Het was een pijnlijk moment voor de euro, vorige week woensdag. De munt zakte onder haar beginkoers van 4 januari 1999, toen traders 1,1747 dollar moesten betalen voor 1 euro. Donderdag en vrijdag zette de eenheidsmunt haar afgang voort, en eindigde de week rond 1,15 dollar.
...

Het was een pijnlijk moment voor de euro, vorige week woensdag. De munt zakte onder haar beginkoers van 4 januari 1999, toen traders 1,1747 dollar moesten betalen voor 1 euro. Donderdag en vrijdag zette de eenheidsmunt haar afgang voort, en eindigde de week rond 1,15 dollar. Voor Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België, is de grote les: beleg niet in munten. "Een aandelenbelegger kan redelijk zeker zijn dat zijn portefeuille over pakweg 20 jaar meer waard zal zijn. Want samen met de economische groei stijgen ook de bedrijfswinsten, wat zich vertaalt in hogere aandelenkoersen. Bij munten heb je dat niet. Er is geen enkele reden waarom bijvoorbeeld de euro systematisch zou moeten stijgen tegenover de dollar, of omgekeerd." Die stuurloosheid is goed zichtbaar in het grillige verloop van de euro-dollarkoers. Die leest als een feuilleton van economische crisissen, overheidsingrepen en psychologische factoren (zie grafiek De bergritten van de euro). Leek de kredietcrisis in 2007 nog een Amerikaans probleem, met de euro als winnaar, dan waren in het najaar van 2008 de rollen weer omgekeerd. De wereldwijde schrik na het bankroet van de zakenbank Lehman Brothers joeg de beleggers toen naar de dollar, deze keer in de rol van veilige haven. Tot in december 2008. Toen besliste de Fed, de Amerikaanse centrale bank, de geldkraan wijd open te draaien, en liep de overvloed aan dollars uit op een versterking van de euro. In de daaropvolgende jaren kende het parcours gelijkaardige wissels, met euro-optimisme gevolgd door Griekse crisissen, verdere monetaire versoepelingen door de Fed en renteverhogingen door de Europese Centrale Bank (ECB). Dé blikvanger van de jongste jaren was een uitspraak van ECB-voorzitter Mario Draghi op 26 juli 2012. Tegen een achtergrond van gevaarlijk hoog oplopende Spaanse en Italiaanse obligatierentes, verklaarde Draghi die dag dat de ECB de euro van de ondergang zou redden, 'what-ever it takes'. De uitspraak volstond om de eenheidsmunt aan een nieuwe, jarenlange klim te laten beginnen. Vandaag leven we alweer in een andere wereld. De eurozone kampt met zwakke groei en deflatie. Na eerdere, halfslachtige pogingen om het tij te keren, zal ECB-voorzitter Draghi vandaag -- zo verwachten de meeste economen -- uit zijn tent komen met de monetaire bazooka: de opkoop van staatsobligaties, de veelbesproken kwantitatieve versoepeling naar Amerikaans model. Dat moet de deflatie ombuigen, de rente drukken en de groei op gang krijgen. Althans, dat is de hoop. Veel waarnemers menen dat de ECB hopeloos lang gewacht heeft om in te grijpen (zie Weifelende EU, krachtdadige VS). De opkoop van staatsobligaties zal liquiditeit in het systeem pompen, en zo drukken op de eurokoers. Voor de dollar liggen de kaarten net omgekeerd. Een heroplevende economie in de VS creëert volop jobs, tegen een maandelijks gemiddelde van 246.000 banen in 2014, de beste prestatie sinds 1999. Dat belooft voor de consumptie, die goed is voor 70 procent van de Amerikaanse economie. De indicator voor het consumentenvertrouwen, samengesteld door de Universiteit van Michigan, kwam vorige maand uit op 98,2, het hoogste cijfer sinds midden 2005. De heropleving biedt de Fed de mogelijkheid het omgekeerde te doen van wat de ECB doet: de geldkraan weer dichtdraaien. De eerste verhoging van de Amerikaanse beleidsrente sinds 2006 zit eraan te komen, wat een groot deel van de recente rally van de dollar verklaart. Zelfs de natuur steekt de dollar een handje toe. "Dankzij hun schalieolie en -gas moeten de Amerikanen veel minder energie invoeren", zegt Vanden Houte. "Dat verkleint het tekort op hun lopende rekening, wat op zijn beurt de dollar structureel sterker maakt." De monetaire verstrakking in de VS blijft nog een tijd op koers, zo blijkt uit de driemaandelijkse prognoses van de Fed-gouverneurs. Zij zien de beleidsrente van de Fed uitstijgen boven 1 procent tegen eind dit jaar. Maar de markten geloven dat niet. Zij verwachten een beleidsrente van amper een half pro- cent eind dit jaar. Voor de daaropvolgende jaren neemt het verschil tussen de beide prognoses nog toe (zie grafiek Het ongeloof van de markten). Een ander knipperlicht is de rente op Amerikaanse overheidsobligaties. De rente op tienjarige obligaties stond een jaar geleden nog op 3,2 procent. Vandaag verkent ze dieptepunten van 1,8 procent. De langetermijnrente weerspiegelt de marktverwachtingen voor de toekomstige groei en inflatie. Het lijkt erop dat de obligatiemarkten twijfelen aan de duurzaamheid van de sterke groei in de VS. De verklaring voor die twijfel is allicht te zoeken buiten de VS. De wereldeconomie zit in een sukkelstraatje en het valt nog af te wachten of de VS gespaard blijven van de malaise. Europa stagneert. Japan doet inspanningen, maar het succes blijft uit. Op papier groeit China met 7 procent, maar de bedrijven maken weinig winst, en de schuldenberg is een tijdbom. Resten nog de opkomende landen. Zij zien zwarte sneeuw door de daling van de grondstoffenprijzen. De financiële markt is er weinig ontwikkeld, zodat bedrijven moeten lenen in dollar, terwijl ze inkomsten boeken in de lokale munt. De dollarsterkte brengt hen in problemen. Algemene conclusie: de Amerikaanse economie is the only show in town. Dat klopt, maar de Amerikaanse economie kan die show lang volhouden, volgens Vanden Houte. "De Amerikanen moeten het momenteel vooral hebben van de binnenlandse jobcreatie en de daaruit voortvloeiende vraag naar consumentengoederen. De export hebben ze op dit moment niet nodig." Vanden Houte ziet de problemen voor de dollar uit een heel andere hoek komen. "De dollar is vandaag de populairste belegging, zo blijkt uit een grote enquête van de Amerikaanse bank Merrill Lynch bij institutionele beleggers. Dat dollaroptimisme begint mij angst in te boezemen. Als iedereen zijn portefeuille al volgestopt heeft met dollars, waar moet een verdere koersstijging dan vandaan komen? Mensen moeten nog willen bijkopen." Een blik op de posities van speculanten leert veel (zie grafiek Pessimisme over de euro). "De grote meerderheid van de speculanten is vandaag short in euro, zoals dat heet in het jargon", zegt Vanden Houte. "Ze gokken op een verdere waardedaling van de euro. Dat maakt termijnverkopen van de euro erg lucratief, tenminste als de waardedaling werkelijkheid wordt. Met zo veel speculanten in shortposities kan de markt gemakkelijk omslaan. Het minst goede nieuws -- betere groeicijfers voor de eurozone bijvoorbeeld, of een schuldverlichting voor Griekenland - zal een aantal speculanten doen twijfelen aan de verdere waardedaling van de euro. Ze zullen euro's beginnen op te kopen, om de verliezen op hun posities zo veel mogelijk te beperken. Dat kan een golf van paniekaankopen in gang zetten, die de eurokoers hoger doet schieten. Wie vandaag gokt op een stijging van de dollar tegenover de euro, moet goed nadenken. Speculatie met munten is al zo vaak geëindigd in tranen." JOZEF VANGELDER"Het dollaroptimisme begint mij angst in te boezemen" Peter Vanden Houte