De federale onderhandelaars in het Octopusoverleg houden hun vergrootglas boven elk dorp rondom Brussel, maar het is de vraag of ze wel eens naar buiten kijken. Als ze dat doen, zien ze dikke wolken in aantocht vanuit Atlantische depressiegebieden, die een lelijke streep door de rekening trekken. De beursval in Wall Street, daarna gevolgd op Europese beurzen, raakt het hart van het overleg. De Amerikaanse credit crunch grijpt België naar de keel.
...

De federale onderhandelaars in het Octopusoverleg houden hun vergrootglas boven elk dorp rondom Brussel, maar het is de vraag of ze wel eens naar buiten kijken. Als ze dat doen, zien ze dikke wolken in aantocht vanuit Atlantische depressiegebieden, die een lelijke streep door de rekening trekken. De beursval in Wall Street, daarna gevolgd op Europese beurzen, raakt het hart van het overleg. De Amerikaanse credit crunch grijpt België naar de keel. Er is een direct verband tussen de gedwongen verkoop van huizen in Florida en Californië en de ruzie om de Vlaamse rand rond Brussel. Het lijkt vergezocht, maar is het niet. De crisis op de Amerikaanse hypotheekmarkt heeft een financiële crisis veroorzaakt bij grote Amerikaanse investeringsbanken. De meeste hebben tientallen miljarden dollars afgeschreven. De winstverwachtingen zijn gedaald en krediet wordt duurder, zeker voor kleine en middelgrote bedrijven. Grote investeringsbanken zoals Merrill Lynch, Citigroup en Stanley Morgan krijgen zelf nog amper gelden in de VS en lenen het bij rijke Sovereign Wealth Funds, investeringsfondsen van olie-exporterende landen of staten met een groot handelsoverschot zoals China. Die fondsen krijgen een aandeel in de locomotieven van de Amerikaanse economie en eisen hoge rendementen, als compensatie voor de dalende dollar. Gevolg: nog duurdere kredieten. Als uitvloeisel daarvan hebben bedrijven moeite om aan vers geld te komen. Bovendien raken de burgers in paniek en ze beperken hun bestedingen. Amerikanen, die al tot de nek in de schulden zitten, consumeren minder. Bedrijven moeten hun winstverwachtingen naar beneden bijstellen en de aandelen zakken. Amerika staat op het punt van een recessie en de regering heeft een pakket van bijna 150 miljard dollar (103 miljard euro) aan belastingverlagingen voorgesteld. Maar de precieze invulling van die verlagingen moet worden goedgekeurd door het Congres. Een Republikeinse president staat tegenover een Democratisch Congres. De economische verslechtering doet zich voor op het moment van een bitse verkiezingscampagne tussen Republikeinen en Democraten. Beleggers vrezen dat de Bushbelastingverlaging te laat komt en verkopen aandelen. De Dow Jones zakt en de Europese beursindexen doen dat ook. De Fed stopte de acute bloeding met een flinke renteverlaging. De meeste Europese regeringen zijn bij de begrotingsopmaak 2008 uitgegaan van een economische groei van circa 2 %. Maar dat is te optimistisch. Het ziet ernaar uit dat de groei in de eurozone eerder uitkomt op 1,5 % of zelfs 1 %. Dit betekent dat Yves Leterme, minister van Begroting in de federale noodregering, een veel groter bedrag moet vinden dan de 3,5 miljard euro die nu een gat slaat. Dat moet hij doen met de PS in de regering, die zich opwerpt als 'sociaal geweten'. Bovendien is de begrotingspolitiek bijzaak want op het hoofdmenu van de noodregering staat: staatshervorming! In België schuiven twee crises in elkaar: de politiek-constitutionele en de financieel-economische. Leterme heeft van premier Verhofstadt een geschenk gekregen dat is vergiftigd met polonium, een recept waar normaal Russische leiders een patent op hebben. Een combinatie van die twee crises heeft zich in België vaker voorgedaan, met noodlottige gevolgen. In 1978 struikelde de regering-Tindemans over het Egmontpact. België kwam in een neerwaartse spiraal van tijdelijke regeringen terecht, die uitmondde in stakende socialistische ministers. De tweede olieschok van 1979 zette namelijk ook een financieel-economische klem op de regering. De politiek-constitutionele crises vermengde zich met de financieel-economische: de staatsschuld liep op en uiteindelijk devalueerde de Belgische frank. Het resultaat was collectieve verarming. Ook in 1991 deed die combinatie zich voor, al waren de constitutionele en financiële crises minder diep dan in 1979. In 1992 nam Dehaene het stuur over en presenteerde het Globaal Plan met bezuinigingen. In 1993 bereikte hij het Sint-Michielsakkoord. Er zijn overeenkomsten tussen de crisis van 1979 en nu. In beide gevallen was er sprake van een hoge olieprijs die de economie uitputte - al is de olieafhankelijkheid nu geringer - en van prijsverhogingen en looneisen die de inflatie opstuwden. Maar er zijn ook verschillen. België zit nu in de eurozone en kan niet devalueren. De politieke crisis van 1978 was ernstig maar is nu zo mogelijk nog ernstiger. Het gaat om het voortbestaan van België, want het splitsingsproces is tot op het bot gekomen. Het wantrouwen is groot en uiteindelijk draait de staatshervorming om geld. Franstalig België wil het systeem van transfergelden in stand houden. België wordt op de proef gesteld door de aankomende regenbuien uit de VS. Europa eist dat België een sluitende begroting aflevert, maar de Franstalige socialisten verzetten zich tegen té ingrijpende bezuinigingen. De paarse regering van Verhofstadt heeft alle reserves al opgebruikt en de meubelen verkocht. Leterme mag de puinhopen van Verhofstadt beheren. Zelfs bij een recessie als in 2001 en 1991 mist hij elke speelruimte. De Belgische schuldquote van 83,5 % zit boven de Maastrichtnorm van 60 %. De Wetstraatonderhandelaars lezen uiteraard de Wall Street Journal niet. Het zou nuttig zijn: 23 maart komt met rasse schreden dichterbij. (T) De auteur is schrijver en columnist. Hij woont en werkt in de verenigde staten. Derk Jan Eppink