Q-cells

De koers van de Duitse producent van fotovoltaïsche cellen en panelen is met 40 % gedaald en heeft dus duidelijk onze verwachtingen na ons eerste koopadvies in februari (zie Cash nr. 5) niet kunnen inlossen. De beslissing van Duitsland en Spanje om de subsidies voor fotovoltaïsche panelen af te bouwen, is daar uiteraard niet vreemd aan. De geleidelijke afbouw van de steun maakt nochtans deel uit van de ontwikkeling van de fotovoltaïsche sector. Al vanaf het begin hadden de subsidies als doel de ontwikkeling van de sector te bevorderen, namelijk door de kosten te verlagen en zo de sector in staat te stellen de concurrentie aan te gaan met fossiele energieën. Volgens de prognoses zou fotovoltaïsche energie in de meest zonnige landen concurrentieel kunnen worden vanaf 2012. Tegen 2020 zal zonne-energie haar aandeel in de wereldwijde elektriciteitsproductie vrijwel vertienvoudigd hebben tot 12 %. De vooruitzichten blijven dus duidelijk gunstig voor Q-Cells. Zijn recentste kwartaalcijfers getuigen overigens van het succes van de herstructurering die vorig jaar werd ingezet. Zo heeft de Duitse groep een totaal onverwachte nettowinst van 0,30 euro per aandeel bekendgemaakt voor het tweede kwartaal. Q-Cells heeft ook zijn omzetprognoses voor 2010 opwaarts bijgesteld tot 1,1 à 1,3 miljard euro, tegenover 1 à 1,2 miljard euro eerder. Een duidelijk teken dat de panelen die sinds een paar maanden worden verkocht (Q-Cells concentreerde zich vroeger op kleine en middelgrote installaties) een warm onthaal hebben gekregen op de markten. Op het vlak van de productie wordt de ontwikkeling van de zeer belangrijke lijn in Thailand voortgezet zoals voorzien. In september zou ze haar volledige potentieel van een (jaarlijkse) capaciteit van 600 MWp moeten kunnen bereiken. In totaal zal de capaciteit van Q-Cells 1,1 GWp halen in kristallijncellen. Ook op het vlak van de dunne film (beschouwd als de toekomst van fotovoltaïsche energie) heeft de Duitse groep haar capaciteit al verdrievoudigd tot 85 MWp. Tegen het einde van dit jaar hoopt ze 135 MWp te behalen. De panelen met dunne film van Q-Cells hebben onlangs een wereldrecord gevestigd op het vlak van het rendement (het deel van de zonne-energie dat echt omgezet wordt in elektriciteit). Hun efficiëntie bedraagt 13 % en blijft daarmee ver voor op die van alle concurrenten. Op financieel vlak rekent de Duitse groep op een versterking van haar kaspositie met 254 miljoen euro in het tweede halfjaar, ondanks investeringen in de productiecapaciteit. Niet slecht als we weten dat Q-Cells in februari 2012 een ...

De koers van de Duitse producent van fotovoltaïsche cellen en panelen is met 40 % gedaald en heeft dus duidelijk onze verwachtingen na ons eerste koopadvies in februari (zie Cash nr. 5) niet kunnen inlossen. De beslissing van Duitsland en Spanje om de subsidies voor fotovoltaïsche panelen af te bouwen, is daar uiteraard niet vreemd aan. De geleidelijke afbouw van de steun maakt nochtans deel uit van de ontwikkeling van de fotovoltaïsche sector. Al vanaf het begin hadden de subsidies als doel de ontwikkeling van de sector te bevorderen, namelijk door de kosten te verlagen en zo de sector in staat te stellen de concurrentie aan te gaan met fossiele energieën. Volgens de prognoses zou fotovoltaïsche energie in de meest zonnige landen concurrentieel kunnen worden vanaf 2012. Tegen 2020 zal zonne-energie haar aandeel in de wereldwijde elektriciteitsproductie vrijwel vertienvoudigd hebben tot 12 %. De vooruitzichten blijven dus duidelijk gunstig voor Q-Cells. Zijn recentste kwartaalcijfers getuigen overigens van het succes van de herstructurering die vorig jaar werd ingezet. Zo heeft de Duitse groep een totaal onverwachte nettowinst van 0,30 euro per aandeel bekendgemaakt voor het tweede kwartaal. Q-Cells heeft ook zijn omzetprognoses voor 2010 opwaarts bijgesteld tot 1,1 à 1,3 miljard euro, tegenover 1 à 1,2 miljard euro eerder. Een duidelijk teken dat de panelen die sinds een paar maanden worden verkocht (Q-Cells concentreerde zich vroeger op kleine en middelgrote installaties) een warm onthaal hebben gekregen op de markten. Op het vlak van de productie wordt de ontwikkeling van de zeer belangrijke lijn in Thailand voortgezet zoals voorzien. In september zou ze haar volledige potentieel van een (jaarlijkse) capaciteit van 600 MWp moeten kunnen bereiken. In totaal zal de capaciteit van Q-Cells 1,1 GWp halen in kristallijncellen. Ook op het vlak van de dunne film (beschouwd als de toekomst van fotovoltaïsche energie) heeft de Duitse groep haar capaciteit al verdrievoudigd tot 85 MWp. Tegen het einde van dit jaar hoopt ze 135 MWp te behalen. De panelen met dunne film van Q-Cells hebben onlangs een wereldrecord gevestigd op het vlak van het rendement (het deel van de zonne-energie dat echt omgezet wordt in elektriciteit). Hun efficiëntie bedraagt 13 % en blijft daarmee ver voor op die van alle concurrenten. Op financieel vlak rekent de Duitse groep op een versterking van haar kaspositie met 254 miljoen euro in het tweede halfjaar, ondanks investeringen in de productiecapaciteit. Niet slecht als we weten dat Q-Cells in februari 2012 een lening van 450 miljoen euro zal moeten terugbetalen. Het aandeel blijft dus koopwaardig. Wij rekenen op een verdubbeling binnen de 24 maanden.Onder impuls van de graanprijs, die met meer dan 50 % is gestegen, is de hele landbouwsector heropgeleefd. Zo ook Potash Corp of Saskatchewan, de grootste kunstmestproducent ter wereld. De Canadese groep heeft bovendien uitstekende resultaten gepubliceerd, met name een (aangepaste) nettowinst van 1,38 dollar per aandeel, tegenover een consensus van 1,21 dollar. Het is het op een na beste tweede kwartaal van Potash sinds het record van 2008. Het meest bemoedigende element is zonder enige twijfel de vervijfvoudiging van de verkochte kaliumvolumes. Vanaf volgend jaar verwacht de groep zelfs een terugkeer naar de recordvolumes van 2008. Ook al is de Canadese groep een belangrijke speler in de productie van stikstof en fosfaten, toch is kalium (de K in NPK, waaruit bijna alle meststoffen zijn vervaardigd) duidelijk de grootste troef van Potash. De Canadese groep is veruit de grootste fabrikant ter wereld in dat bijzonder gewaardeerde segment. Het aantal producenten is beperkt en de ontwikkeling van een nieuwe mijn neemt veel tijd in beslag en kost handenvol geld. Op het niveau van de vraag is dit weliswaar het element dat landbouwers het gemakkelijkst een jaar kunnen missen, maar het is ook hetgene dat het meest onderbenut wordt in de opkomende landen, met China voorop. De toename van de behoeften aan landbouwvoedingsstoffen als gevolg van een groeiende bevolking en de stijging van het aantal verbruikte calorieën per persoon (door de consumptie van vlees waarvoor twee tot zeven kilogram graan per kilo nodig is), zal landen als India en China ertoe dwingen om hun landbouwrendement te verbeteren en dus hun gronden beter te bemesten. Alleen al voor India, China en Brazilië ligt het groeipotentieel van de kaliumvraag boven 25 miljoen ton per jaar, wat neerkomt op de helft van de wereldwijde productie. Een beperkt aanbod en een zeer sterke vraag zullen de komende jaren uiteraard voor een grote prijszettingsmacht voor de producenten zorgen. Het aandeel oogt zeer hoog gewaardeerd (verwachte koers-winstverhouding van 19,9 in 2010), maar in feite is het slechts gemiddeld gewaardeerd vanwege de participaties van Potash in talrijke concurrenten. Het aandeel blijft de komende jaren bijzonder veelbelovend. Wij raden u echter aan te profiteren van koersterugvallen na de stijging van 30 % die het aandeel sinds begin juli al liet optekenen.Zoals gewoonlijk kon AB InBev de markten opnieuw aangenaam verrassen met zijn kwartaalresultaten. Zowel de verkochte volumes als de cashflow en de winst zijn gestegen tegenover dezelfde periode in 2009 en hebben de analistenconsensus overtroffen. De grootste brouwer ter wereld heeft uiteraard kunnen profiteren van het WK voetbal, dat heeft gezorgd voor een hoger verbruik in Europa en Latijns-Amerika. De neerwaartse evolutie van de volumes is tussen april en juni in West-Europa dus eventjes omgekeerd. In Noord-Amerika (-3,4 % in het tweede kwartaal) en Oost-Europa (-1,2 % in het afgelopen kwartaal, maar -6,4 % over het eerste halfjaar) was dat echter niet het geval. In totaal vertegenwoordigen die drie regio's bijna de helft van de omzet van AB InBev. De regio Zuid-Latijns-Amerika (8 % van de volumes in het eerste halfjaar) kent een tegenstrijdige evolutie, terwijl de verkochte volumes in de regio's Azië-Stille Oceaan en Noord-Latijns-Amerika - vooral Brazilië - (29 % van de verkochte volumes) groeien. De laatste heeft een volumestijging van 12,8 % gerealiseerd in het eerste halfjaar dankzij een stijging van het marktaandeel van de groep in Brazilië tot 69,9 % en het WK-effect. De groei in die regio zal echter vertragen en AB InBev zal meer en meer moeite hebben om de daling in Noord-Amerika en Europa op te vangen. In de tweede helft van 2010 zal het weliswaar kunnen profiteren van een gunstige vergelijkingsbasis, maar de vooruitzichten lijken ons gekneld te zitten tussen een dalend verkoopvolume en kosten die opnieuw zouden kunnen toenemen door de gestegen graanprijs. Rekening houdend met de relatief hoge waardering van 16,8 keer de winst per aandeel die verwacht wordt voor 2010, kunnen we alleen maar aanraden om het aandeel te verkopen. In de loop van de voorbije twaalf maanden hebben we u meermaals aangeraden om te beleggen in GDF Suez, dat zoals de hele nutssector deel uitmaakt van de aandelen die nog niet echt van de stijging van de beurzen sinds maart 2009 hebben kunnen profiteren. We moeten echter vaststellen dat 2010 niet het jaar van het herstel zal worden voor deze Franse reus, die sinds 1 januari zo'n 15 % heeft moeten prijsgeven bovenop het verlies van 11,68 % in 2009. GDF Suez heeft nochtans uitstekende halfjaarresultaten gepubliceerd, met een nettowinst van 3,6 miljard euro, tegenover een consensus van 3,2 miljard euro. Die cijfers staan echter volledig in de schaduw van de aangekondigde fusie met International Power. GDF Suez gaat een belang van 70 % in de Britse groep overnemen in ruil voor de energieactiviteiten (elektriciteit) buiten Europa, in Turkije en het Verenigd Koninkrijk. Op het eerste gezicht is dat een uitstekende zaak, want in ruil voor de 32,7 GW capaciteit die het aanbrengt, zal GDF Suez 70 % in handen krijgen van een groep met een capaciteit van 67,1 GW (dus 47 GW). Rekening houdend met de gasactiviteiten die GDF Suez afstaat, is de verhouding op het gebied van de resultaten 55 % voor de Fransen tegenover 45 % voor de Britten. Op het vlak van de vooruitzichten zien we een heel ander plaatje: de capaciteit in aanbouw verkocht door GDF Suez bedraagt namelijk 17,3 GW (vooral in de opkomende landen), tegenover nauwelijks 4,5 GW voor International Power. Dat brengt de participatie van de beide groepen in evenwicht, ook al doet de Franse reus op korte termijn duidelijk een goede zaak. Het nieuws rond GDF Suez is dus lang niet slecht. Wij vrezen echter dat de groep net als haar sectorgenoten het slachtoffer zal worden van nieuwe belastingen. België en vooral Duitsland hebben initiatieven genomen die in andere landen die met grote begrotingstekorten kampen, navolging zouden kunnen krijgen. Anderzijds verliest de groep in Frankrijk (Energie France vertegenwoordigt bijna 20 % van de omzet) marktaandeel op de gasmarkt (waar GDF de historische speler is), welke het moeilijk kan compenseren, aangezien EDF een zekere bescherming krijgt van de Franse overheid. De indicatoren zijn dus tamelijk gemengd. We raden u daarom aan om uw aandelen te behouden. GDF Suez blijft een uitstekend defensief aandeel, maar we raden niet meer aan om het te kopen. De beurzen bieden op dit moment namelijk aantrekkelijker opportuniteiten.Dit aandeel, dat we u in januari hadden aanbevolen (zie Cash nr. 3), heeft teleurgesteld bij de publicatie van de halfjaarresultaten. Op het eerste gezicht waren de verkoopcijfers weliswaar goed (+4,7 % alleen al in het tweede kwartaal), maar de organische evolutie is bijzonder tegengevallen: -0,2 % tussen april en juni. De goede prestaties in België (omzet gestegen met 5 % bij vergelijkbare consolidatiekring) zijn niet voldoende gebleken om de omzetdaling van 3,6 % in de Verenigde Staten te compenseren. Het meest teleurstellende element van het kwartaalverslag is echter de daling van de operationele marge in de Verenigde Staten tot 4,5 %, tegenover 5,4 % een jaar eerder en 5,3 % in de eerste drie maanden van het jaar. Delhaize verwacht geen echte verbetering in het tweede halfjaar en heeft dus zijn vooruitzichten voor het hele jaar neerwaarts bijgesteld. Het verwacht nu dat zijn exploitatiewinst zal schommelen tussen -2 % en +2 % in 2010, een aanzienlijke verslechtering ten opzichte van de groei met 2 tot 5 % die tot nog toe werd vooropgesteld. De Belgische distributeur heeft meteen ook zijn kostenbesparingsplan verder opgevoerd (van 300 naar 500 miljoen euro tegen 2012) en zijn investeringen verlaagd (van 800 naar 700 miljoen euro in 2010). Het doel is dus duidelijk om de resultaten en de balans van de groep te ondersteunen in het huidige moeilijke klimaat. Ondanks dat alles raden we u echter aan om opnieuw Delhaize te kopen. Het aandeel is gedaald tot een aantrekkelijk niveau van amper 10 keer de verwachte winst voor dit jaar en vooral: de cijfers zullen verbeteren in het tweede kwartaal, zelfs rekening houdend met de nieuwe vooruitzichten. De exploitatiewinst van Delhaize is weliswaar gedaald met 4,8 % in de eerste zes maanden van 2010, maar anderzijds is de detailverkoop in de Verenigde Staten in juli gestegen met 0,4 % na twee dalingen in mei en juni. De grootste cementproducent ter wereld heeft eind juli zijn kwartaalresultaten gepubliceerd en zijn prognoses voor het hele jaar neerwaarts bijgesteld. Die aankondiging leidde tot een flinke oplawaai voor het aandeel in de dagen erna. Lafarge gaat er nu van uit dat de evolutie van de wereldwijde cementmarkt zal schommelen tussen -1 % en +3 %, terwijl het eerder rekende op een groei tussen 0 en 5 %. Die voorzichtigheid illustreert niet alleen de moeilijkheden die de bouwsector ondervindt om opnieuw op de rails te geraken na de crisis, ze getuigt ook van de huidige volatiliteit. Amper drie maanden geleden had het management van Lafarge nog aangegeven vertrouwen te hebben in de realisatie van zijn doelstellingen, maar sindsdien is de economie getroffen door de Europese begrotingscrisis en het begin van een vertraging van de Chinese conjunctuur. Op middellange en lange termijn blijven we er echter van overtuigd dat de wereldwijde vraag naar cement weer zal stijgen en opnieuw de tendens zal volgen waarmee we al twee decennia vertrouwd zijn: een gemiddelde jaarlijkse groei van 5 %. Vanwege zijn status als wereldleider en zijn aanwezigheid in bijna alle geïndustrialiseerde en opkomende landen, is Lafarge ongetwijfeld de beste keuze om te beleggen in de cementsector. Door Cédric Boitte- 40% sinds februari+30% sinds begin juliDe vooruitzichten voor AB InBev zitten gekneld tussen dalende verkopen en stijgende kosten. +15% sinds februari - 15% sinds januariHet aandeel van Delhaize is gedaald tot een aantrekkelijk niveau van amper tien keer de verwachte winst voor dit jaar. -3% sinds januariLafarge is ongetwijfeld de beste keuze om te beleggen in de cementsector. -33% sinds januari