Een paar dagen geleden raakten de onderhandelingsnota's bekend die als basis dienen voor de hervorming van de vennootschapsbelasting. Grote lijnen van de voorstellen (waarover de federale coalitiepartners de komende weken zullen onderhandelen) : een verlaging van het nominale tarief in de vennootschapsbelasting van 33,99 procent naar 20 procent in 2020. Om deze belastingverlaging te compenseren verdwijnt de notionele intrestaftrek, worden andere aftrekposten afgeschaft of herzien (zoals de investeringsaftrek, het regime van de degressieve afschrijvingen en overdraagbare verliezen). Bovendien kan de roerende voorheffing op dividenden stijgen van 27 naar 30 procent en kan een meerwaardebelasting worden ingevoerd bij de verkoop van een bedrijf.

De werkgeversorganisaties Unizo en Voka lieten al weten gewonnen zijn voor een lagere vennootschapsbelasting, al hadden ze bedenkingen bij de compenserende maatregelen. Voor Unizo mogen aftrekposten specifiek gericht op KMO's of eenmansvennootschappen (zoals de aftrek voor restaurantkosten) niet zomaar op de schop. Voka uitte bezwaren tegen het verhogen van de roerende voorheffing als compenserende maatregel.

Bij het VBO bleef het lange tijd stil, maar de werkgeversorganisatie komt nu met een eigen voorstel. Na overleg met haar sectoren pleit het VBO voor een hervorming waarbij het nominale tarief van de vennootschapsbelasting wordt teruggebracht van 34 naar 24 procent. Geen 20 procent dus en voor VBO-topman Pieter Timmermans zijn daar twee redenen voor. Ten eerste komt België met een effectief tarief van 24 procent in de buurt van de belangrijkste handelspartners.

Ten tweede laat een systeem met een belastbare winst van 24 procent toe dat een aantal aftrekken verdwijnen maar dat tegelijk een aantal gunstregimes behouden blijven. "Het regime van gunstige degressieve afschrijvingen kan vervangen worden door een ander systeem. En ook het stelsel van de overdraagbare verliezen kan worden aangepast waarbij bepaalde verliezen na verloop van tijd minder doorwegen in de belastingaftrek," zegt Pieter Timmermans. "Maar tegelijk pleiten we voor het behoud van de notionele intrestaftrek. Het is ook een kwestie van rechtszekerheid. Als die notionele intrestaftrek in 2017 wordt afgeschaft terwijl België met dit systeem multinationals een aantal jaar geleden naar hier heeft gelokt, dan komen we over als een bananenrepubliek."

Het VBO ziet er weliswaar geen graten in om de notionele intrestaftrek bij te sturen door de invoering van een beperkt aftrekbaar bedrag. Waar de werkgeversorganisatie wél grote problemen mee heeft is de invoering van een meerwaardebelasting als compensatie voor de lagere vennootschapsbelasting. "Dat is een no pasaran," zegt Timmermans, "Dan gaan we op de barricades. Wij willen niet dat er compenserende maatregelen worden ingevoerd die investeringen wegjagen of sectoren doden. Het ondernemersklimaat moet aantrekkelijk blijven. Met een hogere roerende voorheffing hebben we ook een probleem. Deze discussie gaat over de belasting op bedrijfswinsten. Beleggers die genieten van dividenden moeten buiten het debat over de vennootschapsbelasting houden."

Ook wil het VBO niet dat de discussie over de hervorming van de vennootschapsbelasting gekoppeld wordt aan de begrotingsopmaak 2017. Een voorbeeld: de Europese Commissie wil dat België komaf maakt met fiscaal gunstregime voor multinationals van de excess profit rulings. De Europese Commissie bestempelde de rulings als verboden staatssteun, waardoor België 700 miljoen moet terugvorderen. Timmermans: "Het bedrag van zo'n terugvordering moet worden meegenomen in de hervorming van de vennootschapsbelasting en is geen onderdeel van de begrotingsdiscussie. Die 700 miljoen zijn er niet om vlug vlug gaten in de begroting te vullen."

Een becijferd voorstel

Het VBO benadrukt dat haar voorstel voor een verlaging van de vennootschapsbelasting van 33,99 naar 24 procent financieel haalbaar. Ook zonder meerwaardetaks of dat afschaffing van de notionele intrestaftrek.

Op kruissnelheid zal de kostprijs van de tariefdaling 3,8 miljard euro bedragen. De tarieven in de vennootschapsbelasting worden in het voorstel van het VBO gefaseerd verlaagd. De eerste verlagingen (van33,99% naar 29% in 2017) hebben een kostprijs van 2,2 miljard euro. "Zij zijn al mogelijk door de spontane meeropbrengsten die voortvloeien uit verschillende al vroeger genomen Europese beslissingen om het tarief te verminderen. Om de financiering sluitend te maken voorzien we een vereenvoudiging door het schrappen van allerlei kleine aftrekposten en de bevriezing van het tarief van de notionele intrestaftrek," aldus Pieter Timmermans.

De tweede fase met een verlaging naar 24 procent (kostprijs 1,6 miljard euro) kan volgens het VBO gefinancierd worden door een strengere regeling rond voorafbetalingen en het vervangen van de degressieve afschrijvingen door lineaire afschrijvingen. "Dit biedt een antwoord op de vraag of een hervorming van de vennootschapsbelasting voor een vereenvoudiging zorgt waarbij tegelijk de concurrentiekracht van de Belgische bedrijven en het investeringsklimaat gewaarborgd blijft."