Ann Verlinden (CEO PensioPlus): ‘Een volwaardig aanvullend pensioen voor iedereen is nog veraf’

Ann Verlinden, CEO van PensioPlus
Ann Verlinden, CEO van PensioPlus
Jef Poortmans
Jef Poortmans redacteur bij Trends

De betaalbaarheid van de wettelijke pensioenen staat al langer onder druk. Dat maakt de rol die aanvullende pensioenen kunnen spelen des te groter. De nieuwe federale regering lijkt ook op die lijn te zitten. “Wij zijn heel tevreden dat de regering aanvullende pensioenen een grotere rol wil geven.”

De pensioenen zijn een van de grote werven van de nieuwe federale regering. Voor de wettelijke pensioenen liggen heel wat hervormingen op tafel, maar ook rond de aanvullende pensioenen lezen sommigen stevige ambities en harde verbintenissen in het regeerakkoord. Die aanvullende pensioenen, ook wel de tweede pensioenpijler genoemd, zijn de kernactiviteit van PensioPlus, de koepelvereniging van de pensioenfondsen en de inrichters van sectorale pensioentoezeggingen in ons land. Die kwam vorige week met de resultaten van de pensioenfondsen in 2024. CEO Ann Verlinden licht ze toe.

Hoe hebben de pensioenfondsen het gedaan in 2024, wat een zeer goed beursjaar was?

ANN VERLINDEN. “Gemiddeld zetten onze leden een rendement van 8,5 procent neer. Dat is goed, maar een cijfer op één jaar zegt weinig. Wij houden al veertig jaar de rendementen van de pensioenfondsen bij, en over al die jaren hebben ze gemiddeld 6,2 procent per jaar neergezet. Als je dat corrigeert voor inflatie, komt dat op een reëel rendement van 3,9 procent. Wie veertig jaar terug 100 euro zou hebben geïnvesteerd, zou nu nominaal 1.120 euro hebben, of 453 euro gecorrigeerd voor inflatie.”

6,2 procent over termijnen van veertig jaar, op sommige beleggers maakt dat weinig indruk. Kunnen die rendementen niet structureel hoger?

VERLINDEN. “Pensioenfondsen in ons land investeren het gros van hun vermogen, 80 procent, in de reële economie via aandelen, bedrijfsobligaties, vastgoed, infrastructuur en private equity. Maar zij beheren dat geld voor de aangeslotenen en daar zijn regels aan verbonden die onnodige risico’s binnen de perken houden.”

Wat vindt u van wat in het regeerakkoord staat over de aanvullende pensioenen?

VERLINDEN. “Wij zijn heel tevreden dat de regering de aanvullende pensioenen een grotere rol wil geven. Een symbool daarvan is het verplicht opkrikken van de werkgeversbijdrage tot minstens 3 procent tegen 2035. Begin jaren 2000 zijn de aanvullende pensioenen sterk gedemocratiseerd, vooral via de sectorale plannen, maar de pensioentoezeggingen in die plannen komen nog niet aan die minimumdrempel.”

Elke nieuwe regering spreekt over dat streefdoel van 3 procent. Leest u in het akkoord voldoende harde verbintenissen?

VERLINDEN. “Het is de eerste keer dat men een streefdatum – 2035 – poneert, om te komen tot een universele tweede pijler met een werkgeversbijdrage van 3 procent. Let wel, in tegenstelling tot het wettelijk pensioen maakt het aanvullend pensioen deel uit van de loononderhandelingen, waar de sociale partners een grote rol in hebben. Zij moeten de tijd krijgen dat groeitraject te maken. Sommige sectoren zullen daar onmiddellijk op springen. Bij andere zal dat meer tijd vergen. Voorts zal de harmonisering van de tweede pijler tussen arbeiders en bedienden helpen die 3 procent bijdragen te halen. Maar laat ons eerlijk zijn, zelfs daar koop je geen volwaardig pensioen mee. Een minimumbijdrage van 3 procent kan het wettelijk pensioen, dat volgens de OESO vandaag gemiddeld 45 procent van het laatste inkomen bedraagt, optrekken tot 54 procent, wat het Europese gemiddelde is.”

Welke weg moet nog worden afgelegd om iedereen een volwaardig aanvullend pensioen te geven?

VERLINDEN. “Daar is nog een heel lange weg te gaan. Voor 24 procent van de aangeslotenen is dat nog maar het geval. Van drie kwart heeft 40 procent nog niets van aanvullend pensioen, en de rest haalt die drempel van 3 procent bijdragen niet. Dus dat moet nog stevig worden uitgebouwd.”

‘Maatregelen als de harmonisering van de stelsels zijn zeer belangrijk om mensen, en vooral jongeren, vertrouwen in het pensioensysteem te doen houden’

Ann Verlinden

Hoe schat u de houding in van de werknemers tegenover aanvullende pensioenen?

VERLINDEN. “Die varieert. Sommige zijn nauw betrokken bij de uitbouw van aanvullende pensioenen, onder meer via het paritair beheer binnen een pensioenfonds. Die zien het belang van de verdere uitbouw in. Andere staan er wat verder af. Daar heerst soms de angst dat aanvullende pensioen het wettelijk pensioen zouden vervangen, wat niemands bedoeling is. Er is nog een weg te gaan om alle werknemers ervan te overtuigen dat aanvullende pensioenen een oplossing kunnen zijn voor de pensioenproblematiek.”

En aan de werkgeverskant?

VERLINDEN. “Die vrezen vooral dat ze verschillende facturen moeten betalen. Enerzijds die van de wettelijke pensioenen, via de socialezekerheidsbijdragen; anderzijds de roep naar koopkracht via loonsverhogingen. Die roep is deels terecht, maar men moet ook kijken naar de koopkracht van later. Daar kun je met aanvullende pensioenen voor zorgen.”

Hoe groot is het vermogen van de Belgische aanvullende pensioenen?

VERLINDEN. “In totaal gaat het om 109 miljard euro aan opgebouwde reserves. De pensioenfondsen hebben daar 20 miljard van onder hun hoede. Een groot deel van die reserves zijn verbonden aan een oud type plannen, die redelijk wat buffers vergen om schommelingen op te vangen, waardoor de pensioenfondsen meer dan 45 miljard onder beheer hebben. Daar is die buffer bijgeteld.”

De gemiddelde reserve bedraagt 29.000 euro, de mediaan nog geen 5.000 euro. Is dat geen teken van een enorme ongelijkheid in dat systeem?

VERLINDEN. “Een eerste belangrijk punt is dat aanvullende pensioen, in tegenstelling tot wettelijke pensioenen, een element van loon zijn. En op lonen zit nu eenmaal een verschil. Tot voor dit regeerakkoord bestond er geen verplichting voor werkgevers om aanvullende pensioenen aan te bieden. En het is niet correct enkel naar die reserves te kijken. Dat is een samenraapsel van 4,5 miljoen aangeslotenen. Sommigen zijn nog maar een jaar aangesloten, anderen zijn al 45 jaar aan het opbouwen. En zoals gezegd zijn al die plannen ook nog eens verschillend.”

De groepsverzekering is bij het brede publiek beter bekend dan de pensioenfondsen. Moeten die laatste zich daarom niet met wat meer commerciële nadruk in de markt zetten?

VERLINDEN. “Het zijn twee verschillende zaken. Een groepsverzekering is een all-inproduct, wat interessant is als je er niet mee bezig wilt zijn, terwijl pensioenfondsen op maat gemaakte oplossingen zijn, waar sociale partners mee aan de knoppen zitten. Maar commerciële schwung zit niet in ons DNA. Wij hebben geen winstoogmerk. We bieden wel iets aan waarvan we overtuigd zijn dat het beter is dan andere oplossingen op de markt, maar een klassiek pensioenfonds verkoopt niks. Dat voert enkel de afspraken uit die werknemers en werkgevers in hun aanvullend pensioenplan hebben gemaakt. PensioPlus vervult daar zijn rol door het grotere publiek te wijzen op de voordelen van een pensioenfonds.”

Los van de aanvullende pensioenen, wat is uw indruk van de maatregelen rond de wettelijke pensioenen in het regeerakkoord?

VERLINDEN. “Daar zijn goede maatregelen bij, die de financiële draagkracht van het systeem verbeteren, zoals de aanzet tot langer werken of de harmonisering van de stelsels. Dat laatste verhoogt hopelijk de mobiliteit op de arbeidsmarkt. We leven niet meer in een tijd waarin iedereen een hele loopbaan lang ambtenaar, werknemer of zelfstandige is. Zulke maatregelen zijn zeer belangrijk om mensen, en vooral jongeren, vertrouwen in het pensioensysteem te doen houden.”

Bekijk hieronder ook Trends Talk van 22 februari met Ann Verlinden van PensioPlus


Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content