Het idee van een Scandinavisch model heeft altijd al aangesproken. Europeanen die eropuit waren om hun krakkemikkig sociaal model te verdedigen en de zogezegd meedogenloze Angelsaksische vrije markt uit de weg te gaan, keken in het verleden vaak hunkerend naar het noorden. Wijd en zijd wordt aangenomen dat de noordse landen een of andere magische manier gevonden hebben om hoge belastingen en gulle bijstandssystemen te combineren met snelle groei en lage werkloosheid. Het is in elk geval zo, dat in het voorbije decennium de economieën in die regio het een stuk beter gedaan hebben dan het grootste deel van de rest van Europa.
...

Het idee van een Scandinavisch model heeft altijd al aangesproken. Europeanen die eropuit waren om hun krakkemikkig sociaal model te verdedigen en de zogezegd meedogenloze Angelsaksische vrije markt uit de weg te gaan, keken in het verleden vaak hunkerend naar het noorden. Wijd en zijd wordt aangenomen dat de noordse landen een of andere magische manier gevonden hebben om hoge belastingen en gulle bijstandssystemen te combineren met snelle groei en lage werkloosheid. Het is in elk geval zo, dat in het voorbije decennium de economieën in die regio het een stuk beter gedaan hebben dan het grootste deel van de rest van Europa. Het geloof in een bijzonder Scandinavisch model, of 'derde weg', zal echter verder afbrokkelen in 2007. Zoals zo vaak het geval is, zag dat model er van buiten bekeken veel beter uit dan in eigen huis. Het sprekend bewijs daarvoor werd geleverd in de Zweedse verkiezingen van september 2006. De regerende sociaaldemocraten, die al twaalf jaar aan de macht waren (en gedurende 65 jaar van de voorbije 74 jaar) kregen een pak slaag en zetten hun slechtste resultaat neer sinds 1914. Toegegeven, Zweden beschikt volgens de wereldwijde rangschikking van De Wereld in 2007 over een bijna perfecte democratie. Maar de Zweedse kiezers maakten zich vooral zorgen over vitale kwesties zoals jobs en immigratie. Ondanks de degelijke groei in het voorbije decennium, hebben de mislukking om de arbeidsmarkt te liberaliseren, de sterke vakbonden en het gebrek aan concurrentie in de dienstensector er samen toe geleid dat de creatie van jobs in Zweden is stilgevallen. Dat gebrek aan banen heeft het ook veel moeilijker gemaakt om de snel groeiende migrantenpopulatie van het land te integreren. Nu zal de nieuwe centrumrechtse regering, geleid door Fredrik Reinfeldt van de Gematigde Partij, allicht meer de weg van de liberalisering, privatisering en deregulering opgaan. Revolutionair zal het allemaal wel niet zijn en de belastingverlagingen en besnoeiingen op de uitkeringen van de nieuwe regering zullen - gegeven de onderliggende genegenheid van de Zweden voor hun welvaartstaat - bescheiden blijven. Niettemin zal Reinfeldt, die pas 41 is, iemand zijn om in het oog te houden op het Europees politiek toneel. De ware gelovigen van het Scandinavische model hevelen hun genegenheid nu over naar andere landen in de regio. Als Zweden niet meer voldoet, waarom dan niet Finland met zijn superkampioen, de telefoonfabrikant Nokia? Of Denemarken met zijn befaamd 'flexicurity'-arbeidsmarktsysteem? Of Noorwegen met zijn olie en zijn burgerlijke deugdzaamheid? En waarom ook niet IJsland met al die visserij- en internetstarters? De twee laatstgenoemde landen spreken vooral ook de eurosceptici aan als voorbeelden (samen met Zwitserland) van rijke Europese landen die ook buiten de Europese Unie gedijen. Bij nader toezien blijkt echter al gauw dat deze landen ofwel moeilijk na te volgen zijn ofwel zware tekortkomingen vertonen. Neem nu het meest populaire stel van het moment: Finland en Denemarken. De Finnen eindigen zo goed als, of helemaal, op kop van zowat alle klassementen, of het nu gaat om onderwijs, gezondheidszorg, concurrentiekracht of het gebruik van spitstechnologie. Denemarken vormt een uitzondering in Europa met zijn resultaten op het gebied van tewerkstelling en met het gemak waarmee er een nieuw bedrijf kan opgestart worden. Maar Finland is in bijna gevaarlijke mate afhankelijk van de gezondheid van een enkel bedrijf, Nokia, dat het gros uitmaakt van zijn totale beurskapitalisatie en instaat voor liefst 5 % van het bbp. Denemarken heeft ontegensprekelijk succes geboekt op het gebied van jobcreatie, maar het is tegelijk een hevig anti-migranten-, bijna xenofoob land geworden. In beide landen wordt, net als in de rest van de noordse regio, heel wat gemopperd over de hoge belastingen en de opgeblazen, inefficiënte staat. De waarheid is, dat het Scandinavische model het best werkte toen het zich toespitste op liberalisering en vrijere markten. Wanneer dat echter afgewezen werd, meer bepaald in de openbare diensten, leidde dat tot trage productiviteitsgroei. En al zorgt de grote openbare sector in de meeste Scandinavische landen voor een grotere keuze voor de consumenten, iets meer concurrentie en minder corruptie dan elders in Europa, dan blijven de hoge taksen die daarvoor moeten betaald worden zwaar wegen op hun economie. In 2007 zal Europa, overigens niet voor het eerst, moeten vaststellen dat er geen magische formule bestaat die het mogelijk maakt om het befaamde Europees sociaal model te behouden en tegelijkertijd de vroegere dynamiek van het continent te herwinnen. Kortom, er bestaat eigenlijk geen alternatief voor de moeizame klus van economische hervorming. De auteur is redacteur Europa van The Economist.John Peet