Trends selecteert grensverleggende thema's en verhalen. De Belgische fotonicasector verdient het label, omdat de technologie het mogelijk maakt efficiënter te produceren.
...

"Fotonica groepeert alle technologie die op de een of andere manier licht gebruikt", zegt professor Roel Baets, die de Photonics Research Group aan de UGent leidt en verbonden is aan het Leuvense onderzoekscentrum imec. "Een foton is het elementaire deeltje van licht. Tot twintig jaar geleden spraken we vooral over 'optica', maar onder invloed van het Engels gebruiken we nu vooral 'fotonica'." Fotonica is cruciaal in onze wereld. "We gebruiken het allemaal", stelt Baets. "Denk aan de glasvezelkabels die ons van internet voorzien en de chips die gebruikmaken van licht. Maar de beeldsensor of ledlamp van een smartphone is evengoed fotonica." Ook zonnepanelen, lasers en beeldschermen maken er gebruik van. "Fotonica is bovenal een ondersteunende technologie in verschillende sectoren", stelt Hugo Thienpont, de directeur van Brussels Photonics, het onderzoeksteam van de VUB voor fotonica. "De voedselsector bijvoorbeeld gebruikt het om met lasers de versheid van producten te scannen." Fotonica is ook cruciaal in de overgang naar meer milieuvriendelijke processen. Volgens een studie in opdracht van het Europese platform Photonics21 kan de technologie in 2030 de CO2-uitstoot met maar liefst 3 miljard dollar ton verminderen. Dat is mogelijk omdat met lichttechnologie verschillende productieprocessen geoptimaliseerd kunnen worden, zodat ze minder energie verbruiken. Maar ook wind- en zonne-energie-installaties zitten vol componenten die op fotonica gebaseerd zijn. Daarnaast kan de technologie worden gebruikt om bosbranden vroeg te detecteren of afvalrecyclage efficiënter te maken. De Belgische fotonicasector groeit elk jaar met 7 procent. België staat op plaats acht in Europa, leert een studie van de Europese Unie, even hoog als onze gevierde biotechsector. Volgens Thienpont ondersteunt fotonica indirect 10 procent van de Europese economische activiteit. Grote bedrijven zoals Barco, Televic en Lambda-X waren de pioniers in België, maar er komen ook steeds meer start-ups in dat domein. "Toen we in 1990 een opleiding in fotonica begonnen aan de VUB, lachten mijn collega's me uit", stelt Thienpont. "Zij dachten dat die afgestudeerde ingenieurs nergens aan de bak zouden komen. Nu staan de bedrijven aan onze deur te kloppen om hen te rekruteren. Start-ups in fotonica beginnen echt furore te maken." De VUB richtte ook PhotonHub Europe op. Dat project verbindt bedrijven en onderzoeksinstellingen in Europa, om fotonica dieper te doen doordringen in de economie. Het wil een referentie worden voor bedrijven, vooral kmo's. "Kleine bedrijven hebben niet altijd het geld, de technologie en de expertise om productvernieuwing door te voeren op basis van fotonica. Zij kunnen ook niet vier jaar lang werken aan de ontwikkeling van een nieuw product, zoals sommige grote bedrijven. Daar willen wij iets aan doen", zegt Hugo Thienpont. "Wat micro-elektronica veertig jaar geleden was, is fotonica nu: een strategische technologie", zegt Roel Baets. "Vlaanderen had toen een plan, waaruit onder andere het Leuvense onderzoekscentrum imec is ontstaan. Vandaag hebben we geen plan, andere Europese landen wel." Er zijn ook praktische problemen voor wie iets wil betekenen in de ontluikende sector. Daarnaast bestaan er praktische beperkingen. Kapitaal is niet altijd gemakkelijk te vinden voor de heel technische applicaties waarvoor fotonica nuttig is. Het geld komt vaak van overheidsfondsen of universiteiten. Ook infrastructuur ontbreekt voor dat soort start-ups. De bouw van cleanrooms, die cruciaal zijn om fotonicaproducten te ontwikkelen, is gigantisch duur. Ten slotte ontbreekt het de sector aan naamsbekendheid, waardoor te weinig studenten zich aanmelden. Ondanks die beperkingen is het Belgische fotonica-ecosysteem de voorbije jaren sterk gegroeid. Dat gebeurde deels dankzij de universiteiten, maar imec speelt evengoed een cruciale rol. Het stelt expertise en contacten beschikbaar voor start-ups. Dat was bijvoorbeeld zo voor het Gentse Sentea (zie kader Van de nieuwe brug in Genua tot diabetespatiënten). "We hebben het voordeel dat we stevig ingebed zitten in het fotonica-ecosysteem rond de UGent en imec", zegt Karsten Verhaegen, de CEO van Sentea. "Zij doen al twintig jaar onderzoek naar de technologie. Wie ons wil kopiëren, heeft makkelijk vijf tot tien jaar achterstand.""Vroeger waren dat soort technologisch complexe ontwikkelingen vooral een zaak van grote bedrijven", stelt Baets. "Nu spelen kleine start-ups ook een rol. Ze doen een beperkt aantal dingen zelf, zoals chips ontwerpen, maar ze steunen op een ecosysteem en een bevoorradingsketen om producten naar de markt te brengen." De trend is dus positief. "Tien jaar geleden vertelde ik nog aan onderzoekers die op zoek gingen naar een baan dat ze moesten kiezen tussen België of fotonica", stelt Baets. "Toen moest je al snel naar pakweg de Verenigde Staten verhuizen om met die technologie te werken. Vandaag is er een derde weg: fotonica in België."