Wanneer we bij Flanders Investment & Trade (FIT) mensen rekruteren, is talenkennis cruciaal, gezien de internationale context waarin we werken. Ik praat geregeld over het belang van talenkennis als een open venster op de wereld, onder meer met mijn collega Francis Baert, die deze column mee schreef.

Internationale handel is een van de hoofdredenen waarom mensen andere talen zijn beginnen te leren. De complexe handelsrelaties tussen Mesopotamische steden, 5000 jaar geleden, gaven een stimulans aan de ontwikkeling van het schrift. In Europa was vroeger Grieks of Latijn de lingua franca. Lange tijd was Frans dé diplomatieke taal, Duits de taal van de wetenschap. Vandaag is het Engels alomtegenwoordig. Zo nadrukkelijk dat sommigen het bijna als de enige nog relevante taal zien, waardoor andere talen in ons onderwijs aan belang inboeten. Maar niets zegt dat de dominante positie van het Engels blijvend zal zijn. Enkele jaren geleden riepen politici nog op om Chinees te studeren, maar die hype schijnt voorbij. Onze blik gaat wel steeds meer oostwaarts, maar met reserves. Onze buur Duitsland is het meest sprekende voorbeeld: economisch en politiek een dominante macht in Europa. Maar het Duits komt er op onze schoolbanken bekaaid vanaf.

Ondernemerschap en meertaligheid: wie denkt dat een vertaalapp volstaat, heeft het grondig fout

Hoe springen wij als geglobaliseerde open economie om met vreemde talen? Een groot deel van onze welvaart halen we binnen door export of door buitenlandse investeringen. Bedrijven uit Frankrijk, China, Japan en Duitsland zijn topinvesteerders in Vlaanderen. Gelukkig kunnen we bij FIT terugvallen op collega's die de talen van die landen perfect beheersen. Maar ons land, met zijn centrale ligging en officiële drietaligheid, blijft ook een ideale testmarkt en een aantrekkelijke bestemming. Buitenlandse bedrijven vinden bij ons goed geschoolde arbeidskrachten die hun talen spreken. Toch mogen we niet hoogmoedig worden. Ook in talen, net als in wiskunde en leesvaardigheid, taant onze kennis. Sommigen zullen stellen dat de toestand dramatisch is. De Vlaamse regering wijst in haar regeerakkoord veelvuldig op het belang van talenkennis en hoogstaand talenonderwijs. Terecht. Want wie denkt dat een vertaalapp volstaat om menselijke relaties op te bouwen en zo tot duurzame handel of investeringen te komen, heeft het grondig fout. Een vertrouwensrelatie is in de eerste plaats gebaseerd op menselijke interactie. Dat zal niet zo snel veranderen.

Het bedrijfsleven en de beleidsmakers besteden terecht veel aandacht aan de STEM-richtingen (science, technology, engineering, mathematics). Laat ons dan ook rekening houden met wat ons werkelijk uniek maakt in de wereldwijde war on talent. Goed opgeleide, holistisch denkende STEM-kenners, die schakelen tussen meerdere talen, laten meer creativiteit toe in hun leven. En wie creativiteit zegt, zegt innovatie, zegt competitiviteit. Niet voor niets haalt België meer buitenlandse investeringen binnen dan Nederland. Netto hebben we uiteindelijk meer te bieden.

Het idee dat er een breuk is tussen de humane en de exacte wetenschappen, is sterk overdreven. Het beste voorbeeld is artificiële intelligentie, een hybride discipline die taalkundigen verbindt met wiskundigen. Artificiële intelligentie, machine learning en augmented reality moeten antwoorden krijgen vanuit de wiskunde, talen, recht en filosofie. Bij FIT geloven we sterk in de vervlechting van internationaal ondernemen, technologie, innovatie en meertaligheid. We zoeken mensen om ons buitenlandse netwerk te versterken die een wetenschappelijke basisopleiding hebben én het Frans, Engels en zelfs het Chinees of Duits machtig zijn. De concurrentie is bikkelhard, de lat moet hoog liggen.

Wanneer we bij Flanders Investment & Trade (FIT) mensen rekruteren, is talenkennis cruciaal, gezien de internationale context waarin we werken. Ik praat geregeld over het belang van talenkennis als een open venster op de wereld, onder meer met mijn collega Francis Baert, die deze column mee schreef. Internationale handel is een van de hoofdredenen waarom mensen andere talen zijn beginnen te leren. De complexe handelsrelaties tussen Mesopotamische steden, 5000 jaar geleden, gaven een stimulans aan de ontwikkeling van het schrift. In Europa was vroeger Grieks of Latijn de lingua franca. Lange tijd was Frans dé diplomatieke taal, Duits de taal van de wetenschap. Vandaag is het Engels alomtegenwoordig. Zo nadrukkelijk dat sommigen het bijna als de enige nog relevante taal zien, waardoor andere talen in ons onderwijs aan belang inboeten. Maar niets zegt dat de dominante positie van het Engels blijvend zal zijn. Enkele jaren geleden riepen politici nog op om Chinees te studeren, maar die hype schijnt voorbij. Onze blik gaat wel steeds meer oostwaarts, maar met reserves. Onze buur Duitsland is het meest sprekende voorbeeld: economisch en politiek een dominante macht in Europa. Maar het Duits komt er op onze schoolbanken bekaaid vanaf. Hoe springen wij als geglobaliseerde open economie om met vreemde talen? Een groot deel van onze welvaart halen we binnen door export of door buitenlandse investeringen. Bedrijven uit Frankrijk, China, Japan en Duitsland zijn topinvesteerders in Vlaanderen. Gelukkig kunnen we bij FIT terugvallen op collega's die de talen van die landen perfect beheersen. Maar ons land, met zijn centrale ligging en officiële drietaligheid, blijft ook een ideale testmarkt en een aantrekkelijke bestemming. Buitenlandse bedrijven vinden bij ons goed geschoolde arbeidskrachten die hun talen spreken. Toch mogen we niet hoogmoedig worden. Ook in talen, net als in wiskunde en leesvaardigheid, taant onze kennis. Sommigen zullen stellen dat de toestand dramatisch is. De Vlaamse regering wijst in haar regeerakkoord veelvuldig op het belang van talenkennis en hoogstaand talenonderwijs. Terecht. Want wie denkt dat een vertaalapp volstaat om menselijke relaties op te bouwen en zo tot duurzame handel of investeringen te komen, heeft het grondig fout. Een vertrouwensrelatie is in de eerste plaats gebaseerd op menselijke interactie. Dat zal niet zo snel veranderen. Het bedrijfsleven en de beleidsmakers besteden terecht veel aandacht aan de STEM-richtingen (science, technology, engineering, mathematics). Laat ons dan ook rekening houden met wat ons werkelijk uniek maakt in de wereldwijde war on talent. Goed opgeleide, holistisch denkende STEM-kenners, die schakelen tussen meerdere talen, laten meer creativiteit toe in hun leven. En wie creativiteit zegt, zegt innovatie, zegt competitiviteit. Niet voor niets haalt België meer buitenlandse investeringen binnen dan Nederland. Netto hebben we uiteindelijk meer te bieden. Het idee dat er een breuk is tussen de humane en de exacte wetenschappen, is sterk overdreven. Het beste voorbeeld is artificiële intelligentie, een hybride discipline die taalkundigen verbindt met wiskundigen. Artificiële intelligentie, machine learning en augmented reality moeten antwoorden krijgen vanuit de wiskunde, talen, recht en filosofie. Bij FIT geloven we sterk in de vervlechting van internationaal ondernemen, technologie, innovatie en meertaligheid. We zoeken mensen om ons buitenlandse netwerk te versterken die een wetenschappelijke basisopleiding hebben én het Frans, Engels en zelfs het Chinees of Duits machtig zijn. De concurrentie is bikkelhard, de lat moet hoog liggen.