minder snel loopbaanjaren opbouwen. Daardoor zullen heel veel mensen niet meer vervroegd met pensioen kunnen. Voor zelfstandigen is dat geen issue, zolang zij voor twee kwartalen bijdragen hebben betaald, telt een jaar als een loopbaanjaar.
Er is ook veel heisa over het terugschroeven van de periodes die gelijk worden gesteld aan werken.
“Er tellen ook minder gelijkgestelde periodes dan vroeger mee om aan voldoende gewerkte dagen te komen voor een loopbaanjaar. Voor legerdienst, moederschapsrust, vaderschapsverlof en zorgverlof als ouderschapsverlof zullen we nog altijd doen alsof je die gewerkt hebt. Hetzelfde geldt voor tijdelijke werkloosheid. Dat is belangrijk, want anders zouden veel mensen het coronajaar verliezen als loopbaanjaar. Daarover was vrij snel overeenstemming.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
“Veel meer discussie is er geweest over de periodes van ziekte en invaliditeit. De ministerraad zou bij de tweede lezing van de wetteksten overeengekomen zijn dat de regering die periode zal meenemen in de berekening van de loopbaanjaren. Wil de regering die periode beperken tot één jaar, twee jaar, of telt ziekte onbeperkt in de tijd mee? Daar heb ik nog geen zicht op.
De langdurig werklozen zijn helemaal de pineut, door de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Wanneer je uitgesloten wordt van de werkloosheid, bouw je ook geen pensioenrechten meer op
“De langdurig werklozen zijn helemaal de pineut, door de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Wanneer je uitgesloten wordt van de werkloosheid, bouw je ook geen pensioenrechten meer op. “
De vakbonden hebben vorig jaar in maart, juni en november opgeroepen te betogen tegen de pensioenhervormingen. Welk deel van de werkende bevolking zal de grootste impact van de pensioenhervormingen ondervinden?
JANVIER. “Zodra het regeerakkoord gelanceerd werd, zijn ook de gemoederen verhit geraakt. Er beweegt heel wat op het vlak van de wettelijke pensioenen. Het is logisch dat iedereen op zijn hoede is voor de impact.
“Vrouwen zullen de grootste impact ondervinden. Vrouwen kiezen vaker voor deeltijdse tewerkstelling, voor tijdelijke onderbrekingen in de carrière, enzovoort. Die aan werk gelijkgestelde zorgverloven vangen dat gedeeltelijk op. Voor sommige loopbaanjaren zal het misschien kantje boordje zijn en dan kan een maand verlof zonder wedde bijvoorbeeld een probleem vormen voor de toekomst, terwijl dat in het verleden doorgaans geen probleem was. Je kunt je loopbaan ook niet overdoen, natuurlijk. Als je het op voorhand had geweten, dan had je misschien andere keuzes gemaakt. Als je een dag of een paar dagen tekort komt, zul je dat nog kunnen oplossen. De regering geeft elk individu een joker voor vijf dagen kleine gaatjes in je loopbaan te vullen.
“Maar ook jonge ambtenaren zullen wel wat verliezen of, beter gezegd, ambtenaren die nog maar een beperkte loopbaan achter de rug hebben. De perequatie of de welvaartsaanpassing van de pensioenen verdwijnt, de voordelige tantièmes gaan op de schop en de referteperiode voor de berekening van het pensioen wordt verruimd.”
Kunt u de impact van die drie maatregelen kaderen?
JANVIER. “De perequatie was een heel mooi systeem, waarbij de gepensioneerde ambtenaren een pensioenverhoging kregen wanneer de actieve ambtenaren in dezelfde sector een weddeverhoging kregen. Het was een welvaartsaanpassing boven op de indexering. Dat systeem wordt afgeschaft.
“Voor de andere twee maatregelen moet ik eerst uitleggen hoe het ambtenarenpensioen berekend wordt. Het aantal dienstjaren of gewerkte jaren is de teller van de loopbaanbreuk. In de noemer staat standaard 60. Die breuk vermenigvuldigen we met de referentiewedde. De ambtenarenpensioenen mogen nooit hoger liggen dan 75 procent van die referentiewedde. Dat betekent dat je na 45 dienstjaren een volledig pensioen hebt, of het maximumbedrag dat je kunt krijgen. Er zijn heel wat beroepsgroepen die een voordelige loopbaanbreuk of tantième hebben. Voor het onderwijs staat bijvoorbeeld 55 in plaats van 60 in de noemer. Daardoor zitten leerkrachten na 41 jaren en drie maanden aan hun maximumpensioen. Bepaalde beroepsgroepen hebben nog gunstigere tantièmes. Voor magistraten en professoren bijvoorbeeld staat 48 in de noemer.
Je kunt je loopbaan ook niet overdoen, natuurlijk. Als je het op voorhand had geweten, dan had je misschien andere keuzes gemaakt
“Al die tantièmes worden verhoogd naar 60. Die maatregel zal de regering niet met terugwerkende kracht invoeren. Iemand die dertig jaar in het onderwijs staat, zal die dertig jaar in de voordelige loopbaanbreuk kunnen laten meetellen. Voor de resterende twaalf jaar wordt de noemer in de breuk 60 in plaats van 55. De schade blijft relatief beperkt voor die ambtenaar. Voor jonge leerkrachten heeft dat wel een impact op de loopbaan die ze moeten volbrengen voor een volledig pensioen. Als je op je 23ste start, ben je 68 jaar vooraleer je aan het maximumpensioen zit. Dat scheelt een slok op de borrel, want de meeste leerkrachten gaan vandaag op 63 jaar op pensioen.”
De berekening van het pensioen van ambtenaren is gebaseerd op de laatste en dus ook vaak hoogste lonen. Wordt daar ook komaf mee gemaakt?
JANVIER. “En dan hebben we het inderdaad nog niet over de referentiewedde gehad. Bij werknemers en zelfstandigen houden we rekening met het loon of het beroepsinkomen over de hele carrière om te berekenen op hoeveel pensioen je recht hebt. Bij ambtenaren kijken we enkel naar de referentieperiode: de laatste tien loopbaanjaren. Dat is voordelig, want in de publieke sector is het beloningssysteem nog altijd voor een groot deel gekoppeld aan anciënniteit. Hoe langer in dienst, hoe meer je verdient. Die laatste jaren zijn in 99,99 procent van de gevallen de meest gunstige jaren om mee te nemen in de berekening van het pensioen. Er is in een heel lange overgangsperiode voorzien, tot 2062. Elk jaar zal er een jaar bij de referentieperiode komen. Vanaf 2062 zullen de wedden van alle loopbaanjaren meetellen voor de berekening van het pensioen van de ambtenaren, naar het model van de werknemers en de zelfstandigen. Voor ambtenaren met een lange staat van dienst is de impact relatief beperkt. Beginners of ambtenaren die in het midden van hun carrière zitten, zullen het verlengen van die referentieperiode wel voelen in hun portemonnee.”
Via de website van de Federale Pensioendienst kunt u volgen welke wetten in de maak zijn en welke hervormingen reeds in voege zijn. Op mypension.be kunt u voorlopig nog niet terecht voor de berekening van de concrete impact van alle maatregelen op uw pensioenbedrag of uw pensioendatum. Van zodra de wetgeving gestemd is in het parlement en gepubliceerd in het Staatsblad kunnen de programmeurs van de pensioendienst aan de slag.
Lees ook over flexi-jobs voor gepensionneerden en over de reeds bestaande pensioenkloof tussen mannen en vrouwen: