Op een dag zullen we met weemoed terugdenken aan een olieprijs van amper 60 dollar per vat. De huidige oliecrisis is maar een voorproefje van wat ons over enkele decennia te wachten staat: de olieproductie zal de vraag niet meer kunnen volgen, het zwarte goud zal op rantsoen gaan en de prijs zal door het dak schieten. De 'dag des - olie - oordeels' is nog niet voor morgen, maar komt. We kunnen daarom beter voorbereid zijn en nu al alternatieven uitwerken. De ervaring leert dat het jaren, om niet te zeggen decennia, duurt om van de ene energiebron naar de ander over te schakelen.
...

Op een dag zullen we met weemoed terugdenken aan een olieprijs van amper 60 dollar per vat. De huidige oliecrisis is maar een voorproefje van wat ons over enkele decennia te wachten staat: de olieproductie zal de vraag niet meer kunnen volgen, het zwarte goud zal op rantsoen gaan en de prijs zal door het dak schieten. De 'dag des - olie - oordeels' is nog niet voor morgen, maar komt. We kunnen daarom beter voorbereid zijn en nu al alternatieven uitwerken. De ervaring leert dat het jaren, om niet te zeggen decennia, duurt om van de ene energiebron naar de ander over te schakelen. Is windenergie hét alternatief? Neen. Is het een alternatief? Ja, een van de vele. We zullen alle beschikbare energiebronnen nodig hebben, willen de volgende generaties zich in dezelfde energieluxe kunnen wentelen als wijzelf. Dat betekent energie aftappen uit zowel kern(fusie)energie, als fossiele brandstoffen, als biomassa, als windenergie enzovoort. Theorie en praktijk leren dat windenergie zonder overheidssteun - lees groene stroomcertificaten - nog niet rendabel is (zie blz. 64). Maar dat is niet erg. Elke nieuwe onderneming of elk nieuw product kent een aanloopperiode met verliezen voor er winst wordt gemaakt. Dat vergt tijd en investeringen. Zonder onderzoek & ontwikkeling bloeit geen enkel kiempje open tot een mooie roos. Ook nieuwe technologie heeft een duwtje in de rug nodig. Dat zal elke ouder bevestigen die zijn kind wil leren fietsen. In die zin zijn steunmaatregelen van de overheid voor een beloftevolle sector, zoals hernieuwbare energie, nodig en gezond. Heel de samenleving wordt daar op termijn beter van. Hetzelfde geldt voor waterstof en kernfusie. In de Verenigde Staten stopt George Bush 1,7 miljard dollar in de ontwikkeling van de waterstofeconomie. Met dat geld kun je 850 windmolens van 2 MW bouwen, die minstens twintig jaar lang de energiebehoeften van 1,7 miljoen gezinnen kunnen voorzien. En in Frankrijk investeert de Europese Unie samen met Japan, de Verenigde Staten, Rusland en China niet minder dan 10 miljard euro in de bouw van een kernfusiereactor (ITER). De Belgische verbruiker betaalt jaarlijks 300 miljoen euro, een fractie dus, om 6 % van het elektriciteitsverbruik uit groene bronnen te maken. Maar nu de energiemarkt langzaam liberaliseert, worden economische vergelijkingen tussen diverse energiebronnen mogelijk. Op één decennium tijd zakten de opwekkosten voor windenergie op land van 10 naar 6 eurocent per kWh. Windenergie op zee is nog peperduur - de opbrengst van de geproduceerde stroom volstaat alleen om het onderhoud van de windmolens te betalen - maar het is een piepjonge industrie die de belofte van lagere kosten en meer werkgelegenheid inhoudt. De olieproductie op de Noordzee zit al in een wellicht definitieve dalende lijn, maar nieuwe energie kan boven de golven gevonden worden. Op een dag zal windenergie goedkoper zijn dan fossiele brandstoffen, op een dag zal de Noordzee meer elektriciteit dan olie leveren. De enige voorwaarde is dat windenergie de kans krijgt om de leercurve af te maken. We kunnen ons niet veroorloven om het niet te doen. Eric Pompen Daan Killemaes