Geld vinden, het is zorg nummer één bij veel jonge technologiebedrijfjes. De kunst is daarbij het hoofd koel te houden. Wie er de juiste financier uitpikt, heeft later meer succes. Dat blijkt uit het doctoraat van David Devigne, die in het dagelijkse leven investeringsmanager is bij ARKimedes, het Vlaams overheidsfonds dat participeert in private durfkapitaalfondsen. Devigne onderzocht de lotgevallen van 760 jonge technologiebedrijven in zeven Europese landen, waaronder België. Ze kregen allemaal een eerste kapitaalinjectie in de pe-riode 1994 tot 2004. Devigne onderzocht wat er daarna gebeurde, tot in 2012.
...

Geld vinden, het is zorg nummer één bij veel jonge technologiebedrijfjes. De kunst is daarbij het hoofd koel te houden. Wie er de juiste financier uitpikt, heeft later meer succes. Dat blijkt uit het doctoraat van David Devigne, die in het dagelijkse leven investeringsmanager is bij ARKimedes, het Vlaams overheidsfonds dat participeert in private durfkapitaalfondsen. Devigne onderzocht de lotgevallen van 760 jonge technologiebedrijven in zeven Europese landen, waaronder België. Ze kregen allemaal een eerste kapitaalinjectie in de pe-riode 1994 tot 2004. Devigne onderzocht wat er daarna gebeurde, tot in 2012. "Je eerste investeerder is cruciaal", zegt Devigne. "Ga je in zee met een lokale financier, dan is de kans groter dat je onderneming klein blijft en enkel de lokale markt blijft bedienen. Kies je voor een lokale durfkapitalist met een goed internationaal netwerk, of voor de lokale afdeling van een internationale durfkapitalist, dan heb je betere troeven om een groot bedrijf te worden." Een bedrijf dat enkel lokale investeerders aan boord neemt, groeit sneller in het begin, maar na vier tot vijf jaar vlakt de groei af, stelde Devigne vast (zie grafiek Beter met buitenlands geld). Wie start met een internationale investeerder, komt trager uit de startblokken, maar ziet zijn groei na drie à vier jaar versnellen. Een combinatie van lokale en internationale investeerders werkt het beste: het bedrijf groeit snel, en houdt die groei ook langer vol. Dat komt doordat lokaal en interna- tionaal elkaar goed aanvullen. "Als je bedrijf nog helemaal moet beginnen, ben je het meest gebaat bij een lokale speler. Hij kent de plaatselijke markt, zorgt voor contacten met potentiële klanten en leveranciers, helpt je bij wettelijke vereisten en trekt sleutelwerknemers aan. Na verloop van tijd wordt de Belgische en zelfs de Europese markt te klein, zeker voor technologiebedrijfjes. Zij maken vaak nicheproducten die een wereldwijde schaal nodig hebben. Als de investeerder van het eerste uur ingebed zit in een grensoverschrijdend netwerk, kan hij het bedrijfje introduceren bij grote internationale spelers. Die nemen de fakkel van de lokale financier over en zorgen voor een internationale doorgroei." Beperkte banden met internationale investeerders leiden meestal tot financieringsmoeilijkheden zodra het bedrijfje zijn startfase voorbij is, volgens Sophie Manigart, docent aan de Vlerick Business School en hoogleraar aan de Universiteit Gent. Als expert in risicokapitaal begeleidde zij het doctoraat van Devigne. "Het vinden van het eerste geld is meestal geen probleem", zegt Manigart. "De flessenhals komt later, bij de zoektocht naar het grote geld bij de internationale spelers. De Vlaamse durfkapitalisten moeten meer banden opbouwen met buitenlandse investeerders van formaat. Sommige zijn daar actief mee bezig, maar het gebeurt nog te weinig." Niet dat een internationale investeerder alleen zegeningen brengt. Hij helpt het bedrijf aan afzetmarkten over de landsgrenzen heen, maar hij is ook strenger. "Het is een tweesnijdend zwaard", zegt Devigne. "Als het bedrijf niet aan de verwachtingen voldoet, laat een internationale speler het sneller vallen. De kans is groter dat het sneller failliet gaat." Soms is dat maar goed ook. "Een lokale durfkapitalist blijft vaak te lang zitten in ondernemingen die het niet kunnen waarmaken", zegt Devigne. "Hij heeft een emotionele band met het bedrijfje, kent de ondernemer en zijn werknemers persoonlijk. Een internationale speler is ra-tioneler en gaat beter om met slecht nieuws. Hij staat letterlijk verder af van het bedrijf en baseert zijn beslissingen op harde cijfers en economische afwegingen. Lokale durfkapitalisten doen er daarom goed aan buitenlandse collega's mee te laten beslissen over hun investeringen." Wat met het probleem van de verwatering van de eerste investeerders? Door hun instap in een jonge en onzekere start-up nemen zij het grootste risico, maar na opvolgingsinvesteringen door grotere spelers blijven ze vaak met een minimaal belang achter. "Dat is een heel groot probleem op de Vlaamse durfkapitaalmarkt", zegt Manigart. "We zitten met kleine en versnipperde fondsen. Er moeten grotere fondsen komen, die kunnen volgen bij opvolgingsinvesteringen en daardoor veel minder verwaterd worden als aandeelhouder. Zolang er geen schaalvergroting komt, zou het logisch zijn dat grote spelers de kleine collega's uitkopen tegen een redelijke prijs. Het zou het ecosysteem in de durfkapitaalsector ten goede komen." JOZEF VANGELDER"De Vlaamse durfkapitalisten moeten meer banden opbouwen met buitenlandse investeerders van formaat"