Ik had onlangs een businesslunch . Niet dat ik dat nog veel doe. Ik vind het nogal tijdrovend, al dat getafel. Maar goed, af en toe maken we van de nood toch een deugd. Dus daar zat ik met mijn tafelgenoot, in een zonovergoten Vilvoorde, met een non-alcoholisch aperitief en een prachtig uitzicht. Ik had mijn tafelgenoot uitgenodigd. Hij was een interessant contact voor mij. Na een kwartiertje smalltalk viel me vooral op hoe gestresseerd de man was. Hij sprak snel, over zijn werk, over alle dingen die hij nog moest doen en hij vroeg zich af hoe hij die in godsnaam gedaan zou krijgen.

Hij was verantwoordelijk voor een team van mensen en hij had targets gekregen. Hij moest en zou die halen, want hij was ambitieus. Hij werkte in een groot bedrijf, met de corporate-toestanden, u kent het wel. Dat vertaalt zich meestal in een hele dag vergaderen, strakke schema's. Ook dat viel mijn tafelgenoot te beurt: hij zat hele dagen in meetings, kwam aan het einde van de dag aan zijn bureau en vond daar een massa e-mails. In het bedrijf waarvoor hij werkte, was een doorlichting van de processen aan de gang. Zijn baas had er niet beter op gevonden hem te laten antwoorden op alle vragen die hij van het auditcomité kreeg. Daarnaast was er nog zijn eigen werk. Daar kwam hij eigenlijk niet meer toe.

Het vervolg op zo'n vergaderdag was 's avonds thuiskomen, twee uur voorzien voor drie kleine kinderen, weer achter de laptop gaan zitten en e-mails beantwoorden tot middernacht. Hij maakte zich zorgen, want hij had zijn kinderen beloofd het nieuwe zwembad op te zetten, maar hij had nog zoveel werk en hij wist niet hoe hij dat allemaal gedaan moest krijgen. "Neem een dagje vrij", zei ik hem. Dat kon niet, in zijn organisatie waren er slechts twintig dagen vakantie op te nemen en die gingen op aan de schoolvakanties. Voor mij zat een paard dat zich aan het doodlopen was. Ik zag een jonge man die de dingen goed wilde doen voor iedereen die aan zijn mouw trok. Alleen vergat hij zichzelf.

Een paard dat te hard loopt, loopt zich te pletter.

Ik heb aan mijn tafelgenoot gezegd dat hij in de rode zone zat. Het gesprek nam een totaal andere wending dan wat ik oorspronkelijk voor ogen had, maar dat deerde me niet. Het leek alsof hij wakker werd geschud. Ik maak mensen er attent op als ik zie dat ze zichzelf voorbijlopen. Het is de taak van ons allemaal mensen te wijzen op het feit dat ze in het rood gaan, voor er ongelukken gebeuren. Een paard dat te hard loopt, stopt niet voor een muur, het loopt zich te pletter. Behoed uw medemens daarvoor, u kunt daarmee het verschil maken.

Ik heb zelf ooit die fout gemaakt. Ik zag het niet van mijn medewerker. Het was iemand die extreem veel belang hechtte aan status, maar die ook leefde voor zijn werk. Misschien te extreem. Alleen zag ik dat toen niet. Hij begon ook fouten te maken, niet omdat hij niet competent was, maar omdat hij te hard liep. Alleen zag ik dat toen niet. Hij is er niet meer, mijn medewerker. Een harde les. Ons land heeft de hoogste zelfmoordcijfers van West Europa: we werken ons te pletter en we zijn binnenvetters.

Mensen die te hard gaan, geef ik een signaal dat het anders kan. Of het nu een klant, een leverancier of een hooggeplaatste politicus is: het blijven mensen achter de functie en allemaal hebben ze hun kwetsbaarheden. Mijn tafelgenoot gaf me de indruk dat hij niets nog zelf kon beslissen en daardoor amper nog op adem kon komen. Ik vertelde hem dat hij het stuur van zijn leven zelf in handen moest nemen, anders zou het fout lopen. Werkautonomie verlaagt het stressniveau. Mijn advies is natuurlijk niet in elke organisatie eenvoudig, maar toch: er zal geen man overboord zijn als je die twintig mails niet vandaag beantwoordt. "Als ze het écht willen weten, dan bellen ze je wel", zei ik mijn tafelgenoot. "Vergeet niet te leven. Je hebt er maar één."

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht op het gratis nummer 1813 en www.zelfmoord1813.be.