De meeste studies over de Vlaams-Waalse geldstromen focussen op de transfers via de sociale zekerheid en via de bijzondere financieringswet die de geldstromen van de federale overheid naar de deelstaten regelt. Het Leuvense onderzoekscentrum kwam vorig jaar zo tot 5,7 miljard euro die jaarlijks van het noorden naar het zuiden van ons land vloeit.
...

De meeste studies over de Vlaams-Waalse geldstromen focussen op de transfers via de sociale zekerheid en via de bijzondere financieringswet die de geldstromen van de federale overheid naar de deelstaten regelt. Het Leuvense onderzoekscentrum kwam vorig jaar zo tot 5,7 miljard euro die jaarlijks van het noorden naar het zuiden van ons land vloeit. In een nieuwe studie voegt Vives daar nog een ander soort geldstroom aan toe: de intergewestelijke transfers uit rentelasten. In België zijn die de voorbije decennia aanzienlijk geweest wegens de Belgische traditie van begrotingstekorten en de daaruit voortvloeiende hoge rentelasten. Volgens berekeningen van Geert Jennes, senior economist bij Vives, lopen de intergewestelijke transfers in België uit rentelasten in het jaar 2007 op tot nog eens 5,7 miljard euro. Dat bedrag ging dat jaar zo goed als volledig naar Wallonië. Het betekent dat de noord-zuidtransfers in België meer dan 11 miljard euro per jaar bedragen. Andere onderzoeken naar de transfers hebben die intrestlasten bewust niet meegerekend. We denken aan de studie van de Nationale Bank van België of aan die gebaseerd op de cijfers van Abafim (Vlaamse administratie). "In die onderzoeken ging men ervan uit dat je die rentelasten niet mocht meetellen omdat er een privédeel aan vastzit: intrestuitgaven zijn een vergoeding voor een evenwaardige prestatie. Burgers of ingezetenen van een gewest kopen obligatieleningen en krijgen daar een rente voor", legt Jennes uit. "De redenering was dat zoiets zich niet vertaalt in intergewestelijke transfers. Maar aan rentelasten zit ook een publiek aspect. Want zij zijn het gevolg van een stijgend begrotingstekort waardoor de overheid meer uitgaven kan doen. Daar profiteren bepaalde deelstaten meer van dan andere. En precies dat hebben we in kaart gebracht. En dan blijkt dat Vlaanderen 5,7 miljard meer betaalt dan het zou moeten, wat bijna volledig ten gunste van Wallonië is." (zie kader De berekening) Het onderzoek van Vives baseert zich op cijfers van 2007 waarbij rekening gehouden wordt met de totale rentelasten, gecumuleerd over de jaren heen. Dat was nog voor de Grote Recessie en dus vooraleer de Belgische staatsfinanciën diep in het rood gingen. Vandaag heeft België opnieuw een negatief primair saldo en met de stijgende rentevoeten zullen de rentelasten de komende jaren opnieuw toenemen. Dat zal een verdere stijging van de transfers in de rentelasten veroorzaken, tenzij een besparingsprogramma op poten wordt gezet. Of tenzij de gewestelijke aandelen in het primair saldo grondig wijzigen. Jennes: "In het verleden waren de transfers uit rentelasten vaak groter dan nu. Dat was bijvoorbeeld zo in de jaren tachtig, toen België met grote begrotingstekorten kampte en de rentelasten hoog opliepen." De verslechterende toestand van de Belgische staatsschuld en de daaraan gekoppelde intrestlasten vallen bijna samen met de jaren waarin de Vlaams-Waalse transfers op kruissnelheid kwamen. Als de intrestlasten een klein gewicht hebben in de overheidsuitgaven, zijn ook de transfers uit intrestlasten beperkt. In 1970 bedroegen de intrestlasten 2,4 procent van het bbp, in 1980 was dat 4,4 procent en in 1992 bereikten zij hun voorlopig hoogste aandeel op 9,7 procent. Een aantal onderzoeken heeft al de vinger op de wonde gelegd. In de jaren tachtig, toen de overheidsschuld snel toenam, bleek dat de transfers voortvloeiend uit de federale rente-uitgaven voor de periode 1975-1985 55 procent van de totale geldstromen uitmaakten (tegenover 34 procent voor de sociale zekerheid). In de periode 1991-2003 bedroegen de rentelasten dan weer 37 procent van alle transfers vanuit Vlaanderen naar Wallonië. Cijfers die naadloos aansluiten bij de nieuwe berekening van Vives. De beleidsimplicaties kunnen nauwelijks overschat worden. Met de oplopende staatsschuld, het begrotingstekort en de nakende saneringen is het de vraag hoe de inspanningen verdeeld moeten worden over de verschillende overheidsniveaus (federaal versus gemeenschappen en gewesten). Federale en gewestregeringen vechten daar al lange tijd een robbertje over uit. Het Vives-onderzoek levert extra munitie. Jennes: "Op basis van de transfers uit intrestlasten kunnen we niet anders dan besluiten dat elke begrotingssanering een daling van de transfers betekent. Nog verder oplopende begrotingstekorten zouden nog meer transfers veroorzaken, waarvoor Vlaanderen de prijs zou betalen." Volgens de Vives-vorsers is de opname van de intrestlasten in de transferberekeningen belangrijk omdat de transfers vervat in rentelasten niet te vergelijken zijn met andere noord-zuidgeldstromen. Ze zijn zo groot dat we kunnen spreken van een tweede sneeuwbaleffect. Hoe komt dat? Ten eerste is er een kans dat een begrotingstekort zich jaar na jaar vertaalt in bijkomende federale overheidsuitgaven in de vorm van intrestbetalingen. België heeft al meermaals een primair overschot geboekt, maar dat was niet altijd voldoende groot om de aanhoudende schuldtoename en de transfers uit rentelasten tegen te gaan. Gewone federale uitgaven hebben een eenmalige impact op het transferbedrag, maar het effect van de rentelasten stapelt zich op. Ten tweede zijn er de aanzienlijke verschillen in de gewestelijke aandelen in het primair saldo. Die verschillen zijn groter dan de verschillen in primaire uitgaven. Ze vergemakkelijken het ontstaan van een sneeuwbaleffect, in de veronderstelling dat meestal hetzelfde gewest het minst bijdraagt aan de primaire saldi. Een derde reden voor een nieuw sneeuwbaleffect is volgens Vives dat de jaarlijkse totale intrestlasten een belangrijk deel van de federale begroting uitmaken. Jennes ziet die geldstromen niet dadelijk afnemen. Het belooft dan ook een pittig debat te worden wanneer er vroeg of laat gepraat wordt over deelstaten die een deel van de Belgische schuldenlast op zich moeten nemen. Als we uitgaan van het oorsprongbeginsel, waarbij de schulden toekomen aan wie ze veroorzaakt heeft, dan zal dit voor Wallonië een enorm zware last zijn. ALAIN MOUTON EN JOHAN VAN OVERTVELDTGewone federale uitgaven hebben een eenmalige impact op het transferbedrag, maar het effect van de rentelasten stapelt zich op. "Oplopende begrotingstekorten veroorzaken nog meer transfers waar-voor Vlaanderen de prijs zou betalen" Geert Jennes, Vives