De Vlaamse regering bereidt met proefprojecten de brede invoering van duaal leren voor. De proeftuinen situeren zich in het arbeidsmarktgerichte segment van het technisch en beroepssecundair onderwijs en in het stelsel 'leren en werken': van elektromechanica en chemische procestechnieken over elektrische installaties, ruwbouw, zorg en haarverzorging, tot groenaanleg en -beheer.
...

De Vlaamse regering bereidt met proefprojecten de brede invoering van duaal leren voor. De proeftuinen situeren zich in het arbeidsmarktgerichte segment van het technisch en beroepssecundair onderwijs en in het stelsel 'leren en werken': van elektromechanica en chemische procestechnieken over elektrische installaties, ruwbouw, zorg en haarverzorging, tot groenaanleg en -beheer. Duaal leren is geen synoniem van werkplekleren. Het gaat om veel meer dan inoefenen, meelopen of ervaring opdoen. Eigen aan duaal leren is dat het grootste deel van de competenties op de werkvloer verworven wordt. Leren staat centraal. Jongeren die voor duaal leren opteren, moeten een onderwijskwalificatie kunnen behalen, of minstens een op de arbeidsmarkt erkende beroeps- of deelkwalificatie. Net daarom vraagt duaal leren veel zorg voor de kwaliteit van de werkplek, de opvolging en de afstemming tussen school en werkplek. Duaal leren kan zorgen voor een betere aansluiting met de arbeidsmarkt, zonder de doorstroom naar het hoger onderwijs te belemmeren. Duale trajecten staan daarom het beste evenwaardig náást voltijdse schooltrajecten, zodat leerlingen en wie hen omringt kunnen kiezen in functie van leerstijl, motivatie en rijpheid. Slagen we daar niet in, dan kan duaal leren de zoveelste trap van de waterval worden. De lat ligt hoog. Wellicht daarom ontlokt dit plan twijfels over de haalbaarheid, de wenselijkheid en de toegevoegde waarde. Tijdens de gesprekken die ik als voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren voer, krijg ik weleens te horen dat Vlaanderen met duaal leren opteert voor een onderwijsvorm van het verleden. Duaal leren wordt vaak met industrie en ambacht geassocieerd, met de timmerman, de metselaar, de smid en de slager; met gezellen die in de ambachtsschool of door keurmeesters al werkend gevormd worden tot lid van de gilde. Anderen stellen de vraag waarom we starten met een systeem dat in de bakermatlanden onder druk staat. Studies over duaal leren in Duitsland en Zwitserland wijzen op een dalende bereidheid om te investeren in werkplekken en mentoren. Sommige bedrijven wijzen op de hoge kosten en de toename van planlast. Naarmate duaal leren meer als volwaardige onderwijsvorm wordt gezien, worden werkplekken inderdaad meer geconfronteerd met de typische eisen van een schoolomgeving. In Duitsland wijst een groeiende groep werkgevers op een toenemende afstand tussen almaar complexere jobs en een dalend basisniveau van de leerlingen. Ze maken zich zorgen over de tanende arbeidsmarktrijpheid. Jongeren die de nodige maturiteit en capaciteiten hebben, opteren vaker voor algemeen vormend onderwijs. De stijgende graad van specialisatie in de bedrijven maakt het ook lastiger op één werkplek alle kwalificaties aan te leren. Leerlingen worden daarom aangezet meerdere werkplekken te combineren. Maar dat lusten werkgevers niet. Want waarom investeren in jongeren als die mogelijk bij een andere werkgever starten? Ik begrijp die kritische noten. Ze maken ons bewust van het grote belang van een draagvlak in het bedrijfsleven. Het is niet niks voor een bedrijf om de verantwoordelijkheid te dragen voor de hoofdmoot van de competentieontwikkeling. Het is geen sinecure om personeel pedagogische bekwaamheid bij te brengen en deels vrij te stellen voor de opleiding van leerlingen. Maar zonder een uitgesproken wil om te investeren in de groei van het project, zullen volwaardige duale trajecten een eerder perifeer fenomeen blijven. We mogen echter niet vergeten dat, ondanks toenemende druk, duaal leren in landen als Duitsland of Zwitserland nog altijd groot maatschappelijk aanzien heeft en populair blijft bij jongeren. Waar sommigen duaal leren zien als een onderwijsvorm van het verleden, duikt het almaar vaker op als sluitstuk in visies op onderwijs van de toekomst. Dat maakt het de investering waard. Het aanbieden van duale leerwegen past perfect bij het streven naar flexibilisering en maatwerk in het onderwijs. Het sluit aan bij de brede erkenning van het belang van levensechte leerervaringen. Het past ook naadloos bij een onderwijs dat geënt is op actief leren. In toekomstvisies wordt net daarom gepleit om duaal leren ook in de lerarenopleiding in te voeren, zodat leerkrachten in opleiding sneller en langer worden ondergedompeld in een reële schoolervaring.