Het lijkt absurd. Maar ze zijn een realiteit. Bedrijven die dringend naar de bank moeten stappen, niet omdat ze geldtekort hebben maar omdat ze bulken van de cash. Ze potten hun euro's op - op zichtrekeningen met een lage interest - en stoppen ze niet in rendabele investeringsprojecten. Dat vreet de beurskoers of aandeelhouderswaarde aan. En zo worden die firma's rijpe overnameprooien voor fondsen of investeerders die zich wél flink in de schulden durven te steken.
...

Het lijkt absurd. Maar ze zijn een realiteit. Bedrijven die dringend naar de bank moeten stappen, niet omdat ze geldtekort hebben maar omdat ze bulken van de cash. Ze potten hun euro's op - op zichtrekeningen met een lage interest - en stoppen ze niet in rendabele investeringsprojecten. Dat vreet de beurskoers of aandeelhouderswaarde aan. En zo worden die firma's rijpe overnameprooien voor fondsen of investeerders die zich wél flink in de schulden durven te steken. Hun namen zijn niet onbekend: het gaat vaak om beursgenoteerde en aantrekkelijke marktspelers zoals Distrigas, Option, Colruyt, Icos, Van de Velde, EVS, Arinso, Artwork Systems, IBA en Barco (zie blz. 46). Ze lijden allemaal aan hetzelfde euvel: te weinig schulden en te veel kasgeld. Té gezond, dus. Ze investeren met de handrem op. Waarom? Rijpe markten zoals telecom, energie, voeding, distributie en chemie kunnen hier een rol spelen. Maar ook een kaalslag of herstructurering in de sector (ICT), of pure psychologie (vertrouwen, lef, ambitie). Er zijn ook fiscale redenen. Geld halen uit een goed draaiend bedrijf in de vorm van winst, loon of een dividend wordt stevig belast. Verkoop je datzelfde bedrijf met een fikse meerwaarde, dan vraagt vadertje Staat daar niets voor. Voeg daarbij onze loonhandicap, de verscherpte concurrentie uit Azië, gebrek aan schaalgrootte en een acute nood aan consolidering, en dat doet vele ondernemers het noorden verliezen. Voor een goede melkkoe wil een veehandelaar zich al eens in de schulden steken. Hij sluit met de bank een goedkope lening af, financiert dat krediet met de lopende opbrengsten uit melkverkoop, brengt de interest fiscaal in mindering van de winst, probeert op korte termijn nog meer melk uit de koe te krijgen en doet het dier daarna met een fikse meerwaarde van de hand. Zo werd 1 miljard euro neergeteld voor luierfabrikant Ontex, 620 miljoen euro voor tapijtgigant Balta en meer dan 250 miljoen euro voor verlichtingsspecialist Massive. Elk van die deals werd afgerond door Angelsaksische buy-outfondsen, die uitsluitend belust zijn op financieel risico en rendement - liefst op korte termijn. In die zin is de overname dit weekend van Unilin door de Amerikaanse textielgigant Mohawk Industries een welkome afwisseling. Want hier gaat het om een industrieel manoeuvre. Er wordt weliswaar een enorm bedrag (2,2 miljard euro) op tafel gelegd, maar de activiteiten van Quick-Step zijn geografisch en productmatig volledig complementair aan die van Mohawk. Het lokale management blijft naar verluidt op post. Een goed teken. En nog belangrijker: de stap die Mohawk zet, is dé adrenalinestoot die het verdeelde West-Vlaamse textielfront nodig heeft om nu definitief en verregaand te conso-lideren. Samen met Shaw Industries en Beaulieu of America controleert Mohawk-topman Jeffrey S. Lorberbaum - zeg maar de Amerikaanse tegenhanger van Boer Clerck - nu zo'n 70 % van de hele vloerbekledingmarkt in Amerika. Het is dan ook de vraag of de Amerikaanse afsplitsing van Beaulieu in die nieuwe constellatie nog lang uit de fusieoperatie van de moedergroep kan worden gehouden (zie ook blz. 14 en blz. 98). Op het politieke front is het ondertussen opvallend stil rond de aardverschuivingen die zich in Vlaanderen voordoen. Ook Deceuninck Plastics aast op het verzilveren van zijn activa, in een vertwijfelde speurtocht naar verdere schaalvergroting. Economisch Vlaanderen maakt zich al lang geen zorgen meer over de creatie van jobs, het breekt zich het hoofd over het behoud van de tewerkstelling. Tijd om een task force op te richten. Niet om moord en brand te schreeuwen bij de 'uitverkoop' die zich momenteel in Vlaanderen of België voordoet. Wel om zinnige antwoorden te vinden op uitdagingen zoals loonkosten, arbeidsflexibiliteit, technologische innovatie, familiale opvolging, schaalvergroting en consolidering, waarvoor onze sectoren staan. Het waardevolle eindrapport Twaalf acties voor de voertuigindustrie, onlangs door een werkgroep van topmanagers, politici, kabinetsleden en vakbonden opgesteld - over twee Vlaamse regeringen heen - kan hierbij als leidraad dienen. piet depuydt - hoofdredacteurDe stap die Mohawk zet, is dé adrenalinestoot die het verdeelde West-Vlaamse textielfront nodig heeft om nu definitief en verregaand te consolideren.