Hoe meer Afrikanen, hoe meer Afrikaanse migranten. Dat is de simpele, demografische logica achter de overvolle bootjes op de Middellandse zee, volgens Frédéric Docquier. "Mensen in arme landen hebben geen grotere neiging om te emigreren dan vroeger", zegt de professor economie aan de UCL, gespecialiseerd in migratie.
...

Hoe meer Afrikanen, hoe meer Afrikaanse migranten. Dat is de simpele, demografische logica achter de overvolle bootjes op de Middellandse zee, volgens Frédéric Docquier. "Mensen in arme landen hebben geen grotere neiging om te emigreren dan vroeger", zegt de professor economie aan de UCL, gespecialiseerd in migratie."Het bevolkingspercentage dat emigreert naar rijke landen hangt al een halve eeuw tussen de 2 en 3 procent. Emigreren is duur, en blijft dus beperkt tot een miniem deel van de Afrikaanse bevolking. Maar die bevolking is enorm gegroeid, en daarom ook het aantal Afrikaanse emigranten. Dat zorgt voor de grotere migratiedruk in de rijke landen, waar de bevolkingsomvang min of meer gelijk bleef. In de rijke landen bestaat de bevolking vandaag voor 11 procent uit immigranten. In de jaren 60 was dat nog 4,5 procent."FREDERIC DOCQUIER: "Ja, maar dat verklaart de toegenomen migratiedruk van de voorbije 50 jaar niet. Want in die periode zijn de welvaartsverschillen tussen rijke en arme landen amper veranderd, gemiddeld genomen. Landen als China, India en Brazilië haalden een stuk van hun welvaartsachterstand in. Anderen landen liepen juist meer achterstand op.""Per saldo is er dus weinig gewijzigd. Hetzelfde geldt voor het onderwijsniveau in de ontwikkelingslanden. Hoger opgeleiden emigreren meer, omdat ze beter geïnformeerd zijn. Maar hun aandeel in de totale bevolking van de arme landen steeg van 2 naar 4 procent in de voorbije halve eeuw. De overgrote massa blijft dus ongeschoold, en emigreert bijna niet."DOCQUIER: "Dat effect speelt voor de zeer arme landen, met een gemiddeld inkomen van minder dan 1000 dollar per jaar. Maar die landen maken slechts 5 procent van de totale wereldbevolking uit. Het effect speelt al veel minder voor landen met een gemiddeld inkomen tussen 1000 en 6000 dollar per jaar, goed voor 60 procent van de wereldbevolking. Hier zijn opleidingsniveau en ook geografische ligging veel sterkere motoren voor de emigratie dan het inkomen.""De Noord-Afrikaanse landen bijvoorbeeld kennen een hogere emigratiegraad dan de landen aan de evenaar. Dat komt niet zozeer omdat het inkomen in Noord-Afrika hoger ligt, maar veeleer omdat die landen een hoger opleidingsniveau kennen, en dichter bij ons liggen. Het kantelpunt ligt op een gemiddeld inkomen van 6000 dollar. Op dat punt heeft het inkomen geen positief effect meer op emigratie. Voorbij dat punt wordt het effect zelfs negatief: een hoger inkomen doet de emigratie dalen."DOCQUIER: "De verhouding tussen de Afrikaanse en Europese bevolking zal verdubbelen in deze eeuw. Daar moet geen tekeningetje bij. We gaan naar immigratiecijfers die de meesten niet onder ogen willen zien vandaag. Tegen 2060 zal de bevolking van de EU15 voor een kwart uit immigranten bestaan. Tegen het einde van de eeuw wordt dat meer dan een derde. Een harde immigratiepolitiek zal daar niets aan veranderen. Dat heeft in het verleden niet geholpen, ik zie niet in waarom het in de toekomst zou helpen."DOCQUIER: "Conflictbeheersing. Conflicten doen telkens weer het aantal emigranten omhoog schieten. Zonder conflicten zou het aantal migranten in 2010 wereldwijd 18 procent lager geweest zijn. Europa moet zich vooral concentreren op het stabiliseren van de Sahel, waar de spanningen het grootst zijn. Als de Sahel vandaag zou exploderen, wijzen berekeningen op een extra toename van 24 miljoen emigranten tegen 2050.""Ook familieplanning is zeer belangrijk. Je mag de mensen niet dwingen minder kinderen te hebben, maar je kunt hen wel sensibiliseren voor het gebruik van contraceptiva, en hen overtuigen van het belang van goed onderwijs voor hun kinderen. Dat gaat samen met de bestrijding van de ongelijkheid tussen man en vrouw. De vrouw moet meer beslissingsmacht krijgen over het aantal kinderen in het gezin, en over hun scholing."DOCQUIER: "Die moet meer afgestemd worden op de kandidaat-emigranten, althans op korte termijn. Zoals ik al zei, ongeschoolden emigreren niet, omdat ze te arm zijn. Wie emigreert, heeft een zekere scholing, en is tussen 18 en 30 jaar oud, stellen we vast. Wil je dus de emigratie ontmoedigen, investeer dan in lokale jobs voor deze mensen. Maar grijp ook niet te hoog. Het heeft geen zin in Burkina Faso werk te creëren voor ingenieurs, je zal ze niet vinden. Pas als het welvaartsniveau van een land stijgt, kun je overschakelen op jobs voor hoger geschoolden. Dat zal de vraag naar goed onderwijs stimuleren, zodat het algemene opleidingsniveau van het land stijgt. Zo'n beleid op lange termijn is niet de politieke prioriteit vandaag. Het grootste deel van het geld gaat naar het weghouden van migranten, zo ver mogelijk van de Europese grenzen, via contracten met landen als Libië of Turkije. Maar met crisismanagement zal je nooit de demografische druk indijken."DOCQUIER: "Conflictbeheersing, familieplanning en lokale jobs voor jongeren zullen de emigratie alleen kunnen afremmen, nooit stilleggen. Daarvoor zijn de demografische bewegingen te krachtig. Daar is gewoon geen ontkomen aan. In Afrika kan alleen een ongeziene welvaartscreatie de emigratie stoppen. In dat geval zouden de Afrikaanse economieën groeivoeten moeten halen van 8 tot 10 procent per jaar, decennialang. Dan spreken we al over zoiets als een industriële revolutie, over een volledig continent, gedurende meerdere decennia. Hoe realistisch is dat?"