Naast het gewroet en gespin in de textielsector of verzorging en verpleegkunde wordt klassieke vrouwenarbeid doorgaans gesitueerd in het kantoor. Als bezige bijen houden ze de agenda van de chef bij en typen ze bliksemsnel zijn brieven uit. Nochtans duurde het een hele poos voor de kantoorbijen in de administratieve korf mochten. In het Nederland van 1899 werkten slechts 410 vrouwen op kantoor tegenover meer dan 25.000 mannen. Meer administratieve bedienden telden onze noorderburen toen nog niet. In België z...

Naast het gewroet en gespin in de textielsector of verzorging en verpleegkunde wordt klassieke vrouwenarbeid doorgaans gesitueerd in het kantoor. Als bezige bijen houden ze de agenda van de chef bij en typen ze bliksemsnel zijn brieven uit. Nochtans duurde het een hele poos voor de kantoorbijen in de administratieve korf mochten. In het Nederland van 1899 werkten slechts 410 vrouwen op kantoor tegenover meer dan 25.000 mannen. Meer administratieve bedienden telden onze noorderburen toen nog niet. In België zal het aantal niet hoger gelegen hebben.Pas toen de kantoren in het begin van de twintigste eeuw steeds maar groter werden en er nieuwe taken als typen, stenograferen en telefoneren bijkwamen, verschenen meer vrouwen aan de bureaus. Neem nu het typen. In 1873 nam de Amerikaanse wapen- en naaimachinefabrikant Remington als eerste een typemachine in productie. De eerste modellen werden, net als een naaimachine, met tafel en al op de markt gebracht. In Nederland nam het handelshuis Van Eeghen in 1884 de eerste typemachine in gebruik. Aanvankelijk kon alleen de patroon ermee overweg. Langzamerhand leerden ook de bedienden typen, al was er weinig animo voor de logge, lawaaierige machine. Kantoorwerk stond ook voor netjes en fatsoenlijk, waardoor de vrouwen stilaan in groteren getale binnensijpelden, vervolgens toestroomden. De mannen zagen het met lede ogen aan. Aanvankelijk bestond er een grote weerstand. Toen de kantoorarbeid explosief toenam, verstomde het protest evenwel. Bovendien klommen vele mannen al gauw op tot opzichter, zodat ze zich beter in hun vel voelden. Nog lange tijd waren de hogere functies sowieso niet voor vrouwen toegankelijk. Vrouwen kregen overigens nog vaak meisjescontracten, arbeidscontracten met de clausule dat de overeenkomst bij een huwelijk werd ontbonden. Deze informatie plukken we uit de stevig gedocumenteerde Nederlandse uitgave Vrouwen - Leven en werk in de twintigste eeuw. De drammerigheid, de zweeptaal en de politiek correcte clichés die de titel doet vrezen, vallen best mee. Het boek verschijnt naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in Den Haag. Precies een eeuw later maken twee dozijn auteurs (onder wie een minderheid mannen) de balans op van wat er sindsdien gebeurd is op het vlak van vrouwenarbeid. Het boek richt zich exclusief op Nederland, maar heeft ook voor Belgen een hoge herkenningsgraad. Hettie Pott-Buter & Kea Tijdens (red), Vrouwen - Leven en werk in de twintigste eeuw. Amsterdam University Press, 333 blz, 990 fr.LDD