Ayming is een internationale groep met 1500 werknemers in zestien landen en focust zijn advies voornamelijk op efficiëntieverbetering in personeelsbeleid, financiën en innovatie.
...

Ayming is een internationale groep met 1500 werknemers in zestien landen en focust zijn advies voornamelijk op efficiëntieverbetering in personeelsbeleid, financiën en innovatie. "We verbeteren de prestaties van ondernemingen", zegt Geert Goupez, de operationeel directeur van Ayming België. "Enerzijds door te kijken of ze alle financieringskanalen goed benutten en anderzijds door de mogelijkheden om kosten naar beneden te halen te bekijken. "Met zijn O&O-barometer wil Ayming jaarlijks de indirecte publieke O&O-financiering onder de loep nemen. Dat deed het voor de eerste keer via een online-enquête bij 128 CEO's, financieel directeurs en O&O-directeurs van representatieve bedrijven in België. De samenstelling van die groep is regionaal gespreid en telt 37 procent kmo's, 29 procent middelgrote ondernemingen en 34 procent grote ondernemingen.Van de maatregelen die de federale regering neemt, wordt de ene al beter benut dan de andere, zo blijkt. Van de ondervraagde bedrijven passen zeven op de tien de gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsverheffing voor onderzoekers toe. Dat lijkt best een goed resultaat, maar volgens Geert Coupez zou een versoepeling van de maatregel een goed idee zijn. "Niet elke innovatie valt onder de definitie van O&O die wordt gehanteerd om in aanmerking te komen voor een korting op de bedrijfsvoorheffing", zegt hij. "Daardoor vallen heel wat op innovatie georiënteerde bedrijven uit de boot. De maatregel bestaat al sinds 2007 en de toepassing is redelijk eenvoudig. Onze enquête gebeurde bovendien bij een specifieke doelgroep van gespecialiseerde, innovatieve ondernemingen. In die context is het toch opvallend dat nog altijd drie op de tien de korting voor onderzoekers niet toepassen."De investeringsaftrek of het belastingkrediet voor investeringen in O&O is blijkbaar nog minder bekend. 44 procent van de bevraagde ondernemingen maakt er gebruik van. Het gaat om een belastingaftrek naar rato van de investeringen in O&O. Hij komt neer op een vermindering van de belastbare basis en kan interessant zijn om de kosten in een O&O- onderneming te optimaliseren. "De voornaamste redenen waarom hij niet vaker wordt toegepast, is een gebrek aan informatie. Daardoor blijft investeringspotentieel onderbenut", zegt Coupez. "Bovendien passen sommige bedrijven de aftrek niet toe omdat die enkel van toepassing is op gekapitaliseerde investeringen op de balans. Een probleem daarbij is vooral dat ze kosten niet meteen van de winst mogen aftrekken, maar dat ze eigenlijk belastingen moet voorfinancieren en die pas later via afschrijving kunnen recupereren."Ook de aftrek voor octrooi- of innovatie-inkomsten wordt onvoldoende benut, zo blijkt uit de O&O-barometer. Zes op de tien ondernemingen gebruiken hem niet. Nochtans laat de maatregel toe inkomsten die zijn toe te wijzen aan een octrooi of een innovatie beschermd door auteursrecht, als een belastingaftrek te boeken. "Daar zijn de complexiteit en de implementatiekosten de belangrijkste reden voor onderbenutting van de maatregel."Nog erger is het gesteld met het Europese SME Instrument. Dat is een vorm van directe financiering in het kader van het Horizon 2020-programma. Slechts een op de tien kmo's maakt er gebruik van. "Nochtans is het een toegankelijke maatregel", zegt Coupez. "Europa probeert de aanvaardingsprocedure te vereenvoudigen, maar er bestaan misvattingen over welke ondernemingen als kmo's worden beschouwd. Te veel bedrijven gaan er verkeerdelijk vanuit dat ze niet voldoen aan de criteria."Hoewel de Belgische bedrijven de ondersteuningsinstrumenten onvoldoende blijken te benutten, is het zelfvertrouwen bij de Belgische bedrijven uit de O&O-barometer wel groot. 90 procent is optimistisch over het aantal innovaties dat ze lanceert en over het toekomstige succes ervan. Toch is dat optimisme volgens Ayming niet meteen te danken aan de ondersteuningsmaatregelen. "Ondernemers hebben niet altijd het gevoel dat de ondersteuning een directe impact heeft op de groei", zegt Coupez. "We zien daarin een kans voor de regering om een duidelijker innovatiebeleid te voeren. Idealiter houdt dat behalve minder complexiteit ook een marketingcampagne in over de ondersteuningsmogelijkheden in O&O. Die zijn nog te weinig bekend. Zo'n informatiecampagne verduidelijkt dat de O&O-financiering een strategisch element moeten zijn in het businessplan van innovatieve ondernemingen."