We zijn de herfst van 1997. De SPD'er Gerhard Schröder, minister-president van de Duitse deelstaat Nedersaksen, heeft net een gesprek gehad met de Franse socialistische minister van Economie Dominique Strauss-Kahn. Schröder zegt achteraf dat hij hoopt "dat Frankrijk kiest voor een 35-urige werkweek zonder loonsvermindering. Dat zou een zeer goede zaak zijn voor de Duitse industrie".
...

We zijn de herfst van 1997. De SPD'er Gerhard Schröder, minister-president van de Duitse deelstaat Nedersaksen, heeft net een gesprek gehad met de Franse socialistische minister van Economie Dominique Strauss-Kahn. Schröder zegt achteraf dat hij hoopt "dat Frankrijk kiest voor een 35-urige werkweek zonder loonsvermindering. Dat zou een zeer goede zaak zijn voor de Duitse industrie". Toen al was duidelijk dat Schröder, de topfavoriet om een jaar later bondskanselier te worden, de oude socialistische economische recepten niet meer kon smaken. Zes jaar later, op 14 maart 2003, stelde hij als Duits bondskanselier in de Bundestag zijn Agenda 2010 voor. Het werd een bloed-zweet-en-tranenspeech. De SPD'er wou af van het imago dat Duitsland de 'zieke man van Europa' is. 4,6 miljoen Duitsers zaten zonder werk. Driekwart van de toegevoegde waarde van bedrijven ging naar lonen, een record. Een flexibilisering van de arbeidsmarkt moest Duitsland opnieuw competitief maken. De maatregelen staan sindsdien bekend als de Hartz-hervormingen, vernoemd naar Peter Hartz, de hr-directeur van Volkswagen. Daar kwam nog eens een aanhoudende loonmatiging en een hervorming van de pensioenen bovenop (zie kader Meer dan Hartz I tot IV). Een decennium later zijn de meeste economen het erover eens dat de mayonaise wel degelijk heeft gepakt. Duitsland is de meest performante economie van Europa. Meer dan 41 miljoen Duitsers hebben werk. De werkloosheidsgraad bedroeg vorig jaar 5,5 procent; in 2005 was dat nog 11,3 procent. De jongerenwerkloosheid daalde de voorbije acht jaar van 15,6 naar 8,2 procent. Ook met de werkgelegenheidsgraad van 60-plussers zit het snor. In de jaren negentig had 20 procent van de ouderen een baan, nu is dat 45 procent. De fraaie resultaten doen weleens vergeten dat het effect van Agenda 2010 niet onmiddellijk merkbaar was. In de eerste twee jaar van de hervormingen steeg het aantal Duitse werklozen tot meer dan 5 miljoen. Eigenlijk begon de economie pas in 2006 opnieuw aan te trekken. Toen Angela Merkel in 2005 de fakkel overnam van Gerhard Schröder en een grote coalitie van christendemocraten en sociaaldemocraten vormde, werden nieuwe maatregelen genomen om de werkgelegenheid aan te zwengelen. De btw werd verhoogd van 16 tot 19 procent. Twee derde van de extra inkomsten diende om het overheidsdeficit te beperken. Het andere derde ging naar een lastenverlaging op arbeid. Het Duitse loonmatigingsbeleid dat in 2003 werd ingezet, kende geen voorgaande in de eurozone. Sinds 1998 zijn de Duitse loonkosten per eenheid product (gecorrigeerd voor productiviteit) gestegen met 10 procent. In de rest van de eurozone is dat 45 procent (zie grafiek). Vooral tot 2008 was er sprake van een echte loonstop. De ergernis in Europese landen -- onder andere bij de socialisten in België -- dat het herstel van het Duitse concurrentievermogen louter het gevolg was van loondumping, gaat voorbij aan het feit dat het Duitse jobwonder een totaalpakket is. "Loonmatiging is maar één onderdeel van de ommekeer, en niet eens een element van de Agenda 2010. Niemand heeft tegen de vakbonden en de werkgevers gezegd dat de lonen niet meer mochten stijgen", zegt ING-econoom en Duitsland-kenner Carsten Brzeski. "De loonmatiging was belangrijk bij het begin van de hervormingen. Maar de Agenda 2010 zorgde ook voor een privatisering en een verbetering van de arbeidsbureaus, een verlaging van belastingen op arbeid en overheidsinvesteringen in onderwijs. Daarnaast is het Duitse jobwonder ook het resultaat van de opkomst van China, een sterke mondiale groei en het crisisbeleid van Merkel in 2009-2010 met maatregelen als Kurzarbeit (tijdelijke werkloosheid, nvdr) en de Abwrackprämie, de schrootpremie die de autoverkoop moest stimuleren. Op dit moment speelt ook de vergrijzing een belangrijke rol. Veel babyboomers verlaten de arbeidsmarkt en er is een tekort aan gekwalificeerde werknemers. Daardoor blijft de werkloosheid laag." Vanaf dag één kreeg het Duitse arbeidsmarktbeleid kritiek en die is een decennium later niet weggeëbd. Tegenstanders wijzen op het groeiende legioen van working poor. Van de 41 miljoen werkende Duitsers hebben er meer dan 7 miljoen een zogenaamde mini-job, waarin ze maandelijks niet meer dan 400 euro mogen verdienen. In 2010 had 20,6 procent van de Duitse werknemers een laagbetaalde job. Zij hebben een inkomen lager dan twee derde van het mediaaninkomen. In zijn studie 'De belangrijkste lessen van het Duitse model' plaatst VBO-hoofdeconoom Geert Vancronenburg deze cijfers in een breder perspectief. De mini-jobs waren in 2002-2011 verantwoordelijk voor 39 procent van de groei in de Duitse werkgelegenheid. "Dat verschilt niet zo veel met de situatie in België, waar volgens de CRB de dienstencheques voor 26,6 procent van de jobcreatie stonden," stelt hij vast. De 400 euro van een mini-job is in veel gevallen ook niet het enige inkomen van een gezin. Dit soort jobs is populair bij vrouwen uit gezinnen met een inkomen van 2000 euro of meer. Dat is een gevolg van de bijna onbestaande en dure kinderopvang in Duitsland. Meer dan elders blijven vrouwen thuis om voor de kinderen te zorgen. Zodra die het huis uit zijn, kiezen ze voor een mini-job. "Die mensen moeten niet leven van 400 euro per maand", benadrukt Hans-Werner Sinn van het Duitse IFO-insitituut. "En daar komen nog loonsubsidies bij." "De kritiek heeft juiste en onjuiste kanten", meent Carsten Brzeski, "Aan het begin van de hervormingen ontstonden er inderdaad alleen maar lagelonenbanen. Sinds 2010 komen er echter ook jobs bij op de gewone arbeidsmarkt. Banen in de lagelonensector zijn ook een resultaat van het besef dat het Duitse socio-economische model niet meer betaalbaar was." De mini-jobs doen de kloof tussen rijk en arm toenemen, is een vaak gehoord argument van tegenstanders. Cijfers van het DIW, een denktank in Berlijn, spreken dat tegen. Volgens het DIW is de ongelijkheid in Duitsland na de eenmaking in 1990 inderdaad toegenomen, maar is ze sinds 2005 weer gedaald. De discussie over het Duitse jobwonder houdt aan, ook bij onze oosterburen zelf. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen roept links op om de scherpe kanten van het Duitse arbeidsmarktmodel weg te vijlen. De sociaaldemocraten en de groenen voelen zich daarin gesteund door oud-kanselier Gerhard Schröder, die een aantal gebreken van Agenda 2010 heeft opgesomd. Bedrijven hebben bijvoorbeeld de neiging in plaats van één werknemer voltijds aan te werven, er twee of drie binnen te halen voor een mini-job. Ook het debat over de invoering van een algemeen minimumloon woedt hevig bij onze oosterburen. Elf sectoren hebben er al één, maar tegenstanders vrezen voor een aantasting van de Duitse concurrentiepositie. Anderzijds gaan steeds meer stemmen op om aan de Hartz-hervormingen een vervolg te breien, liever vandaag dan morgen. De Duitse economie boert goed -- 1 procent groei is voldoende voor jobcreatie, in plaats 2,5 procent vroeger -- maar toch trekken zakenmensen, economen en politici aan de alarmbel. Wolfgang Clement, minister van Economie onder Gerhard Schröder, vindt dat Duitsland een Agenda 2020 nodig heeft. Daarvoor zijn er verschillende argumenten. Om te beginnen zijn sommige Zuid-Europese landen volop bezig met hervormingen, en dan mag Duitsland niet ter plaatste trappelen, liet Roland Berger, oprichter van het gelijknamige consultancybedrijf, onlangs weten. De eensgezindheid is in ieder geval ver te zoeken, zeker als het over het Duitse loonbeleid gaat. Sommige economen vinden dat de Duitse voorsprong op andere landen zo groot is dat de komende jaren gerust aantrekkelijke reële loonstijgingen mogen worden toegekend. Andere experts denken het tegendeel. Door de loonmatiging die nu is ingezet in landen als Spanje, zullen die snel competitiever worden. De loonkosten per eenheid product in Duitsland zijn de voorbije vijf jaar met 11,6 procent gestegen. Dat is ongeveer evenveel als in Frankrijk en Italië. Ten opzichte van die landen behoudt Duitsland dus zijn loonkostenvoordeel. Maar volgens de OESO zijn de loonkosten gecorrigeerd voor productiviteit in dezelfde periode in Spanje met 0,1 procent gedaald. Niet veel, maar een begin. Bovendien hervormt Spanje ook zijn arbeidsmarkt. Loondalingen kunnen er gemakkelijker worden doorgevoerd, zeker wanneer de verkoop in een bedrijf tegenvalt. Bedrijven in moeilijkheden mogen ook kortere opzegtermijen hanteren. Zes van de elf buitenlandse autoproducenten in Spanje, waaronder het Duitse Volkswagen, plannen extra investeringen op het Iberische schiereiland. "Agenda 2010 is een groot succes, maar er is meer nodig", zegt Sinn. "Nu zijn er nog 3 miljoen werklozen in Duitsland. Toen ik in 1970 afstudeerde, waren er amper een half miljoen." Christoph Schmidt, hoofd van de Duitse versie van de Board of Economic Advisors, pleit voor soepeler ontslagrecht en een nieuwe verhoging van de pensioenleeftijd aangezien de vergrijzing in Duitsland sneller toeslaat (zie grafiek). Met pensioen gaan op 70 jaar is geen taboe meer. Carsten Bzerski waarschuwt wel voor overhaasting: "Een Agenda 2020 is niet urgent, maar zou helpen om de voorsprong ook over tien jaar nog te hebben. De OESO concludeert al enkele jaren dat Duitsland nog nauwelijks economische hervormingen doet. We moeten voorbereid zijn op het moment dat de Chinezen producten met dezelfde kwaliteit als de Duitse kunnen maken. We moeten niet wachten tot we weer de 'zieke man van Europa' zijn." Alain MoutonMini-jobs zijn vooral populair bij vrouwen uit gezinnen met een inkomen van 2000 euro of meer. Zes van de elf buitenlandse autoproducenten in Spanje, waaronder het Duitse Volkswagen, plannen extra investeringen op het Iberische schiereiland.