Bij de terugkeer van Steve Jobs bij Apple in september 1997 werd de waarde van de computerproducent geschat op 2,75 miljard euro. Dat was minder dan één tiende van de waarde van het Duitse concern Siemens, de grootse industriegroep van Europa. Siemens is nog altijd de grootste in Europa, maar intussen heeft Apple het concern het nakijken gegeven. Met 1,29 biljoen euro is de iPhone-producent meer waard dan de hele DAX-index van de grootste dertig Duitse bedrijven. Het is een treffend voorbeeld van hoe de technologieboom van de 21ste eeuw de grootste Europese economie dreigt te overvleugelen.
...

Bij de terugkeer van Steve Jobs bij Apple in september 1997 werd de waarde van de computerproducent geschat op 2,75 miljard euro. Dat was minder dan één tiende van de waarde van het Duitse concern Siemens, de grootse industriegroep van Europa. Siemens is nog altijd de grootste in Europa, maar intussen heeft Apple het concern het nakijken gegeven. Met 1,29 biljoen euro is de iPhone-producent meer waard dan de hele DAX-index van de grootste dertig Duitse bedrijven. Het is een treffend voorbeeld van hoe de technologieboom van de 21ste eeuw de grootste Europese economie dreigt te overvleugelen. De techgiganten werpen hun lange schaduw over veel landen. Zo is Apple ook ongeveer evenveel waard als de Australische beursindex van de grootste 200 bedrijven. Maar Duitsland is een geval apart. Het is de motor van Europa en de op drie na grootste economie ter wereld. Die positie dankt het aan zijn expertise in de kwalitatieve massaproductie en techniek. Dat waren de sleutelelementen van de twintigste-eeuwse industrie, maar dat was het tijdperk voordat software de dominantie overnam. De DAX-30 omvat een gevarieerde groep van wereldwijd toonaangevende bedrijven, waaronder de autobouwer Volkswagen, het chemieconcern BASF, de verzekeringsmaatschappij Allianz, de bedrijfssoftwareproducent SAP en de logistieke groep DHL. De index steeg in de afgelopen twaalf maanden met 22 procent, naar een recordhoogte. Maar de waarde van Apple is in diezelfde periode meer dan verdubbeld. De vergelijking tussen Apple en de DAX-30 ( zie tabel) illustreert de angsten die in Duitse bestuurskamers leven. Ten eerste is er een groeiend gevoel van onbehagen bij veel Duitse bedrijfsleiders en politici, ondanks de goede winsten en exportcijfers. 2019 was voor industriële orders het slechtste jaar sinds 2008. Ze vrezen dat een nieuw industrieel tijdvak, gebaseerd op software en data, aan hen voorbij dreigt te gaan. "We hebben de boot gemist. De technologiesector domineert de 21ste eeuw", zegt Carsten Brzeski, hoofdeconoom van ING Duitsland. "E-commerce, het internet der dingen en artificiële intelligentie zullen de komende twintig jaar overheersen. In al die zaken loopt Duitsland achter." Omdat de techbedrijven van Silicon Valley zo immens groot geworden zijn, vrezen sommige toonaangevende Duitse CEO's dat ze aanzienlijke delen van de Duitse industrie kunnen opslokken. Ze zijn bang dat de sectoren waarin Duitsland uitmunt, zoals machinebouw en chemie, dezelfde weg opgaan als de muziek en de media, wanneer de digitale technologie de overhand krijgt op het op hardware en techniek gebaseerde model, dat de kern vormt van het naoorlogse wirtschaftswunder. De Duitse kanselier Angela Merkel deelt de zorgen van de Duitse bedrijfsleiders. In een interview met Financial Times zei ze dat softwarebedrijven zich tussen de producent en de consument gewrongen hebben en essentiële tussenpersonen geworden zijn tussen de bedrijven en hun klanten. Ze waarschuwde dat Duitse bedrijven die ontwikkeling gemist hebben en het risico op een achterstand lopen. "Het is niet langer genoeg louter een product te verkopen", zei ze. "Je moet ook nieuwe producten ontwikkelen uit de data over die producten." Merkels angst is dat Duitsland zonder die expertise eindigt als een veredelde lopende band. Alexis Wichowski, hoogleraar aan de Columbia University, omschrijft de Amerikaanse techgiganten als een soort van digitale staten, die niet gebonden zijn door grenzen en soms zelfs meer invloed hebben dan regeringen. Ze halen hun waarde uit de bijna constante verbinding met hun klanten. De gebruikers van Apple raadplegen meermaals per uur hun iPhone, terwijl Google, Facebook en consorten consumentendata verzamelen en benutten op manieren die de gebruikers niet goed vatten. "Wanneer je een product koopt, is dat het einde van de transactie", zegt Wichowski. "Maar de techreuzen hebben een blijvende band met hun klanten." Zodra de bigtech-bedrijven een sector domineren, hebben ze bovendien de neiging in andermans vijver te gaan vissen. Een twintigste-eeuws succesverhaal is zoals dat van BMW, dat auto's produceert en niet veel anders. De techgiganten ondergaan een niet-aflatende serie van duizelingwekkende transformaties. Apple maakt bijvoorbeeld luxetelefoons en computers, maar biedt ook talrijke nieuwe diensten aan en gebruikt zijn overwicht om de concurrentie te ondermijnen. Het bedrijf rekent geen kosten aan voor zijn creditcard en zijn films en tv-programma's zijn één jaar gratis voor iedereen die nieuwe hardware van Apple koopt. CEO Tim Cook heeft al meermaals gezegd dat Apples "grootste bijdrage aan de mensheid" niet computers, maar iets in de geneeskunde zal zijn. Amazon is nog zo'n voorbeeld. Dat begon met de verkoop van boeken, breidde zijn activiteiten uit en kreeg de 24-uurslogistiek onder de knie, produceerde zelf films en pionierde met stemgestuurde assistenten. "We krijgen te maken met een totaal ander soort entiteiten", zegt Wichowski. "Hun ambitie, omvang en verspreiding naar steeds andere sectoren zijn nieuw. We beginnen nog maar net te beseffen hoe groot de impact van die organisaties op ons leven is." Het Duitse bedrijfsleven vindt dat vooruitzicht bijzonder alarmerend. Stefan Oschmann, de CEO van het biofarmabedrijf en DAX-lid Merck Group, acht het "goed mogelijk dat de Googles van deze wereld ooit de concurrenten van de farmaceutische industrie worden". Hij maakt zich zorgen over de evolutie dat technologie gebruikt wordt om klantspecifieke medicatie op bestelling te creëren. "Dat kan leiden tot een situatie waarin degene die de data bezit, meer macht heeft dan degene die de medicatie toedient of die de werkzame samenstelling geproduceerd heeft", voorspelt Oschmann. Ook andere Duitse concerns zijn bezorgd dat Amerikaanse concurrenten hun markt betreden. "Die bedrijven hebben de financiële slagkracht om zakenmodellen en -klimaten volledig te wijzigen", meent Jochen Thewes, de CEO van DB Schenker, de logistieke divisie van Deutsche Bahn. Grote elektronicawinkels, aangevoerd door Amazon, geven gigantische bedragen uit om hun eigen logistiek te verzorgen, zonder dat ze zich veel zorgen maken over de winst op korte termijn. "Ze verbranden enorm veel cash, maar bouwen zo wel een ongeëvenaarde knowhow en marktaandeel op", stelt Thewes. De gratis bezorging door Amazon noemt hij een verslaving: "Ze geven de consumenten heroïne. Zodra je daarvan geproefd hebt, wil je er niet meer mee stoppen." Maar het grootste Duitse zorgenkind is de auto-industrie. Die is goed voor een derde van de Duitse uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling. Nu Tesla alle facetten van het Duitse autoproductiemodel op losse schroeven zet, vrezen sommige kaderleden dat verbrandingsmotor na een eeuw van kennis opbouwen, overbodig wordt. De waardering van Tesla, dat in 2019 minder dan 500.000 auto's bouwde, overtreft die van Volkswagen, dat jaarlijks ruim 10 miljoen auto's verkoopt. Beleggers gokken erop dat Tesla - net als Apple, Google en Facebook daarvoor - nieuwe inkomsten zal aanboren door de auto te veranderen in een platform voor andere diensten. Tesla werkt niet met dealers, zoals de traditionele autobouwers, maar verkoopt zijn wagens rechtstreeks aan de consument. Daarna houdt het zijn band met de klant in stand door hem automatische software-updates aan te bieden. Om zijn algoritmes voor autonoom rijden te voeden, verzamelt het bovendien data via sensoren in de autopilot. Duitsland heeft al tien jaar moeite een antwoord te bieden op zulke innovaties. Dat is volgens Herbert Diess, de CEO van Volkswagen, een rechtstreeks gevolg van het ontbreken van het soort software-ecosysteem waardoor Tesla zich heeft kunnen onderscheiden. "We hebben geen grote technologiebedrijven", verklaart Diess. "En die heb je nodig als partner. We kunnen ons dus wenden tot de Westkust of tot China." Hoe is het zover kunnen komen? Alexander Rinke, co-CEO bij het Duitse softwarebedrijf Celonis, denkt niet dat het aan de Duitse markt of de cultuur ligt. "Het is ook geen kwestie van een gebrek aan talent", zegt hij. De doorslaggevende factor is volgens Rinke dat het in Duitsland de jongste vijftig jaar ontbroken heeft aan durfkapitaal om het ondernemerschap aan te moedigen. Daardoor kwam het zwaartepunt van de innovatie in de Verenigde Staten te liggen. "Die financiële infrastructuur - de manier waarop mensen kapitaal investeren en spreiden - is waarschijnlijk de voornaamste reden dat Apple, Google en Facebook allemaal Amerikaanse bedrijven zijn en dat geen ervan Duits of Europees is", meent hij. In de VS investeren pensioenfondsen allang in technologiestart-ups, terwijl de Duitse pensioenfondsen heel conservatief zijn en vooral in laagrentende staatsobligaties beleggen. Daar komt verandering in. Volgens Dow Jones Venturesource zal Duitsland in 2019 bijna 6,4 miljard euro a an durfkapitaalinvesteringen hebben opgetekend, bijna het dubbele van twee jaar eerder. In de Duitse start-upscene zijn er tekenen van verandering. Een paar in Duitsland gevestigde bedrijven wisten de status van unicorn (privébedrijven met een waardering van meer dan 1 miljard dollar) te veroveren, zoals de newbank N26 en de start-up GetYourGuide. Het softwarebedrijf TeamViewer haalde vorig jaar de hoogste beursnotering van Europa. Maar zulke succesverhalen zijn nog een uitzondering. De CEO van Volkswagen waarschuwt dat het voorbeeld van Steve Jobs bij Apple aantoont dat de Duitse industrie doortastender moet optreden. Nu auto's veranderen in iPhones op wielen, vreest hij dat VW het risico loopt een tweede Nokia te worden. Die gsm-producent verspeelde zijn dominantie aan Apple. "Dat scenario herhaalt zich voor de auto-industrie", hield hij de managers van VW voor. "De auto is niet langer alleen een vervoermiddel. En dat betekent ook dat de tijd van de klassieke autofabrikant voorbij is."