Vlaamse bedrijven wachten niet op een vrijhandelsakkoord om naar Canada trekken. Dat ondervindt ook Mieke Pynnaert. Zij leidt het kantoor van Flanders Investment & Trade (FIT) in Montreal. Ondernemers kunnen er terecht voor advies bij hun eerste zakelijke stappen in Canada. "Drie weken geleden kreeg ik een handelszending van negen bedrijven over de vloer," vertelt Pynnaert. "Na amper een week hadden al drie bedrijven een contract op zak. Het was hun eerste bezoek aan Canada. De bestelbonnen waren getekend. In mijn 15-jarige carrière had ik dat nog nooit meegemaakt."
...

Vlaamse bedrijven wachten niet op een vrijhandelsakkoord om naar Canada trekken. Dat ondervindt ook Mieke Pynnaert. Zij leidt het kantoor van Flanders Investment & Trade (FIT) in Montreal. Ondernemers kunnen er terecht voor advies bij hun eerste zakelijke stappen in Canada. "Drie weken geleden kreeg ik een handelszending van negen bedrijven over de vloer," vertelt Pynnaert. "Na amper een week hadden al drie bedrijven een contract op zak. Het was hun eerste bezoek aan Canada. De bestelbonnen waren getekend. In mijn 15-jarige carrière had ik dat nog nooit meegemaakt."Pynnaert: "Omdat een vrijhandelsakkoord altijd interessant is, voor elke economie. Bij een goedkeuring van CETA verdwijnen de douanetarieven voor meer dan 90 procent van de producten. Dat klinkt misschien idealistisch, maar we spreken over belangrijke Vlaamse exportproducten, tot en met chocolade. Onze exporteurs krijgen nog meer kansen dan voorheen, omdat hun producten goedkoper worden voor de Canadese consument. Voor de Canadese exporteurs geldt net hetzelfde. De douanetarieven op de beroemde Canadese maple syrup (siroop op basis van het sap van de esdoorn, nvdr.) gaan naar nul. Mooi toch?"Pynnaert: "Juist daarom is een handelsakkoord positief. Niet alleen de invoerrechten vallen weg. Belgische bedrijven zullen ook kunnen deelnemen aan openbare aanbestedingen. Onze baggeraars krijgen kansen nu in Canada. Die hadden ze tot nog toe niet, evenmin als alle andere buitenlandse bedrijven. Ik ken een Vlaams bedrijf dat de beste prijs bood bij een openbare aanbesteding door een Canadese provincie, maar toch het onderspit moest delven. Het Vlaams bedrijf had immers geen adres in Canada. Een Canadees bedrijf won de aanbesteding, ook al bood het een hogere prijs. Zo'n verhalen worden verleden tijd dankzij CETA."Pynnaert: "Met nog geen 40 miljoen inwoners is Canada geen al te grote markt, maar wel interessant voor wie de Noord-Amerikaanse markt wil bewerken. Begin best in Quebec, de meest Europese provincie van Canada. De eerste taal is er Frans, gesproken door meer dan 80 procent van de inwoners. Zij hebben een grotere affiniteit met Europa. Dat maakt export naar Quebec gemakkelijker. Van daaruit kan je dan de rest van Canada verkennen.De Engelstalige provincies van Canada hebben een meer Amerikaanse cultuur. Zakendoen in Toronto of Vancouver is heel anders dan in Quebec. Je moet al geluk hebben om in Toronto iemand te vinden die Frans spreekt. Vanuit Toronto zal je dus moeilijk de markt in Quebec kunnen bewerken. Onderschat dat taalaspect niet.Tussen de Québécois en de Vlamingen is er extra affiniteit. Geschiedkundig hebben wij een gelijkaardige strijd gevoerd om taal en cultuur. Allebei zijn we omringd door landen waar wereldtalen gesproken worden. Dat speelt in grote mate mee."Pynnaert: "Dat klopt. Maar Vlaamse ondernemingen hebben daar iets op gevonden. In plaats van zich louter toe te leggen op export, sluiten ze partnerschappen af met Canadese bedrijven. Een Vlaamse machineproducent kon zijn assortiment verbreden dankzij een collega in Quebec. Beiden sloten een partnerschap. De Vlaamse producent verdeelt de machines van zijn Canadese collega in Europa. Omgekeerd verkoopt de Canadese producent de Vlaamse machines in Canada. Zo versterken ze elkaar. Dat zie ik ook in andere sectoren.Zo'n partnerschappen liggen minder voor de hand voor consumentenproducten, zoals chocolade of pralines. Toch ken ik een Canadese pralineproducent die een welbepaalde praline uit Vlaanderen importeert. Niemand in Canada weet dat het om een Vlaamse praline gaat."Pynnaert: "De top 5 van ingevoerde goederen zijn chemie- en farmaproducten, transportmateriaal, mineralen, voeding en dranken. Ieder bedrijf moet voor zichzelf uitmaken of Canada interessant is, en zijn strategie bepalen. Als uitvalsbasis voor de VS is Canada interessant voor dienstenleveranciers. Ik denk vooral aan IT-specialisten, softwareontwikkelaars, en bedrijven in de audiovisuele of creatieve sectoren. Dat zijn weinig ontgonnen terreinen."Pynnaert: "Beter dan in België. Je hebt geen kapitaal nodig. Je kunt met nul dollar een bedrijfje oprichten. De statuten moeten niet bij een notaris passeren. Een advocaat is voldoende. Maar Canada blijft een federale staat. Dat maakt het boekhoudkundig iets complexer. Je zal niet alleen een federale vennootschapsbelasting moeten betalen, ook een provinciale."Pynnaert: "Dat hangt van de provincie af. Alberta, Newfoundland en Labrador zijn erg afhankelijk van oliewinning. Door de lage olieprijzen kennen ze vandaag een negatieve groei. Dat trekt het totale Canadese groeicijfer naar beneden. In 2015 bedroeg de groei 1,1 procent. Dit jaar wordt een groei van 1,5 procent verwacht. Industriële provincies als Ontario en Quebec hebben dan weer voordeel bij de lage energieprijzen. Zij scoren groeivoeten van meer dan 2 procent.Maar ik kijk weinig naar die groeicijfers om. Ze zijn gewoon geen goede indicator voor zakelijke kansen in Canada. Het is niet omdat de groei tegenvalt, dat je geen contracten kunt versieren in dit land."Pynnaert: "België en Vlaanderen hebben een uitstekende naam in Canada. Dat komt door de historische banden. Tijdens WO I en II zijn heel veel Canadezen gesneuveld in Vlaanderen. Overal in Canadese bedrijven is er altijd wel iemand met voorvaderen begraven in de oorlogsgraven rond Ieper. En tijdens WO II heeft Canada een groot stuk van België bevrijd. Ook dat speelt dat een belangrijke rol.Eerlijk gezegd, in het Franstalige Quebec weten ze zeer goed dat Wallonië het vrijhandelsakkoord met Canada tegenhoudt. Ik word hier met een scheef oog bekeken tot ik zeg dat ik voor de Vlaamse overheid werk. In de Engelstalige provincies daarentegen maakt de pers geen onderscheid. Daar luidt het dat België het akkoord blokkeert. Dat Quebec zich beter bewust is van de Belgische situatie is niet onlogisch. Het is een Canadese provincie met eigen structuur, een eigen taal, en zelfs een eigen diplomatie. Ze heeft aparte vertegenwoordigingen in het buitenland. Ondernemers uit Quebec kennen de Belgische toestanden, en hebben daar meer begrip voor. Maar de ontgoocheling over de blokkering van CETA is groot, in heel Canada."