De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.et ingang van 1 april is het BTW-tarief op dranken in een groot aantal gevallen gedaald van 21 naar 6 %. Die tariefverlaging past in het stelsel van de ecoboni, dat dranken in herbruikbare verpakkingen in een aantal gevallen gevoelig goedkoper wil maken. Dat gebeurt door een combinatie van enerzijds een selectieve verlaging van accijnzen en BTW, en anderzijds de invoering van een verpakkingsbijdrage op wegwerpverpakkingen. Welke dranken komen voor de BTW-verlaging in aanmerking? De verlaging geldt voor alle voor menselijke consumptie bedoelde dranken, met uitzondering van bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 %, en van andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 %. BIER. Wat de bieren betreft, mogen we ervan uitgaan dat de tariefverlaging aan de meeste biersoorten voorbijgaat. Op enkele uitzonderingen na hebben alle bieren immers een alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 %. Alleen de alcoholvrije bieren, zoals Tourtel en Jupiler NA, hebben (logischerwijze) zo'n laag alcoholgehalte dat we ze als niet-alcoholische dranken kunnen beschouwen. Die komen dus wel in aanmerking voor de BTW-verlaging. Bij de zogeheten alcoholarme bieren hangt het er een beetje van af. Sommige hebben een alcoholvolumegehalte dat net niet boven 0,5 % ligt, terwijl andere deze grens al behoorlijk overschrijden. Zelfs tafelbieren komen niet voor de tariefverlaging in aanmerking. Het alcoholvolumegehalte schommelt, afhankelijk van het merk, tussen ongeveer 1 en 4 %. Bij de pilsen en zwaardere bieren is er geen twijfel mogelijk. Door hun hogere alcoholgehalte vallen ze buiten de BTW-verlaging. Hetzelfde geldt voor wijnen, ciders, likeuren enzovoort. Die blijven allemaal getarifeerd tegen 21 %. Andere dranken. Voor alle andere dranken geldt voortaan het tarief van 6 %. Voor gewoon natuurlijk water geleverd door de waterdistributie en voor melkdranken heeft dit geen gevolgen. Die waren voorheen ook al onderworpen aan het tarief van 6 %. Maar voor alle andere niet-alcoholische dranken worden de tarieven wel degelijk gewijzigd. Dat geldt bijvoorbeeld voor mineraal water in flessen, vruchtensappen, cola, limonade, koffie en thee enzovoort. Sommigen zullen opmerken dat koffie bijvoorbeeld voorheen ook al voorkwam in de lijst van goederen die aan het 6 %-tarief onderworpen waren. Maar dat gold enkel voor de koffiebonen, niet voor de klaargemaakte koffie als drank. Levering. Let wel, de BTW-verlaging geldt enkel als het gaat om de levering van niet-alcoholische dranken. Het BTW-wetboek maakt een onderscheid tussen het leveren van goederen en het presteren van diensten. Het lage BTW-tarief is in de meeste gevallen alleen van toepassing op het leveren van goederen. Slechts een handvol diensten komt ook voor het lage tarief in aanmerking, zoals de diensten van begrafenisondernemers, het "verschaffen van gemeubeld logies met of zonder ontbijt" (hotels) enzovoort. Maar het "verschaffen van spijzen of dranken om ter plaatse te worden verbruikt" (restaurants of cafés) is bijvoorbeeld een dienst waarvoor de BTW-reglementering niet in een lager tarief voorziet. Koffie. Neem bijvoorbeeld een kopje koffie. Wie een café of een koffiehuis binnenstapt om een kopje koffie te drinken, is afnemer van een dienst en valt dus onder toepassing van het gewone tarief van 21 %. Idem wanneer dat kopje in een restaurant geserveerd wordt na afloop van de dis. Wie daarentegen in een hotel een kopje koffie drinkt als onderdeel van het ontbijt dat hij na de overnachting geserveerd krijgt, betaalt slechts 6 % BTW. De dienst van het hotel is namelijk wel aan het lage tarief onderworpen. Automaten. De BTW-verlaging voor koffie of thee (als drank) geldt ook wanneer ze aan te merken zijn als een levering van goederen. Denk bijvoorbeeld aan de klassieke koffieautomaat met plastic bekertjes. Als zo'n automaat zich beperkt tot het verschaffen van een plastic bekertje met koffie en hij niet staat opgesteld op een plaats die speciaal is ingericht voor verbruik ter plaatse, dan wordt het verschaffen van de koffie niet als een dienst maar wel als een levering van goederen aangemerkt. Die levering heeft betrekking op een niet-alcoholische drank en dus is het tarief vanaf 1 april niet langer 21 maar 6 %. Hetzelfde onderscheid tussen leveringen en diensten moet ook bij de andere niet-alcoholische dranken worden gemaakt. Neem bijvoorbeeld iemand die in een fastfoodrestaurant een blikje cola koopt om het mee te nemen. In principe gaat het dan om een levering van goederen, zodat slechts 6 % BTW aangerekend zou moeten worden. Bestelt hij daarentegen een blikje cola om het ter plaatse te gebruiken, dan gaat het om een dienst en blijft het tarief 21 %. Jan Van DyckZelfs tafelbieren kunnen de BTW-tariefverlaging niet genieten.