Bij het 'agreekment' worden veel vraagtekens geplaatst. Dat verbaast niet, want het is het derde reddingsplan in vier jaar. Het is zeker geen perfect plan, wel is het wellicht het minst pijnlijke coherente plan dat enig perspectief biedt. Kritiek op het plan is simpel, maar suggesties voor alternatieve plannen of zinvolle aanpassingen ontbreken.
...

Bij het 'agreekment' worden veel vraagtekens geplaatst. Dat verbaast niet, want het is het derde reddingsplan in vier jaar. Het is zeker geen perfect plan, wel is het wellicht het minst pijnlijke coherente plan dat enig perspectief biedt. Kritiek op het plan is simpel, maar suggesties voor alternatieve plannen of zinvolle aanpassingen ontbreken. Het scepticisme is terecht en de euforie dat een grexit is vermeden, is misplaatst. Voor het overleven van de eurozone is hiermee nog minder dan een veldslag gewonnen, dus zeker de oorlog niet. Aan de financiële markten en de banken is verweten dat ze te gewillig en te goedkoop krediet hebben verstrekt aan Griekenland. Dat is begrijpelijk als de overtuiging overheerst dat de euroleden geen collega zullen laten vallen. In een scenario waarin landen uit de eurozone stappen, had de obligatierente inderdaad hoger moeten oplopen. Het laatste akkoord met Griekenland geeft de financiële markten echter zeker geen ongelijk. Het vertrouwen in het 'project-eurozone' is ondanks het Griekse akkoord danig aangetast. Omdat vertrouwen moeilijk op te bouwen is, moeten we nog vrezen voor woelige periodes. Zo is duidelijk gebleken dat Brussel zeer laks optreedt tegen het niet naleven van afspraken en het niet eerbiedigen van overeenkomsten. Bij elk probleem wordt gezocht naar achterpoortjes om landen toe te laten af te wijken van de spelregels. Het eerste cruciale voorbeeld was het Stabiliteits- en Groeipact dat feitelijk werd afgeschaft na 2002, toen Duitsland en Frankrijk konden ontsnappen aan sancties. Vandaag is de toestand, ondanks nieuwe bepalingen, niet beter. Kijk maar naar ons land, waar de doelstelling om het tekort onder 3 procent van het bbp terug te dringen herhaaldelijk werd aangepast, of juister, uitgesteld. Toegegeven, met goede redenen en goede bedoelingen, maar een muntzone met negentien leden kan enkel overleven als regels extreem strikt worden nageleefd. Crucialer is dat een essentieel onderdeel van de muntzone, de no-bail-out-clausule, niet relevant bleek. Het samenhouden van de unie werd belangrijker dan het eerbiedigen van de spelregels. De vraag is of alle leden van de muntzone nu beseffen dat ze een vetorecht hebben op het voortbestaan van de eurozone. Wie zal chantage tegenhouden? Het herstel van het vertrouwen moet een prioritaire doelstelling worden. Daarvoor is een strikte toepassing van de spelregels noodzakelijk. Landen die niet voldoen aan de budgettaire regels moeten snel en kordaat tot de orde worden geroepen. Uitzonderingen kunnen niet meer. Een strikte toepassing van de begrotingsregels is dus noodzakelijk, maar heeft de Europese Commissie daarvoor de politieke macht? Het akkoord met Griekenland illustreert nogmaals dat de cruciale beslissingen uiteindelijk worden genomen door de regeringsleiders. Kan de Commissie haar politieke autoriteit uitbreiden? Wellicht niet, want anders hadden de regeringsleiders al lang commissievoorzitters met een sterkere persoonlijkheid benoemd. Problemen zullen dus blijven ontstaan en escaleren. Nu hoeft het voorgaande niet te resulteren in extreem negativisme over de toekomst van de eurozone. Bij de leden zal ook wel de overtuiging bestaan dat een reddingsplan zoals dat voor Griekenland niet haalbaar is voor de grote landen zoals Duitsland, Frankrijk en Italië. Een ernstig probleem in deze landen houdt dus automatisch het einde van de muntunie in. Maar zelfs voor kleinere landen is een herhaling van de Griekse ervaring niet wenselijk. De voorbije publieke discussies in de eurolanden moeten toch hebben uitgewezen dat de geldbeugel nu het beste dicht blijft. Dat standpunt zal nog verharden na een schuldherschikking. De eurozone heeft een moeilijke periode achter de rug. De uitdaging is daaruit lessen te trekken, zodat het vertrouwen wordt hersteld. Meer dan vroeger hebben de eurosceptici voer voor kritiek gekregen. Het zal de taak van Griekenland zijn het vertrouwen van de euroleden niet te beschamen. Belangrijker nog is dat de Europese Commissie en de eurolanden het vertrouwen in het europroject drastisch opkrikken door een strakke naleving van de spelregels af te dwingen. De auteur is hoogleraar economie aan de VUB. JEF VUCHELENLanden die niet voldoen aan de budgettaire regels moeten snel en kordaat tot de orde worden geroepen. Uitzonderingen kunnen niet meer.