Wie door Oeganda reist, ziet bijna uitsluitend jonge gezichten. Twee derde van de bevolking is jonger dan 25 jaar en de gemiddelde leeftijd is amper 16. De verwachting is dat de bevolking de komende decennia zal verdubbelen tot meer dan 90 miljoen mensen. De Human Development Index, een graadmeter voor de rijkdom van een land, zet Oeganda op plaats 162.
...

Wie door Oeganda reist, ziet bijna uitsluitend jonge gezichten. Twee derde van de bevolking is jonger dan 25 jaar en de gemiddelde leeftijd is amper 16. De verwachting is dat de bevolking de komende decennia zal verdubbelen tot meer dan 90 miljoen mensen. De Human Development Index, een graadmeter voor de rijkdom van een land, zet Oeganda op plaats 162. De cijfers zorgen voor ongerustheid in het Westen. De vrees is dat de bevolkingsexplosie in Afrika tot massale migratie zal leiden. Een internationaal migratiepact van de Verenigde Naties zorgt daarom al weken voor hoogspanning in de rijke wereld. In ons land brengt het niet-bindende document de regering zelfs aan het wankelen. Terwijl in België het debat volop woedt, reist een groep Vlaamse ondernemers aangevuld met mensen van Unizo, het Vlaamse Instituut voor Technologische Ontwikkeling (VITO) en de Thomas More Hogeschool tien dagen naar Oeganda. Ze zijn samengebracht door Ondernemers voor Ondernemers (OVO), een organisatie die is opgericht om de kloof tussen het bedrijfsleven en de ngo-wereld te overbruggen. "Het idee bij onze oprichting was dat ngo's (niet-gouvernementele organisaties, nvdr) geld zoeken en dat bedrijven dat wel willen geven, maar dat beide elkaar niet vinden", zegt algemeen directeur Björn Macauter. "De meerwaarde van onze organisatie is de cultuurverschillen tussen beide te helpen overbruggen." Twee weken voor de reis organiseerde OVO een debat over de vraag of meer ondernemerschap in het zuiden voor minder migratie kan zorgen. Volgens voorzitter Luc Bonte bestaat er geen twijfel dat de migratie zal blijven toenemen, omdat ondanks de hoge groei in Afrika de inkomenskloof gigantisch blijft. "Het bruto binnenlands product per inwoner bedraagt in Oeganda 600 dollar, in België is dat 41.000 dollar. Zelfs als de economische groei 15 procent zou bedragen, duurt het nog decennia om ons in te halen." Voor professor internationale politiek Jonathan Holslag (VUB) is de ontwikkeling van Afrika een van de grote uitdagingen van deze eeuw. "Het succes van ondernemerschap in Afrika is beperkt", oordeelt hij. "De jongste tien jaar is het aandeel van het continent in de wereldeconomie amper gestegen van 2,4 naar 2,6 procent. Afrika is niet aan het industrialiseren. Er worden vooral producten ingevoerd om door te verkopen. Dat houdt de mensen bezig en geeft ze een inkomen, maar het maakt ze ook afhankelijk van het buitenland en gevoelig voor schokken. Op dat model is geen duurzame groei mogelijk." De eerste indrukken van de Oegandese hoofdstad Kampala bevestigen dat sombere beeld van Afrika. Op elk kruispunt waar het verkeer zich hopeloos vastrijdt, lopen tientallen straatverkopers. Het is een bruisende stad, waar iedereen iets lijkt te verkopen. Oeganda is volgens alle onderzoeken een van de meest ondernemende landen ter wereld. Positief bekeken kan je een lofzang afsteken op de koopmansgeest van de Oegandezen. Net zo goed is dat ondernemerschap het gevolg van een minder prozaïsche werkelijkheid. Mensen moeten een handeltje opzetten om te overleven in de chaos van de uit zijn voegen barstende miljoenenstad. "Dat iemand een zelfstandige verkoper is, maakt hem nog geen ondernemer", merkt iemand op. De handeltjes zijn klein en informeel. Dezelfde onderzoeken die wijzen op het ondernemende karakter van de Oegandees wijzen ook op de beperkte ambitie om te groeien. Hoe zou het ook? Met plaats 122 op de ease of doing business-lijst kan je hetland bezwaarlijk een ondernemersparadijs noemen. Iemand van de Belgische ambassade zal later vertellen hoe corruptie en de talloze benodigde vergunningen het ondernemers knap lastig maken. Desondanks zijn er heel wat Belgen actief in Oeganda. Een van de oprichters van de start-up die het Uber van Afrika wil worden, komt uit ons land ( zie p. 36). Het Belgische Tiger Power tekende net een contract voor zijn eerste twee grote installaties op zonne-energie. De belangrijkste sector blijft evenwel het toerisme. Om aan te tonen dat het Oegandese ondernemerschap meer is dan een doorgeefluik van Chinese prullen, neemt OVO zijn vrijwilligers mee op een driedaagse inspiration tour langs allerlei projecten en bedrijfjes in Kampala. Het doel is succesverhalen te laten zien. Zo trekt het gezelschap naar Innovex, een spin-off van de Kampala Business School die technologie ontwikkelt om zonnepanelen vanop afstand te monitoren en te bedienen. Dat is geen overbodige luxe als je installaties moet beheren die op honderden kilometers van elkaar liggen met alleen onverharde wegen ertussen. Het 'lab' van het bedrijfje is een kleine, donkere ruimte op de universiteitscampus, waar een enkele computer staat. Toch slagen ze erin een hoogtechnologisch product af te leveren. Dat kan op bewondering rekenen bij de Vlaamse ondernemers. "Wij denken dat innovatie onze kracht is, maar dat klopt niet: de echte innovatie zit hier", zegt Macauter. "Ze zijn ontzettend goed in het invullen van behoeften met beperkte middelen. Ze gebruiken veel minder toeters en bellen. In België wordt voor het minste meteen in grote onderzoeksbudgetten voorzien." De meeste indruk maakt ECOaction, een project in een van de vele sloppenwijk. Reagan Kandole is een 26-jarige ondernemer-kunstenaar, die plastic afval als grondstof gebruikt. Naast kunstinstallaties om bewustzijn te creëren, bouwt hij allerlei producten, van systemen om kippen efficiënter te voederen tot muren en zitbanken. Door zijn ondernemerschap kan hij afvalverzamelaars een hogere prijs betalen dan ze elders krijgen. Trots toont hij de internationale prijzen die hij gewonnen heeft voor zijn werk. "We moeten niet op de overheid rekenen om iets te veranderen", voegt hij eraan toe. "Wat mij opvalt is dat ondernemers hier bijna altijd iets willen terugdoen voor hun gemeenschap", zegt Jan Flamend van het consultancykantoor ValueSelling. "Ze vertrekken vanuit een probleem in hun omgeving. Ze willen het leven van hun gemeenschap verbeteren." Nog een rode draad doorheen de verhalen is de moeilijke toegang tot financiering. "Iedereen is op zoek naar geld en betaalbare leningen, maar het standaard rentetarief is hier 32 procent", weet Macauter. "Veel bedrijfjes hebben geen toegang tot financiering, want ze hebben geen onderpand en geen trackrecord." OVO wil die financieringsbehoefte verhelpen, maar wil daarvoor niet meer op giften bouwen. Het zoekt daarom Belgische bedrijven die een lening willen verstrekken aan Afrikaanse projecten. "Veel ondernemers hebben bedenkingen bij de werking van ngo's", merkt Macauter. "Waarom zouden ze niet rechtstreeks in ondernemers in Afrika investeren, business-to-business? Zij kunnen hun ervaring delen, terwijl wij helpen projecten te zoeken, waarin zij kunnen investeren." Giften en altruïsme zijn volgens Macauter niet duurzaam, te gebonden aan personen. En een verhaal rond corporate social responsibility - in de enge zin - werkt niet meer. "Mensen nemen dat niet meer ernstig", klinkt het. In plaats daarvan gelooft hij dat investeringen in Afrika een hr-verhaal moeten worden. "Er is een war for talent aan de gang en werknemers kijken of bedrijven naast een economische ook een sociale missie hebben. Bedrijven kunnen nieuwkomers bijvoorbeeld aanbieden dat ze een week naar Afrika mogen om hun expertise te delen. Dat is een win-winsituatie. Wanneer die persoon terugkomt, heeft hij een andere mindset door de ervaring die hij heeft opgedaan." Frans Verschelden, de oprichter van het bedrijfsrevisorenkantoor Moore Stephens Belgium, ziet er toekomst in: "Wij zoeken naar andere manieren om aan ontwikkeling te doen. We willen geen geld geven, want daar hebben we weinig controle over, maar mensen inzetten." Om interessante projecten te vinden is OVO begonnen met de organisatie van wedstrijden voor groeibedrijven onder de noemer ' Sustainable Technology for Africa'. De beste scale-ups krijgen uitzicht op hulp bij de ontwikkeling van hun businessplan, technologische ondersteuning en een lening van 5000 tot 50.000 euro. "Wij zetten in op de ontwikkeling van de private sector", zegt Macauter. "Kleine ondernemingen zijn de voornaamste motor van jobcreatie en economische groei, meer nog in arme landen dan bij ons." Concreet moeten kandidaten in de Sustech4Africa voldoen aan de drie p's: profit, people en planet. Op termijn moeten ze winst maken, maatschappelijk impact hebben en bijdragen aan een beter milieu. In het voorjaar vond de eerste Sustech4Africa in ons land plaats. "Voor drie van de tien genomineerden zijn we leningen aan het voorbereiden", vertelt Thierry Deflandre, de voorzitter van het investeringscomité van OVO en in het verleden onder meer de topman van Suzuki in ons land. "Een twaalftal vrijwilligers helpen een dossier op te bouwen om dan eventueel zelf een lening te structureren of investeerders te zoeken. Ik geloof niet in giften. Wij werken b2b. Onze voornaamste taak is het identificeren van ondernemers." Een van de dossiers is Innovex uit Kampala. Innovex vraagt OVO een lening van 50.000 dollar. 20.000 dollar voor een eerste productielijn, de rest dient als werkkapitaal. "Wij willen alleen die 20.000 lenen", zegt Deflandre. "Voor het werkkapitaal moeten ze creatief zijn en oplossingen vinden. Dat is ook ondernemerschap." In de zomer lanceerde OVO een oproep aan Oegandese groeibedrijven voor een Sustech4Africa-wedstrijd in Kampala. Ze moesten hun businessplan uit de doeken doen, uitleggen welke impact ze willen hebben en welke investering ze zoeken. Uit de zestig inzendingen zijn tien bedrijven geselecteerd voor een intens driedaags bootcamp, een 'pocket-MBA' waarin ze les krijgen van de Vlaamse ondernemers. De genomineerden komen onder meer uit de landbouw, de energiesector en de financiële diensten. Het bootcamp houdt onder meer sessies en workshops in rond verkoop, financiën, crowdfunding en de ontwikkeling van een zakenmodel. Jan Flamend van ValueSelling neemt de sessie rond verkoop voor zijn rekening: "Vaak hebben ze een uitstekend product of dienst, maar zijn ze te weinig bezig met hoe die te verkopen." Lucie Somers, docent ondernemerschap en innovatie aan Thomas More, geeft een workshop rond business model canvas, een tool om over je bedrijfsplan na te denken. Snel wordt duidelijk dat nog maar weinig deelnemers hebben stilgestaan bij welke klanten ze precies beogen. De stoomcursus bedrijfsbeheer vindt plaats in de Dessign Hub, een incubator voor ontwerp- en communicatiebedrijfjes even buiten het centrum van Kampala. Er zijn co-workingplaatsen, vergaderzaaltjes en je vindt er zelfs de obligate hippe koffiebar. Op dag twee geeft Thierry Deflandre de zwaarste brok, een drie uur durende sessie over financiën. "De lage kwaliteit van de financiële plannen valt op. Vaak is niet eens opgenomen hoe ze de lening denken terug te betalen. Het moeten duurzame bedrijven worden ook nadat wij ons geld hebben teruggekregen." De deelnemers vraagt hij "meer feiten en minder aannames". "Wij willen dat je zo weinig mogelijk leent. Alleen voor activa, werkkapitaal moet je zelf managen. Ik heb daarvoor drie tips: betaal uw leverancier traag, ontvang uw geld snel, en houd weinig voorraad aan." Volgend jaar komen er nieuwe competities in België en Oeganda en komt ook Rwanda voor het eerst aan de beurt. OVO heeft ook een investeringsfonds opgericht. Het doel is dat investeringen voor de helft uit het fonds komen en voor de helft uit de privésector. Het fonds, beheert door de Koning Boudewijnstichting, dient om giften om te zetten in leningen. Gek genoeg vindt OVO makkelijker giften dan leningen bij bedrijven. Bij een gift is het geld nochtans zeker weg, maar een lening blijft in de boeken staan en bedrijven weten niet goed hoe ze daar moeten mee omgaan. Na het bootcamp krijgen de deelnemers twee dagen om zich voor te bereiden op het finale-event, een pitch en een vragenronde van elk vijf minuten waarin ze een onafhankelijke jury moeten zien te overtuigen. Een aantal bezoekers trekt ondertussen naar Murchison Falls, het oudste nationale park van het land. Dwars erdoor leggen de Chinezen een weg aan met E40-allures, omdat er bij het Albertmeer olie is gevonden. Het is een rauwe herinnering aan een heel ander ontwikkelingsmodel. Kan Afrika zich ontwikkelen tot een duurzame economie zonder het vervuilende parcours dat het Westen heeft afgelegd? "Ik weet het niet zeker, maar we moeten het toch proberen", zegt Johan Geysen van VITO. "Het hangt ervan af welke ontwikkeling je bedoelt. Als de hele wereld evenveel papier wil gebruiken als in het Westen, moeten we in een jaar alle bossen kappen. Maar ik geloof dat er ook menswaardig bestaan mogelijk is zonder overconsumptie. We zullen levenskwaliteit anders moeten definiëren. De African dream zal moeten verschillen van de westerse." De jury - negen Belgen en Oegandezen met een link naar de ondernemingswereld - beslist de wedstrijd. De criteria zijn het potentieel van het bedrijf en de markt, het aantal banen en de sociale impact, innovatie en technologisch potentieel, de impact op het milieu en de kwaliteit van de pitch. Akaboxi komt als winnaar uit de bus, een bedrijf dat een toestel heeft ontwikkeld om spaargeld van de plattelandsbevolking te mobiliseren en kredieten te verstrekken. "Het is bewezen in andere Afrikaanse landen dat zulke systemen werken, het zijn verstandige mensen met een uitgewerkt model, en ze doen op geen enkele manier een beroep op giften", roemt Macauter de winnaars. De topman van Akaboxi, Joshua Businge, heeft de boodschap die hij wil uitdragen klaar: "Wij willen het denken van de mensen in de dorpen veranderen door financiële inclusie. Nu OVO ons heeft doorgelicht, hopen we ook andere investeerders aan te trekken."