Scaleup Vlaanderen bestaat sinds 2016. De technologiefederatie Agoria en Sirris, het onderzoekscentrum van de technologische industrie, startten het begeleidingsprogramma op, om beloftevolle bedrijven te helpen groeien. Het gaat om scale-ups die enkele honderdduizenden euro's omzet draaien, al een markt voor hun product hebben en aan de vooravond van een internationale groeiversnelling staan. Sinds de oprichting heeft Scaleup Vlaanderen al honderd bedrijven begeleid met intensieve trajecten van een paar maanden.
...

Scaleup Vlaanderen bestaat sinds 2016. De technologiefederatie Agoria en Sirris, het onderzoekscentrum van de technologische industrie, startten het begeleidingsprogramma op, om beloftevolle bedrijven te helpen groeien. Het gaat om scale-ups die enkele honderdduizenden euro's omzet draaien, al een markt voor hun product hebben en aan de vooravond van een internationale groeiversnelling staan. Sinds de oprichting heeft Scaleup Vlaanderen al honderd bedrijven begeleid met intensieve trajecten van een paar maanden. "Van die honderd bedrijven zijn er slechts drie verdwenen, vijf zijn overgenomen en twee maken nu deel uit van een joint venture", zegt Omar Mohout, entrepreneurship fellow van Sirris. "Samen hebben die bedrijven 96 miljoen euro durfkapitaal opgehaald en meer dan duizend banen gecreëerd. Een kwart van die honderd bedrijven heeft een kantoor geopend." Scaleup Vlaanderen maakt deel uit van een weefsel van begeleidingsorganisaties, dat in de afgelopen tien jaar in ons land is ontstaan om jonge technologiebedrijven te helpen groeien. Ondernemers die zo'n bedrijf oprichten, moeten heel veel tegelijk leren en kunnen wel wat coaching gebruiken. Vaak moeten ze het al meteen opnemen tegen concurrenten uit de Verenigde Staten of China. Die internationalisering, met inbegrip van kapitaalrondes van 30 à 40 miljoen euro om de buitenlandse groei te financieren, is een van de grootste nog overblijvende pijnpunten voor Belgische techbedrijven. Daarom hebben Agoria en Sirris er vanaf dit jaar imec.istart als derde partner bij gehaald. Internationalisering is een van de sterke punten van de accelerator, die vorig jaar in de top vijf stond van 's werelds beste aan een universiteit verbonden acceleratoren. "Organisaties als Start it@KBC, Birdhouse en imec.istart focussen voornamelijk op de opstartfase, maar in een gezond ecosysteem is het ook nodig meer mature bedrijven te ondersteunen", zegt Sven De Cleyn, programmamanager van imec.istart, dat verbonden is aan het Leuvense onderzoekscentrum voor nano-elektronica en digitale technologie imec. "De belangrijkste pijnpunten van scale-ups zijn internationalisering, technologie, toegang tot talent en financiering. We proberen op elk van die vier pijnpunten zo veel mogelijk remmen weg te nemen." "Ons programma wordt het meest complete programma voor start-ups en scale-ups in Vlaanderen", zegt Frederik Tibau, expert digital innovation & growth van Agoria. De coachingtrajecten blijven behouden, maar er komen ook masterclasses en individuele begeleiding rond thema's als financiering of de organisatie klaarstomen voor een snelle groei. Techbedrijven die mogen meedoen met het programma kunnen ook een technologiescreening krijgen, worden tijdens events en via het netwerk van de drie organisatoren gekoppeld aan interessante partners, en gaan op missies naar potentiële markten in het buitenland. De overheid betaalt twee derde van de deelnameprijs voor het programma, het deelnemende bedrijf een derde. Het Vlaams Agentschap voor Innovatie en Ondernemen (Vlaio) schrijft om de vier jaar een aanbesteding uit, waarop organisaties die bedrijven ondersteunen kunnen intekenen. Dit jaar begint een nieuwe vierjarige cyclus, en het consortium Agoria, imec.istart en Sirris is gekozen in de categorie 'selectieve begeleiding van groeibedrijven'. Bij de bekendmaking van de organisaties die geld zouden krijgen van de overheid om ondernemerschap te begeleiden, rees de vraag of dat wel een taak is voor de overheid. "De overheid heeft een cruciale rol gespeeld bij alle belangrijke technologiehubs, van Silicon Valley over Singapore tot Shenzhen", stelt Frederik Tibau. Hij, Mohout en De Cleyn zijn spilfiguren in het ontstaan van een techecosysteem in ons land. Hoe meer succesverhalen naar boven kwamen, hoe meer het drietal de ambitie bij Vlaamse ondernemers zag toenemen. "Rolmodellen zijn belangrijk", zegt Sven De Cleyn. "Bij imec.istart heb ik de ambities van de Belgische techondernemer enorm zien toenemen." Volgens Mohout komt erop aan die ambitie de juiste vorm te geven: "In Europa, en zeker in Vlaanderen, zijn bedrijven heel goed in het ontwerpen van een product, maar ze schieten tekort in het te gelde maken ervan. Een veel minder geavanceerde concurrent uit de VS steekt hen dan voorbij, haalt meer geld op en neemt ze misschien zelfs over. Go-to-market is een belangrijk deel van ons programma. We hebben veel start-ups, maar we hebben meer bedrijven nodig die doorgroeien, economische waarde en banen creëren, naar het buitenland gaan en een voorbeeld zijn voor de rest." De coronapandemie gooit voor groeiende bedrijven roet in het eten. Internationale missies zijn niet meer mogelijk, techevents zijn uitgesteld of vinden digitaal plaats, heel wat bedrijven besparen. "Er zijn ook positieve kanten aan voor onze scale-ups", zegt Frederik Tibau. "De digitalisering verloopt bijvoorbeeld veel sneller. In sectoren waar de digitalisering anders nog tien jaar zou hebben geduurd, kan nu plots al heel wat. SaaS-bedrijven (bedrijven die softwareabonnementen verkopen, nvdr) komen daar heel goed uit. De gevreesde kaalslag in de start-upscene is er niet gekomen." Sven De Cleyn beaamt dat: "We hebben zo'n 220 bedrijven begeleid bij imec.istart. Sinds de start van de coronacrisis hebben we geen enkel bedrijf verloren, en ik heb niet het gevoel dat daar in de komende drie à vier maanden verandering in komt. 50 tot 60 procent groeit minstens even snel als daarvoor, bij 20 à 30 procent gaat het zelfs sneller. Voorbereiding is alles. Het is niet omdat buitenlandse missies op dit moment niet mogelijk zijn, dat we bedrijven niet kunnen voorbereiden op wat voor hen de meest relevante markten zijn. Net omdat mensen minder reizen, hebben ze meer tijd voor meetings. Het is nu vaak makkelijker het eerste gesprek met een potentiële klant aan te gaan." Toch blijft Frederik Tibau voorzichtig. Hij vindt het nog te vroeg om de impact van de coronacrisis in te schatten. "Sommige sectoren zijn zwaarder getroffen, zoals hospitality, events, de reissector. De echte gevolgen van de crisis zullen in het komende jaar duidelijk worden. Een aantal grote bedrijven kan in een conservatieve reflex schieten en minder met jonge techbedrijven samenwerken."