Deze week vindt het Wereld Economisch Forum (WEF) plaats. Dan vlokken bedrijfsleiders, politici en intellectuelen samen in het Zwitserse bergdorpje Davos. Vorig jaar verweet de Nederlandse auteur Rutger Bregman het eliteclubje hun hypocrisie vanwege de massale belastingontwijking in de bedrijfswereld. Een paar dagen eerder hadden de aanwezigen al een veeg uit de pan gekregen van de zestienjarige Greta Thunberg over hun verantwoordelijkheid in de klimaatverandering.

Om zulke bolwassingen preventief de kop in te drukken is het hoofdthema van het WEF dit jaar stakeholder capitalism. Ondernemen mag niet enkel meer gaan om financiële winsten en aandeelhouderswaarde, het moet de belangen van alle betrokkenen dienen - van het klimaat en de buurt tot de leveranciers, de klanten en de werknemers. Zinvol ondernemen en zingevingseconomie zijn het nieuwe mantra.

Zinvol ondernemen klinkt wollig zolang het enkel bij woorden blijft.

Dat klinkt wollig, vaag en hol. En dat is het ook, zolang het enkel bij woorden blijft. De geloofwaardigheid van die idealen staat of valt met hoe ze worden ingevuld en uitgevoerd. Op macroniveau moeten wetgevers zorgen voor een efficiënte regelgeving die bedrijven aanspoort tot zinvol en inclusief ondernemen. Financiers moeten het kaf van het koren scheiden om het kapitaal op de juiste plek te krijgen. Op microniveau moeten bedrijven hun zingeving en nut concreet definiëren en moeten raden van bestuur daar meetbare resultaatsverbintenissen aan vasthangen.

In de praktijk experimenteren ondernemingen en bedrijfsleiders al een hele tijd met hoe ze hun voornaamste belanghebbenden het best kunnen dienen. Voor de een is dat het milieu, dat gebaat is bij duurzame verpakkingen. Voor de ander zijn dat de eigen werknemers, die nauwer worden betrokken door deel te nemen in het aandelenkapitaal. Zoals vaak tonen de ondernemers die met hun voeten in de klei staan de weg vooruit.

Deze week vindt het Wereld Economisch Forum (WEF) plaats. Dan vlokken bedrijfsleiders, politici en intellectuelen samen in het Zwitserse bergdorpje Davos. Vorig jaar verweet de Nederlandse auteur Rutger Bregman het eliteclubje hun hypocrisie vanwege de massale belastingontwijking in de bedrijfswereld. Een paar dagen eerder hadden de aanwezigen al een veeg uit de pan gekregen van de zestienjarige Greta Thunberg over hun verantwoordelijkheid in de klimaatverandering. Om zulke bolwassingen preventief de kop in te drukken is het hoofdthema van het WEF dit jaar stakeholder capitalism. Ondernemen mag niet enkel meer gaan om financiële winsten en aandeelhouderswaarde, het moet de belangen van alle betrokkenen dienen - van het klimaat en de buurt tot de leveranciers, de klanten en de werknemers. Zinvol ondernemen en zingevingseconomie zijn het nieuwe mantra.Dat klinkt wollig, vaag en hol. En dat is het ook, zolang het enkel bij woorden blijft. De geloofwaardigheid van die idealen staat of valt met hoe ze worden ingevuld en uitgevoerd. Op macroniveau moeten wetgevers zorgen voor een efficiënte regelgeving die bedrijven aanspoort tot zinvol en inclusief ondernemen. Financiers moeten het kaf van het koren scheiden om het kapitaal op de juiste plek te krijgen. Op microniveau moeten bedrijven hun zingeving en nut concreet definiëren en moeten raden van bestuur daar meetbare resultaatsverbintenissen aan vasthangen. In de praktijk experimenteren ondernemingen en bedrijfsleiders al een hele tijd met hoe ze hun voornaamste belanghebbenden het best kunnen dienen. Voor de een is dat het milieu, dat gebaat is bij duurzame verpakkingen. Voor de ander zijn dat de eigen werknemers, die nauwer worden betrokken door deel te nemen in het aandelenkapitaal. Zoals vaak tonen de ondernemers die met hun voeten in de klei staan de weg vooruit.