De auteur is hoogleraar strategie en internationaal management aan Solvay (ULB), KU Leuven en gasthoogleraar aan Insead.
...

De auteur is hoogleraar strategie en internationaal management aan Solvay (ULB), KU Leuven en gasthoogleraar aan Insead.Er blijven jobs sneuvelen in de industrie, getuige Caterpillar, Ford, ArcelorMittal en vele andere bedrijven die de krantenkoppen niet halen. Gelukkig brengen nieuwe investeringen ook heel wat nieuwe jobs met zich. We zouden kunnen zeggen dat het gewoon de dynamiek van creative destruction en het proces van bedrijfs- en jobcreatie en -mutatie is, ware het niet dat het nettoresultaat voor de tewerkstelling -- en wellicht ook investeringen -- zorgwekkend blijft. In de bezorgde uitspraken van onze premier en ministers-presidenten, en bijvoorbeeld ook in een recent rapport van de Industrieraad, staat het industriële beleid dan ook weer even op het voorplan. Er lijkt internationaal een nieuwe beweging te zijn om de zogenoemde maakindustrie in aanzien te herstellen en zelfs weer huiswaarts te doen keren. Niet alleen in de Europese Unie, maar vooral ook in de Verenigde Staten zijn daarover al enige tijd heel wat debatten aan de gang, en worden de nodige rapporten en boeken de wereld in gestuurd. Al sinds de eerste outsourcing- en offshoringgolven heb ik de strategie erachter nooit goed begrepen. Zoveel jaren later hebben heel wat bedrijven en ook academische studies bevestigd dat de langetermijnvoordelen lang niet zo evident zijn, om een hoop redenen: een onderschatting van de management- of controlekosten, problemen van kwaliteit of productiviteit, sneller stijgende (arbeids)kosten, het creëren en opleiden van een lokale concurrent, een gebrek aan contact met de markt of eindgebruiker, enzovoort. Vaak gaat het om onderschatte effecten die grotendeels voorspelbaar waren. Ze leidden ertoe dat outsourcing of offshoring alleen strategisch kan zijn als het past in een gegronde strategische analyse en een overwogen langetermijnstrategie. Laat het met andere woorden aan gezonde bedrijfsstrategie over om te bepalen of, hoe en waar het best geproduceerd wordt. Misschien is het beste industriële beleid wel een dat er geen is. Voor die conclusie, die voor mijn eigen rekening is, vind ik heel wat ondersteunende elementen in Manufacturing the Future, een recent rapport van het McKinsey Global Institute. Een greep uit de voornaamste bevindingen: manufacturing is niet monolitisch maar divers (kunnen we dan wel spreken van 'de industrie'?), het onderscheid tussen manufacturing en diensten is vervaagd, en last but not least, de rol van manufacturing in jobcreatie is aan het veranderen. Moeten of kunnen we dan nog zinnig over een industrieel beleid spreken? Ter herinnering en tot in den treure : hoeveel jobs zijn er dan al niet in de landbouw verloren gegaan sinds de 19de eeuw, of de middeleeuwen? Interessanter nog wordt het als we de (min of meer) concrete conclusies van het rapport even verder bekijken: er is meer vraag naar diversiteit, meer onzekerheid in de markten, nood aan meer flexibele en microstrategieën, en differentiatie in de aanpak van de klant en de consument. Alles wijst met andere woorden op de noodzaak van een strategie van onderaf, en dus op de toenemende irrelevantie van top-down-, sector- of macrobenaderingen of -'strategieën'. Wat blijft er dan nog over voor een bezorgde overheid? Niet veel meer, maar ook niet minder dan het bekende -- afgezaagde -- maar daarom niet minder belangrijke lijstje van onderwijs, competentieontwikkeling, infrastructuur, omgevingsbeleid, innovatie (hoewel dat volgens mij ook in grote mate aan ondernemers en bedrijven toekomt). De overheid moet er vooral ook voor zorgen de dynamiek van ondernemers en bedrijven niet te veel in de weg te lopen met inefficiënte en onvoorspelbare regelgeving, duur en ondoorzichtig subsidiebeleid, ondermaatse dienstverlening en een versmachtende of voorbijgestreefde fiscaliteit. Misschien kan de overheid het goede voorbeeld geven door zich niet te laten verleiden door partiële maatregelen, kortetermijnreacties of kurieren am Symptom, zaken die ons later strategisch zuur kunnen opbreken. PAUL VERDINMisschien is het beste industriële beleid wel een dat er geen is.