De auteur is manager Strategisch Arbeidsmarktbeleid bij Randstad.
...

De auteur is manager Strategisch Arbeidsmarktbeleid bij Randstad.Vakbonden zijn museumstukken geworden, vindt Wouter Jonkhoff, redacteur van het gezaghebbende Nederlandse tijdschrift Economisch Statistische Berich-ten. In een hoofdartikel ontwikkelde hij een intussen bekende redenering: 'De vakbonden hadden vroeger wel zin. Toen moest de werknemer zich emanciperen ten aanzien van de almacht van de werkgever. Maar dat tijdperk ligt achter ons. Werknemers zijn mondiger, beter opgeleid, mobieler en gezonder. Ze kunnen het nu wel op hun eentje af. ' Het belang van vakbonden hangt sterk samen met het belang van de collectieve arbeidsovereenkomst, de alomtegenwoordige CAO. Drie vierde van alle werknemers in de Europese Unie valt onder een CAO. In andere delen van de wereld ligt dat aandeel veel lager. Om een CAO te bedingen, heb je een vakbond nodig. Eén werkgever kan een CAO afsluiten, één werknemer vanzelfsprekend niet. De vraag is dan of er op dit ogenblik nog behoefte is aan CAO's. Zijn beste tijd gehad, bazuinen sommige trendwatchers uit. Ook CAO's zijn immers typische producten van de industriële samenleving, waarbij grote groepen werknemers in uniforme arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden opereerden. Door de versplintering van de beroepenstructuur, de groeiende individualisering en de steeds hogere opleiding van de werknemer zou er steeds minder objectief nood zijn aan CAO's en zouden deze geleidelijk aan kunnen vervangen worden door individuele contracten tussen werkgever en werknemer. CAO's kunnen ook onvoldoende inspelen op de productiviteit van bedrijven. Minder productieve bedrijven moeten meer betalen dan ze strikt genomen aankunnen. Meer productieve bedrijven kunnen hun werknemers dan weer niet hun rechtmatige loon betalen, wat voor demotivatie zorgt. Exit CAO dus? Impact van CAO's groeit nog. De feiten spreken het vermeende afnemende belang van de CAO tegen. De voordelen van een CAO zijn immers nog steeds bijzonder groot, zowel voor de werkgever als de werknemer. Het bespaart beiden heel wat tijd, moeite en kosten als een aantal arbeidsvoorwaarden in één keer wordt geregeld in plaats van elke keer afzonderlijk. De besparing aan transactiekosten is enorm. Het is vreemd dat zo weinig economen (inclusief Jonkhoff) hiervoor oog hebben. Precies wegens dat belang voor werknemers en werkgevers zullen CAO's wellicht niet verdwijnen. De impact van CAO's groeit zelfs nog. Het aantal onderwerpen dat door CAO's wordt geregeld, neemt nog altijd toe. Behalve traditionele onderwerpen als lonen en werktijden, worden in meer en meer CAO's afspraken gemaakt over opleiding, kinderopvang en dies meer. Dat betekent echter niet dat de CAO's de individualiseringstrend kunnen negeren. Werknemers en bedrijven hebben minder dan ooit nood aan uniforme regelingen. De CAO dient zich daaraan aan te passen. Wat betekent dat de keuzemogelijkheden voor werknemers en werkgevers moeten toenemen. Een individuele werknemer moet meer dan vroeger kunnen kiezen tussen tijd en geld (keuze tussen loonsverhoging of bijkomende vakantiedagen) en tussen het aanwenden van tijd en geld (de keuze tussen het onmiddellijk benutten van vrije tijd of geld en het opsparen ervan). De CAO heeft goede vooruitzichten indien gepast wordt ingespeeld op die groeiende behoefte. Indien men blijft vasthouden aan de CAO-oude stijl, dan zullen er op termijn meer en meer problemen opduiken. Vrijheid of onzekerheid? De toegenomen keuzevrijheid komt tegemoet aan de behoeften van de nieuwe werknemer, maar men hoeft nu ook weer niet te zeer te individualiseren. Voor een groep werknemers betekent grotere keuzevrijheid alleen maar meer onzekerheid. Die groep wil hoofdzakelijk vaste patronen en collectieve arrangementen. Voor die groepen wordt best uitgegaan van vaste basispakketten met opties erbovenop. Grotere keuzevrijheid betekent trouwens ook een grotere kans op verkeerde keuzes. Kun je als jongere goede keuzes over het pensioen maken? Vakbonden kunnen een belangrijke rol spelen in de begeleiding van werknemers om hen te leren omgaan met deze grotere keuzevrijheid. Maar de vakbonden hoeven niet alles in te zetten op het behoud van de CAO. Ook daarnaast hebben ze mooie troeven in handen. De groeiende individualisering van de werknemers brengt nieuwe behoeften met zich. Vakbonden hebben ook over het algemeen minder leden bij vrouwen, jongeren, bedienden, migranten. Verschillende groepen kun je niet meer alleen met uniforme regelingen bereiken. Hiervoor is aangepaste dienstverlening nodig. De vakbonden zijn uitstekend geplaatst om de dienstverlening te ontwikkelen die kan inspelen op deze behoeften. Het is echter allesbehalve zeker of de vakbonden die kans zullen grijpen. Vooreerst dient er expertise ontwikkeld te worden die er nu slechts in beperkte mate is. Veel belangrijker is echter dat oude mentale modellen moeten worden afgezworen. Indien men de rol als dienstverlener echt wil ontwikkelen, moet men werknemers meer gaan behandelen als zelfstandig opererende individuen met verantwoordelijkheid voor het eigen bestaan. Voor de vakbond is dit lastig. Die ziet zichzelf nog te zeer als de beschermer van de werknemer. Men schrijft graag voor wat goed en slecht is voor deze werknemer. Grote groepen werknemers hebben hieraan echter geen boodschap meer en deze groep zal de komende decennia alleen maar toenemen. Voor de zwakkere groepen op de arbeidsmarkt (goed voor ongeveer een derde van alle werknemers) zal de traditionele rol van de vakbond evenwel de belangrijkste blijven. Dat betekent dat de vakbond van de toekomst verscheidene rollen zal moeten combineren. Nieuw is dit niet. Belgische vakbonden zijn steeds sterk dienstverlenend geweest. De relatief hoge syndicalisatiegraad in België wordt trouwens in belangrijke mate door het hoge servicegehalte van de vakbonden verklaard. Het succes van de Scandinavische vakbonden (waar het ledenaantal nog steeds stijgt) wordt evenzeer hieraan toegeschreven. Jan DenysVakbonden schrijven graag voor wat goed en slecht is voor de werknemer. Grote groepen mensen hebben hieraan evenwel geen boodschap meer.