Belgische ondernemers hebben nog twee maanden om de 514 miljoen euro aan investeringen in start-ups en scale-ups van 2018 te overtreffen. Met eind oktober 433 miljoen euro opgehaald kapitaal op de teller, zullen ze dat wellicht net wel of net niet halen. Wel zullen ze onder de 767 miljoen euro van 2017 blijven - de piek. In 2015 bedroeg het totaal aan opgehaald kapitaal nog maar 285 miljoen euro. Twee grote kapitaalrondes dit jaar, Collibra met 100 miljoen dollar en Showpad met 70 miljoen dollar, deden - omgerekend naar euro - dat cijfer snel aandikken. "Ik ben er vrij zeker van dat we beter zullen scoren dan in 2018", zegt Omar Mohout van Sirris. "De jongste vier jaar zie je ook hoe er elk jaar een tiental fondsen - grotere fondsen dan vroeger - bijkomt in België, waardoor er meer geld in de markt stroomt."

De cijfers komen uit de studie #BeTech Landscape 2019 van Sirris voor de werkgeversorganisatie Voka West-Vlaanderen. Omar Mohout, entrepreneurship fellow van het onderzoekscentrum Sirris, bekeek het Belgische ecosysteem van start-ups. Voka West-Vlaanderen wilde weten hoe de techscene van de kustprovincie presteert in vergelijking met de andere provincies van het land. West-Vlaanderen scoort daarin het laagst van de Vlaamse provincies, met 7 procent digitale bedrijven tegen 18 procent voor de koploper Antwerpen (zie tabel). Ook als we kijken naar de investeringen in digitale bedrijven is West-Vlaanderen de laatste Vlaamse provincie met 7 procent. Limburg haalt 14 procent en koploper Vlaams-Brabant 21 procent (zie tabel).

Uit de studie blijkt hoe het start-uplandschap zich de afgelopen tien jaar in België heeft ontwikkeld, met Brussel als trekker, op enige afstand gevolgd door Gent en Antwerpen. Die laatste twee steden volgen dicht op elkaar. Nog wat verder daarachter vervolledigen Leuven en Hasselt de top vijf van Belgische start-upsteden. De twee West-Vlaamse steden waar start-ups het sterkst staan zijn niet verrassend Kortrijk en Brugge. In de top vijf van de sectoren waarin digitaal België sterk staat, springen de gezondheidszorg (healthtech) en de industrie (manufacturing) eruit, gevolgd door human resources, de financiële sector en de marketingwereld.

Gemeenschappelijke visie

Volgens Omar Mohout van Sirris is er te veel onderlinge concurrentie terwijl steden en provincies beter met elkaar zouden samenwerken. "Er is geen gemeenschappelijke visie", zegt Mohout. "Elke stad in Vlaanderen wil tegenwoordig een healthtech city zijn." Omar Mohout maakt de vergelijking met Nederland, waar wel een gemeenschappelijke visie is en steden zich specialiseren in een bepaalde sector. Rotterdam is er bijvoorbeeld de hub voor logistieke technologie en Amsterdam specialiseert zich in financiële technologie.

Dat wil niet zeggen dat provincies niets kunnen doen. West-Vlaanderen kan bijvoorbeeld een voorbeeld nemen aan Limburg. "Limburg is de enige provincie met een visie op hoe het zijn ecosysteem kan versterken. Het kijkt niet alleen naar de steden Hasselt en Genk, maar naar welke hefbomen het heeft op regionaal vlak. Het komt erop aan op basis van data beslissingen te nemen over hoe je je kennisweefsel versterkt in plaats van elke burgemeester te laten opkomen voor zijn eigen stad."

In het magazine Ondernemers ijvert Bert Mons, algemeen directeur Voka West-Vlaanderen, ervoor de cijfers uit de studie als een kans te zien in plaats van te klagen. Het komt er volgens Mons op aan Europese techparels naar West-Vlaanderen te halen en de eigen scale-upbedrijven versneld te laten doorgroeien. Hij verwijst naar de creatieve maakindustrie en de voedingsindustrie als "sterkhouders" van de West-Vlaamse economie. Wie neemt het initiatief voor een overkoepelende visie op het Belgische ecosysteem, waarbij wordt afgesproken waarin welke regio zich specialiseert? Met een West-Vlaamse hub voor manufacturing en foodtech?

percentage digitale bedrijven © Sirris