Voor schenkingen of verervingen van familiale vennootschappen geldt een gunsttarief in Vlaanderen. Maar sinds begin dit jaar zijn de voorwaarden grondig veranderd. Wat houden de veranderingen in en welke impact kunnen ze hebben op uw successieplanning?
Freddy is een hardwerkende ondernemer die na een mooie carrière overweegt om de aandelen van zijn familiebedrijf aan zijn enige dochter Fabienne te schenken. Mocht hij dat niet doen, dan erft zij de aandelen na zijn overlijden. In beide gevallen kan Fabienne in het Vlaams Gewest aanspraak maken op een gunsttarief, als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Omdat het gaat om de overdracht van de aandelen en niet van de fysieke activa van de familiale vennootschap, geldt altijd de roerende schenk- of erfbelasting. “Bij vererving kan een vlak tarief van 3 procent (in rechte lijn en tussen partners) of 7 procent (tussen anderen) van toepassing zijn”, zegt Inge Veldeman, expert familiale planning bij het advieskantoor Lemon Consult. “Dat is veel voordeliger dan het normale tarief van de roerende erfbelasting, dat kan oplopen tot 27 procent (in rechte lijn en tussen partners) en zelfs tot 55 procent (tussen anderen).”
Schenkt Freddy de aandelen van zijn familiebedrijf bij leven aan zijn dochter, dan kan dat mogelijk zelfs met een volledige vrijstelling van schenkbelasting. Het normale tarief bedraagt 3 procent (in rechte lijn en tussen partners) en 7 procent (tussen anderen).
Voorwaarden voor het gunstregime
Om voor het gunstregime in aanmerking te komen, moet onder meer voldaan zijn aan de activiteitsvoorwaarde. “Die is tweeledig”, legt Inge Veldeman uit. “Ten eerste moet er een economische activiteit zijn. De familiale vennootschap moet een vrij beroep of een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit uitoefenen. Dat betekent dat een zuivere patrimoniumvennootschap niet als een familiale vennootschap beschouwd wordt en dus geen aanspraak kan maken op het gunstregime.”
Ten tweede dient de vennootschap ook een ‘reële economische activiteit’ uit te oefenen. Om misbruik uit te sluiten, werkt de wetgever met een weerlegbaar vermoeden. Hij gaat ervan uit dat er geen reële economische activiteit is als uit de jaarrekening van minstens één van de drie boekjaren voorafgaand aan de schenking of het overlijden blijkt dat het vastgoed meer dan de helft van de totale activa van de vennootschap vertegenwoordigt, en de lonen, bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen samen 1,5 procent of minder van de totale activa vormen.
Tegenbewijs leveren is mogelijk
De toetsing van de reële economische activiteit is dus gebaseerd op een vermoeden. Meent Fabienne dat er tóch een reële economische activiteit is in de familiale vennootschap, dan staat de wet toe dat zij als begiftigde of erfgenaam het tegenbewijs mag leveren. Maar dat blijkt al jarenlang een twistpunt te zijn bij de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel).
“Vlabel is van oordeel dat je bij het leveren van het tegenbewijs moet aantonen dat alle onroerende goederen in de vennootschap dienen voor de economische activiteit van de onderneming”, verduidelijkt Inge Veldeman. “Zodra één enkel onroerend goed bijvoorbeeld door de bedrijfsleider privé wordt gebruikt of verhuurd wordt aan derden, meent Vlabel dat het tegenbewijs niet kan worden geleverd. De gunstregeling is dan uitgesloten.”
Toch stelde de Vlaamse belastingadministratie zich de jongste jaren wat soepeler op, onder druk van de rechtspraak. Het veelbesproken slagerij-arrest stelde Vlabel in het ongelijk. De aanleiding was dat de belastingadministratie het gunstregime had geweigerd voor een familiale vennootschap die een slagerij uitbaatte, maar daarnaast ook eigenaar was van privévastgoed. Vanwege dat vastgoed, oordeelde Vlabel, kon het tegenbewijs niet worden geleverd. Het Grondwettelijk Hof vernietigde die benadering en oordeelde dat doorslaggevend is of er feitelijk een economische activiteit bestaat.
Onroerende goederen in de familiale vennootschap die voor private bewoning bestemd zijn of daarvoor gebruikt worden, zijn voortaan uitgesloten van de gunstregeling.
Aanpassing van de spelregels
Na het slagerij-arrest stelde Vlabel haar visie ietwat bij. “Maar het blijft alles of niets”, merkt Inge Veldeman op. “Ofwel is voldaan aan de voorwaarden en geldt het gunsttarief voor de totale waarde van de aandelen van de vennootschap, ofwel is niet voldaan aan de voorwaarden en gelden de normale tarieven in de schenk- of erfbelasting voor het geheel.”
In het begrotingsakkoord dat de Vlaamse regering onlangs sloot, is een formele aanpassing van de spelregels opgenomen. Zij wil voorkomen dat residentieel vastgoed en bouwgronden binnen familiale vennootschappen nog langer mee onder het gunstregime vallen. Het nieuwe regime geldt voor alle schenkingen en erfenissen van familiebedrijven sinds 1 januari 2026.
Wat wijzigt er voor Freddy en Fabienne? Onroerende goederen in de familiale vennootschap die voor privébewoning bestemd zijn of daarvoor gebruikt worden, zijn voortaan hoe dan ook uitgesloten van de gunstregeling. Het gaat om residentieel vastgoed dat rechtstreeks wordt aangehouden door de vennootschap waarvan de aandelen worden geschonken of vererfd, ofwel wordt aangehouden door een dochtervennootschap waarin de participatie minstens 10 procent bedraagt.
“De waarde van de familiale vennootschap zal dus worden opgesplitst in een deel dat het gunsttarief kan genieten, en een deel – ten belope van de waarde die het residentieel vastgoed vertegenwoordigt – dat belast wordt tegen de normale roerende tarieven van de schenk- of erfbelasting”, vat Inge Veldeman samen.
Het residentieel vastgoed wordt met andere woorden uit de totale aandelenwaarde gefilterd. Een bedrijfsrevisor of een erkend accountant moet worden ingeschakeld om dat deel en de bijbehorende waarde te bepalen. Zo kan bij de schenking of vererving een correcte opsplitsing worden gemaakt tussen het kwalificerende en het uitgesloten deel.
Ander niet-residentieel vastgoed – zoals magazijnen en kantoren – wordt in principe niet uitgesloten van het gunstregime, zelfs niet wanneer dat niet voor de economische activiteit van de familiale vennootschap gebruikt wordt, maar bijvoorbeeld verhuurd wordt aan derden.
Impact op uw successieplanning
De wijziging van de spelregels heeft belangrijke gevolgen voor de successieplanning. Bevat uw familiebedrijf geen residentiële panden of bouwgronden, dan verandert er in principe niets. Gaat het echter om een vennootschap waarin u enerzijds een economische activiteit uitoefent en waarin anderzijds ook vastgoed aanwezig is dat u niet voor deze activiteit aanwendt? In dat geval kunt u een gedeelte van de aandelen mogelijk niet meer tegen een gunstig tarief overdragen naar de volgende generatie.