Covid-19 heeft een contra-intuïtief effect gehad op de voedselprijzen. Begin 2020, toen de wereld grotendeels in lockdown ging, was de vrees dat de prijzen zouden stijgen door het hamsteren en de gesloten grenzen. Toch gaven ze nauwelijks een krimp. Pas maanden later, toen in de rijke wereld de pandemie leek af te zwakken en de economieën weer op gang kwamen, begonnen de prijzen alarmerend snel omhoog te gaan. Tegen mei 2021 bereikten ze hun hoogste peil sinds 2011. Volgens een index van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, stegen ze met 40 procent in twaalf maanden tijd.

In 2022 zullen dezelfde krachten die verantwoordelijk waren voor die stijging voor problemen blijven zorgen. De kans dat de prijzen afkoelen, is dan ook miniem. Een cruciale factor is dat er in 2018 een uitbraak van varkensgriep was in China. Als gevolg daarvan was het land in heel 2019 en 2020 verplicht om veel varkensvlees en andere bronnen van eiwitten in te voeren, samen met het graan om die dieren te voederen, wat de wereldwijde voorraden deed slinken. Tegen midden 2021 leken de voorraden weer aangevuld, maar nu zijn er bewijzen dat de ziekte zich opnieuw verspreidt.

Een andere factor is de golf van logistieke problemen die de kop opstaken omdat de internationale handel zo snel weer opgestart werd, terwijl covid-19 de activiteiten bij belangrijke knelpunten nog altijd belemmert. Vers fruit en groenten verschepen blijft een lastige onderneming door het tekort aan containers en omdat veel passagiersvliegtuigen, die vaak de meest delicate levensmiddelen transporteren, aan de grond gehouden worden. Het helpt bovendien niet dat de olieprijzen weer gestegen zijn.

La Niña

De grootste bron van onzekerheid is misschien wel het weer. Tijdens de eerste maanden van 2021 stegen de prijzen deels als gevolg van de droogte in de regio's van Noord- en Zuid-Amerika die graan produceren. Volgens wetenschappers bestaat er ook een grote kans dat we tijdens de winter een nieuwe La Niña zullen meemaken, de weersituatie die een jaar geleden de klimaatpatronen verstoorde. Rampen zoals overstromingen en bosbranden zullen door de klimaatverandering ook frequenter voorkomen.

Normaal gezien hoeft de wereld echter niet te panikeren, tenzij we in het ergst mogelijke scenario belanden. Ondanks de recente inflatie zullen de prijzen waarschijnlijk niet de pieken van 2007-2008 halen, toen een voedselcrisis overal ter wereld rellen deed ontbranden. Het voedsel dat mensen consumeren, is bovendien doorgaans verwerkt, wat betekent dat de bedrijven die het voedsel transporteren, verwerken en op de markt brengen vaak bij elke stap in het proces de hogere prijs van grondstoffen voor een stuk opvangen.

In de ontwikkelingslanden zullen duurdere grondstoffen voor landbouw echter nog altijd veel leed veroorzaken. Hun bevolking verbruikt veel minder verwerkt eten: meer eieren en grof graan, minder chocoladerepen en kant-en-klare maaltijden. Het leed zal er nog erger worden gemaakt door andere problemen die arme landen het hardst treffen, zoals de devaluatie van de lokale munteenheden, beperkingen en verstoringen door toedoen van covid, en inkomensverlies van huishoudens vanwege de pandemie en haar nasleep.

Covid-19 heeft een contra-intuïtief effect gehad op de voedselprijzen. Begin 2020, toen de wereld grotendeels in lockdown ging, was de vrees dat de prijzen zouden stijgen door het hamsteren en de gesloten grenzen. Toch gaven ze nauwelijks een krimp. Pas maanden later, toen in de rijke wereld de pandemie leek af te zwakken en de economieën weer op gang kwamen, begonnen de prijzen alarmerend snel omhoog te gaan. Tegen mei 2021 bereikten ze hun hoogste peil sinds 2011. Volgens een index van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, stegen ze met 40 procent in twaalf maanden tijd. In 2022 zullen dezelfde krachten die verantwoordelijk waren voor die stijging voor problemen blijven zorgen. De kans dat de prijzen afkoelen, is dan ook miniem. Een cruciale factor is dat er in 2018 een uitbraak van varkensgriep was in China. Als gevolg daarvan was het land in heel 2019 en 2020 verplicht om veel varkensvlees en andere bronnen van eiwitten in te voeren, samen met het graan om die dieren te voederen, wat de wereldwijde voorraden deed slinken. Tegen midden 2021 leken de voorraden weer aangevuld, maar nu zijn er bewijzen dat de ziekte zich opnieuw verspreidt. Een andere factor is de golf van logistieke problemen die de kop opstaken omdat de internationale handel zo snel weer opgestart werd, terwijl covid-19 de activiteiten bij belangrijke knelpunten nog altijd belemmert. Vers fruit en groenten verschepen blijft een lastige onderneming door het tekort aan containers en omdat veel passagiersvliegtuigen, die vaak de meest delicate levensmiddelen transporteren, aan de grond gehouden worden. Het helpt bovendien niet dat de olieprijzen weer gestegen zijn. De grootste bron van onzekerheid is misschien wel het weer. Tijdens de eerste maanden van 2021 stegen de prijzen deels als gevolg van de droogte in de regio's van Noord- en Zuid-Amerika die graan produceren. Volgens wetenschappers bestaat er ook een grote kans dat we tijdens de winter een nieuwe La Niña zullen meemaken, de weersituatie die een jaar geleden de klimaatpatronen verstoorde. Rampen zoals overstromingen en bosbranden zullen door de klimaatverandering ook frequenter voorkomen. Normaal gezien hoeft de wereld echter niet te panikeren, tenzij we in het ergst mogelijke scenario belanden. Ondanks de recente inflatie zullen de prijzen waarschijnlijk niet de pieken van 2007-2008 halen, toen een voedselcrisis overal ter wereld rellen deed ontbranden. Het voedsel dat mensen consumeren, is bovendien doorgaans verwerkt, wat betekent dat de bedrijven die het voedsel transporteren, verwerken en op de markt brengen vaak bij elke stap in het proces de hogere prijs van grondstoffen voor een stuk opvangen. In de ontwikkelingslanden zullen duurdere grondstoffen voor landbouw echter nog altijd veel leed veroorzaken. Hun bevolking verbruikt veel minder verwerkt eten: meer eieren en grof graan, minder chocoladerepen en kant-en-klare maaltijden. Het leed zal er nog erger worden gemaakt door andere problemen die arme landen het hardst treffen, zoals de devaluatie van de lokale munteenheden, beperkingen en verstoringen door toedoen van covid, en inkomensverlies van huishoudens vanwege de pandemie en haar nasleep.