Deze week begint het Wereld Economisch Forum in Davos, de jaarlijkse hoogmis van 's werelds economische, zakelijke en intellectuele elite. Vier dagen lang gaan vooraanstaande bedrijfsleiders, politici, vertegenwoordigers van ngo's en intellectuelen met elkaar in gesprek over ontwikkelingen die de wereld in hun greep hebben. Dit jaar is het thema stakeholder capitalism, ofwel inclusief kapitalisme.
...

Deze week begint het Wereld Economisch Forum in Davos, de jaarlijkse hoogmis van 's werelds economische, zakelijke en intellectuele elite. Vier dagen lang gaan vooraanstaande bedrijfsleiders, politici, vertegenwoordigers van ngo's en intellectuelen met elkaar in gesprek over ontwikkelingen die de wereld in hun greep hebben. Dit jaar is het thema stakeholder capitalism, ofwel inclusief kapitalisme. De Brit Colin Mayer, professor management aan de universiteit van Oxford, heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar dat onderwerp. Hij leidt een project van de Royal British Academy om het doel, het nut en de zingeving van de onderneming opnieuw te definiëren. Het huidige concept van ondernemen deugt niet meer, oordeelt Mayer: "Dat stoelt nog op de doctrine van Milton Friedman. Hij schreef in 1962 dat winst maken het enige maatschappelijke doel en nut van een onderneming is. Die vorm van ondernemen is een enorme bron van welvaart geweest, maar ze heeft ook nefaste gevolgen, zoals milieuschade, een groeiende ongelijkheid en een dalend vertrouwen van mensen." Er is een omslag nodig van winstgedreven ondernemen, dat enkel aandeelhouderswaarde vooropstelt, naar zinvol ondernemen, dat nuttig is voor alle belanghebbenden van een bedrijf. "De zin van een bedrijf moet zijn op een winstgevende manier oplossingen te bieden voor de problemen van mens, maatschappij en milieu", legt Mayer uit. Elk bedrijf moet zelf zijn zingeving definiëren. "Bedrijven moeten bepalen welke problemen ze willen oplossen, voor wie ze dat willen doen en waarom zij geschikt zijn om die oplossingen aan te bieden", zegt Mayer. "Wat is de zin van mijn onderneming en hoe kunnen het management en het bestuur die het best verwoorden? Die vraag werkt vaak bevrijdend. Het helpt bedrijven hun kerntaken te bepalen en zich strikt toe te leggen hun bestaansredenen." Die omslag naar inclusief kapitalisme en zinvol ondernemen vergt veranderingen op vier niveaus, legt Mayer uit. "In de wet- en regelgeving, bij de aandeelhouders en de raden van bestuur, bij de rapportering en prestatiemetingen, en rond financiering en investeringen", verduidelijkt hij. In die vier domeinen primeert nu nog het belang van de aandeelhouders en de financiële winst. Voor een verschuiving van de focus naar alle belanghebbenden en zingeving is een mentaliteitswijziging nodig. Eigenaarschap moet primeren op aandeelhouderschap, aldus Mayer. "Aandeelhouders moeten behalve delen in de winst, ook verantwoordelijkheid tonen door de zingeving van een bedrijf mee te bepalen en ervoor te zorgen dat de waarden, het bestuur en de meetinstrumenten voorhanden zijn waarmee het bedrijf die zingeving kan waarmaken." Die roep om een nieuwe vorm van ondernemen is ook Abigail Levrau niet ontgaan. Zij is professor deugdelijk bestuur aan de UGent en directeur bij Guberna, het Belgisch instituut voor bestuurders. "Bedrijven staan onder druk van de samenleving, de regelgever en grote institutionele beleggers", stelt ze. "Raden van bestuur kunnen niet langer blind blijven voor sociale en milieuthema's, en bedrijven kunnen hun stakeholders niet negeren. We evolueren naar een kennismaatschappij, waarin klanten, werknemers en andere belanghebbenden een rol krijgen. Zij zijn, naast het klassieke financiële kapitaal, belangrijk sociaal kapitaal, dat betrokken moet worden bij bedrijven." Helemaal nieuw is dat niet, zegt Levrau: "Jaren geleden was CSR (maatschappelijk verantwoord ondernemen, nvdr) al wat de klok sloeg, nu gaat de aandacht naar ESG (environmental, social and governance, nvdr) en duurzaamheid. Deels is het oude wijn in nieuwe zakken." Dat neemt niet weg dat raden van bestuur ermee aan de slag moeten. "Daar is zeker nog werk aan de winkel", meent Levrau. "Vaak is het nog windowdressing of wordt het onvoldoende geïntegreerd in de ondernemingsstrategie." Dat zegt ook Geert Janssens, de hoofdeconoom van Etion, het forum voor geëngageerd ondernemen. "De hamvraag is hoe sterk het belang van zingeving en alle stakeholders ingebakken zit in het DNA van een bedrijf", zegt hij. "Bij kleinere bedrijven hangt dat vaak samen met de waarden van de bedrijfsleider. Bij grotere, beursgenoteerde bedrijven is dat DNA abstracter en is het vaak moeilijker die stakeholderbenadering door te duwen." Toch is het volgens Janssens niet per definitie moeilijk inclusief ondernemen in te voeren: "Geef werknemers hun zeg op de werkvloer, een stem in grote beslissingen en inzage in de financiën. Zorg voor een klokkenluidersregeling. Beman je raad van bestuur met genoeg externe en kritische stemmen. Met transparantie, een kritische geest en een verankerde langetermijnvisie kom je al een heel eind." Etion helpt bedrijven in gesprek te gaan met hun stakeholders. "Door te luisteren naar hoe klanten, leveranciers of andere belanghebbenden de toekomst van het bedrijf en de sector zien, krijgen bedrijven belangrijke inzichten over hun levensvatbaarheid", legt Janssens uit. "Vooral voor grote veranderingen zoals digitalisering, klimaat, vergrijzing en robotisering. Inclusief of stakeholdergericht ondernemen vergt ook nieuwe resultaatsmetingen. "Daar heerst nog veel verwarring rond", zegt Colin Mayer. "We hebben criteria nodig die alle bedrijven wereldwijd kunnen toepassen, zoals koolstofuitstoot om de klimaatimpact te meten, of de loonkloof om de ongelijkheid in kaart te brengen. Daarnaast zijn specifieke criteria nodig voor sectoren of zelfs individuele bedrijven." Ook raden van bestuur kunnen hun steentje bijdragen, stelt Levrau: "Ze kunnen bijvoorbeeld de verloning van het management deels laten afhangen van niet-financiële doelen, zoals werknemerstevredenheid of duurzaamheid." Geert Janssens van Etion pleit voor een combinatie van meetbare doelstellingen, waarin financiële winstgevendheid zeker nog een plaats verdient. "Winst blijft primordiaal, want zonder winst kan een bedrijf niet overleven", stelt hij. Door zingeving en nut centraal te stellen, zullen de uitwassen van de gangbare ondernemingsdoctrine verdwijnen, hoopt Mayer. Het kan niet langer dat enkel overheden dat als taak hebben. "Het onderscheid tussen de overheid als hoeder van het openbaar belang en bedrijven als winstmachines voor aandeelhouders gaat niet meer op. Zeker als je kijkt naar de impact die sommige bedrijven hebben op mensenlevens en de leefomgeving", zegt hij. De situatie dat bedrijven over grenzen heen enkel hun eigenbelang najagen en dat overheden regelgevend achterop hinken, is niet langer houdbaar. "Bedrijven moeten oog hebben voor de impact die ze hebben op mens, milieu en maatschappij."