De Vlaming die tot 8 juni onderhandelt over de ijle toekomst van Nederlands enige computerbouwer Tulip Computer, is dezelfde die in 1990-1991 met het Japanse Mitsubishi negotieerde over het veiligstellen van de toekomst van Nederlands enige autofabriek, Volvo Car in Born. Japan-lover André Deleye hielp toen de Nederlandse staat (70% aandeelhouder) om Volvo Car om te zetten in NedCar - met Volvo, Mitsubishi en de Nederlandse overheid voor elk een derde in het kapitaal. Het was de eerste "Japanse" fabriek op het continent en opende perspectieven waar de huidige manager Chris Dewulf nog altijd van profiteert.
...

De Vlaming die tot 8 juni onderhandelt over de ijle toekomst van Nederlands enige computerbouwer Tulip Computer, is dezelfde die in 1990-1991 met het Japanse Mitsubishi negotieerde over het veiligstellen van de toekomst van Nederlands enige autofabriek, Volvo Car in Born. Japan-lover André Deleye hielp toen de Nederlandse staat (70% aandeelhouder) om Volvo Car om te zetten in NedCar - met Volvo, Mitsubishi en de Nederlandse overheid voor elk een derde in het kapitaal. Het was de eerste "Japanse" fabriek op het continent en opende perspectieven waar de huidige manager Chris Dewulf nog altijd van profiteert. Pro memorie: Destelbergenaar André Deleye (60 j.), zoon van een Brugs borstelfabrikant, elektrotechnisch ingenieur, maakte vanaf 1965 carrière in de auto-industrie, met functies bij Ford Genk, Volvo Gent en in de PRV-motoren joint venture in het Noord-Franse Douvrin. Hij volgt het Executive Program aan de universiteit van Stanford en dient als adjunct-hoofd "manufacturing staff" bij Volvo Car Corp. in Göteborg. In 1980 verhuist hij naar Eindhoven, waar hij als president-directeur Volvo Car BV saneert met 600 ontslagen en 500 miljoen gulden overheidssteun. Hij toont zich een gedreven voorstander van Japanse managementmethodes en vecht voor zijn fabriek. Al getuigde een vakbondsman toen: "Elkeen die zijn leven lief heeft, zal zich wel wachten om tegen hem in te gaan."Hijzelf noemt zich in een interview met het Nederlandse zakenblad FEM iemand "die goed met mensen om kan gaan". Zegt hij: "Ik kan de zaken goed inventariseren en evalueren en ik kan mensen goed motiveren om een bepaalde richting uit te gaan. Op dat punt ben ik een terriër." Terug naar Volvo Car en België, want ook daar leert Deleye samenwerken met de overheid. In 1984 stoppen Alinvest, Sidinvest, NIM en Gimv elk 200 miljoen frank in Volvo Car Sint-Truiden, de (op dat moment) kortademige Belgische dochter van Volvo Car BV. In 1989 verhogen de vier invests hun belang tot 45% door nog eens 560 miljoen in te brengen: in St.-Truiden komt een fabriek voor continu variabele transmissies (CVT). Volvo Car brengt 830 miljoen aan knowhow en licenties in. Gaston Geens legt de eerste steen. Deleye krijgt erkenning van over de grenzen: hij wordt Officier in de Kroonorde van België (1989) en een jaar later Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Een maand voor de start van NedCar, neemt Deleye ontslag. In dezelfde periode, eind 1991, koopt Koninklijke Begemann Group BV voor 55 miljoen gulden de 55% van Volvo Car BV in VCST, dat ook allerlei andere onderdelen voor Volvo Car BV maakt. Een mooie zaak voor Begemann: alleen al de bedrijfsterreinen worden in zijn balans op 96 miljoen gulden gewaardeerd. En op 15 januari 1992 verwerft Begemann-topman Joep van den Nieuwenhuyzen de volledige controle over VCST door de vier investeringsmaatschappijen 15% in Begemann toe te schuiven. De Vlamingen krijgen 1,375 miljard frank aan Begemann-papier tegen 114 gulden, met een put-optie weliswaar. Als daarna de koers instort, komen er interpellaties in het parlement. André Deleye bedankt voor de job van Sabena-baas en wordt in april directeur bij Begemann. Ex-premier Wilfried Martens gaat in op zijn vraag om er commissaris te worden. Deleye weet wat doen. Begemann telt 22.000 werknemers, waaronder 12.000 Russen en bijna 32 miljard frank aan bedrijfsopbrengsten. De kleine centrale holding koopt, saneert en verkoopt bedrijven in investeringsgoederen (energie, milieu- en processystemen, vervoer, voeding). Maar de conjunctuur zit tegen. De schuld van 800 miljoen gulden weegt zwaar. Het aandeel daalt van 200 in 1990 tot beneden 30 in 1993. De bankiers morren. Desinvesteren dringt zich op - "je moet realistisch zijn," zegt Deleye. De resultaten worden met - soms hilarische - financiële spitstechnologie gezoet.Het belet Begemann niet om in februari 1993 met Gimvindus de failliete Boelwerf over te nemen. André Deleye wordt voorzitter. De CVP loodst hem even later ook nog naar de top van KS. Intussen worden ten behoeve van Begemann honderden miljoenen uit het coördinatiecentrum van VCST gehaald. Een zaak waarin de Limburgse politicus Karel Pinxten zich vastbijt. André Deleye heet bij Begemann ondanks alles "de hoop van de banken". Op 17 oktober 1994 wordt Joep van den Nieuwenhuyzen veroordeeld wegens beurshandel met voorkennis in de HCS-affaire. Deleye wordt interim-voorzitter. Als van den Nieuwenhuyzen in februari 1996 vertrekt naar de Rotterdamse DroogdokMaatschappij, neemt André Deleye zijn Begemann-aandelen over. Het pakket van ruim 23%, ondergebracht in Begebel, is dan op de beurs ongeveer 590 miljoen frank waard. Boelwerf Vlaanderen gaat in november 1994 failliet. De curatoren verwijten Gimvindus en Begemann een sterfhuisconstructie te hebben opgezet en halen begin dit jaar hun slag grotendeels thuis. "Het imago van Begemann is verkeerd," verklaart Deleye in mei 1995 aan Elsevier. Een half jaar later gaan ook Begemann-filialen Windmaster in St.-Truiden en G&G in Willebroek failliet. Provisies en nieuwe boekhoudnormen duwen Begemann voor één keer in het rood. De twee volgende jaren zijn weer positief. Bedrijven in nood hebben geen vrienden, weet Deleye, maar hij geeft niet op. "Integendeel, de hele zaak bracht zoveel onrecht mee, dat je je wapent," verklaart hij strak aan FEM. Komt er een kentering? Vorig jaar werkte André Deleye zich in de belangstelling door - als Deleye Investment Group, niet als Begemann-voorzitter - de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker met de steun van Stork en de Nederlandse staat en met een kapitaalinbreng van het Maleisische Khazanah Nasional Berhad te willen herstarten. Een mislukking die André Deleye meer weet te relativeren dan het feit dat hij in België sinds eind 1996 in staat van verdenking verkeert over het oneigenlijk gebruik van Europese subsidies in het kader van de Boelwerf-affaire. En nu is er Tulip Computer, een dossier waar Begemann geen andere affiniteit mee lijkt te hebben dan dat het er somber uitziet, dat het appelleert aan de trots van de overheid (die Tulip de afgelopen tien jaar 70 miljoen gulden staatssteun toestak, maar waarvan Begaclaim ook 1,2 miljard gulden eist na Joeps vrijspraak in de HCS-affaire) en dat ze Begemann de kans geeft om, in de woorden van André Deleye, "onze defensieve strategie te kunnen verlaten en weer in het offensief te gaan". Technisch is de link met Tulip duidelijk: ze hebben een commissaris (bestuurder) gemeen, Tjerk Westerterp. Maar Tulip Computer heeft vooral een marketingprobleem. Of Begemann daarvoor de oplossing is? De groep leeft zich uit in financiële constructies, vastgoed en investeringsgoederen. En André Deleye verklaarde vorig jaar in hetzelfde interview met FEM: "Ik ben afgestudeerd in elektronica, maar dat spreekt me toch minder aan. Elektronica en informatica geven de indruk door de mens minder bestuurbaar te zijn." 't Kan verkeren. BRUNO LEIJNSE