Elk jaar organiseert de hr-dienstengroep Acerta een peiling onder de Belgische bedienden naar hun werkplannen. Voor het Candidate Pulse-onderzoek 2015 werden 1500 Belgische bedienden ondervraagd. Een opvallend resultaat is dat 51 procent van de respondenten zich binnen het jaar van baan ziet veranderen. Vorig jaar was dat nog 45 procent.
...

Elk jaar organiseert de hr-dienstengroep Acerta een peiling onder de Belgische bedienden naar hun werkplannen. Voor het Candidate Pulse-onderzoek 2015 werden 1500 Belgische bedienden ondervraagd. Een opvallend resultaat is dat 51 procent van de respondenten zich binnen het jaar van baan ziet veranderen. Vorig jaar was dat nog 45 procent. Toch wil dat niet zeggen dat de mobiliteit op de arbeidsmarkt toeneemt, zegt Tom Vlieghe, de directeur van Acerta Consult. "Het gaat om de intentie van baan te veranderen. Dat wil niet zeggen dat het echt gebeurt. Werknemers hebben soms wel voornemens, maar ze gaan niet altijd tot actie over of er wijzigt iets in hun situatie, waardoor ze de stap uiteindelijk niet zetten. In vroegere onderzoeken zochten we naar correlaties. Daaruit blijkt dat uiteindelijk één op de vier respondenten de voorbije twee jaar echt van baan is veranderd.""Uit de cijfers blijkt wel overduidelijk dat er een groter optimisme is bij de werknemers en dat ze openstaan voor verandering in hun professionele carrière. Dat komt wellicht ook door de hoopgevende economische context."Het meest frappante resultaat uit de enquête heeft betrekking op de arbeidsmobiliteit van 55-plussers. Algemeen werd aangenomen dat die werknemers niet zinnens waren in de herfst van hun loopbaan nog een andere werkgever te zoeken. Ze worden ook vaak gezien als loyale medewerkers, die de organisatie goed kennen. Toch zegt een kwart van de werkende 55-plussers dat ze actief op zoek zijn naar een andere baan. Ze zien zich zelfs binnen de zes maanden van werkgever veranderen. Het beeld van de bediende die vanaf 55 jaar in zijn huidige functie wil uitbollen, klopt dus niet.Oudere werknemers zijn mobieler op de jobmarkt dan jongeren en de midcareers. Niet enkel nemen ze het voortouw, ze zijn ook flexibeler in hun huidige functie dan jongere werknemers. Zo zeggen ze sneller bereid te zijn hun loonverwachtingen aan te passen in ruil voor meer werkzekerheid.Tom Vlieghe: "Dat is natuurlijk niet verwonderlijk. Gezien hun leeftijdsfase, bekommeren ze zich iets minder om het puur financiële, omdat ze al heel wat hebben opgebouwd. Dat is goed nieuws voor werkgevers die mogelijk terughoudend zijn om oudere werknemers aan te werven vanwege het loon dat ze hebben opgebouwd volgens hun anciënniteit."De oudere generatie wil ook langer aan de slag blijven: 30 procent van de 55-plussers is ervan overtuigd dat ze langer dan hun 65ste aan het werk zijn, tegenover minder dan 16 procent van de jongeren onder 24 jaar. Hoewel de oudere generatie zich dus al mentaal heeft voorbereid op een verandering, is er volgens Vlieghe nog wat overtuigingswerk nodig bij starters: "Het loont dus voor bedrijven om in zetten op de talenten en de duurzame inzetbaarheid van hun anciens." Het kan natuurlijk ook zijn dat de pensioenleeftijd voor jongere werknemers nog verre toekomstmuziek is en dat ze er nu nog het hoofd niet over breken.Een andere onverwachte vaststelling van het onderzoek is dat werknemers openstaan om bij een vorige werkgever weer aan de slag te gaan. Zo blijkt uit de peiling dat één op de twee werknemers boven 35 jaar het ziet zitten naar zijn vorige werkgever terug te keren. "Op een krappe arbeidsmarkt loont het dus de moeite contact te houden met ex-medewerkers en te overwegen hen opnieuw aan te werven," aldus Vlieghe, "Ze hebben ervaring opgedaan in een nieuwe omgeving en ze kennen de organisatie al, maar ze kunnen er met een vernieuwde blik naar kijken."