Het enthousiasme van de werkgevers voor de regering-Michel lijkt bekoeld. De maatregelen om de loonkosten te verlagen en zo de concurrentiekracht van de ondernemingen te versterken, kregen aanvankelijk veel applaus. Zo werden de sociale werkgeversbijdragen verlaagd van 32 naar 25 procent, en 2 procent van de indexstijging werd niet doorgerekend in de lonen.
...

Het enthousiasme van de werkgevers voor de regering-Michel lijkt bekoeld. De maatregelen om de loonkosten te verlagen en zo de concurrentiekracht van de ondernemingen te versterken, kregen aanvankelijk veel applaus. Zo werden de sociale werkgeversbijdragen verlaagd van 32 naar 25 procent, en 2 procent van de indexstijging werd niet doorgerekend in de lonen. Maar vorige week verklaarde Unizo-topman Karel Van Eetvelt dat de indexsprong "een maat voor niets aan het worden is". De reden is de stijging van de index door bijkomende belastingen. De hogere btw op elektriciteit, het hogere inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs, het duurdere openbaar vervoer en de turteltaks sijpelen door in de index van de consumptieprijzen. Door de automatische loonindexering zullen de brutolonen - en dus de loonkosten - sneller stijgen dan verwacht. Dat dreigt het effect van de indexsprong volgens Van Eetvelt uit te hollen. Maar economen van andere werkgeversorganisaties zijn het daarmee niet eens, al is er wel een negatief effect op de concurrentiekracht. "De versnelling van de inflatie, onder meer door hogere indirecte belastingen, zal het kostenvoordeel van de indexsprong met ongeveer de helft tenietdoen", zegt Geert Janssens, de hoofdeconoom van Etion, het vroegere VKW. "Onze loonkostenhandicap zal opnieuw toenemen met meer dan 1 procentpunt. Of beter gezegd: de handicap zal minder snel afnemen dan was verwacht, want de lonen zullen bij onze buren blijven stijgen. Het niet buiten de index houden van die belastingverhogingen doet een deel van het positieve resultaat teniet." Frank Vandermarliere, de hoofdeconoom van de technologiefederatie Agoria, sluit zich daarbij aan. "Van een nuloperatie kunnen we zeker niet spreken", benadrukt hij. "Via een indexsprong, loonmatiging en een daling van de lasten op arbeid wil de regering de loonkosthandicap afbouwen. Met resultaat: in onze sector zijn de loonkosten sinds begin 2014 met slechts 1,1 procent gestegen. Op 1 april was er een daling met 1,15 procent door de taxshift. Maar in juli gaat waarschijnlijk al meer dan twee derde van die daling verloren door de oplopende inflatie, die tot een indexering van 0,7 procent leidt. Een deel van de loonkostenhandicap is dus gecorrigeerd, maar niet volledig. Eind 2016 zal hij waarschijnlijk nog altijd 12,5 procent bedragen. Maar dat is niet zeker. We zullen pas aan het einde van het jaar weten wat de loonkostenhandicap is." Alle werkgeversorganisaties zijn het erover eens dat de loonkostenhandicap die België heeft opgebouwd sinds 1996 is weggewerkt. Maar er is nog een historische handicap die maakt dat de uurloonkosten van Belgische werknemers eind dit jaar nog altijd 12,5 procent duurder zijn dan het gemiddelde van Duitsland, Frankrijk en Nederland. Geert Janssens benadrukt dat België van zeer ver komt. De Belgische uurloonkosten zijn in de Belgische privésector tussen 2004 en 2013 bijna dubbel zo snel gestegen als in de buurlanden: met 33 procent, tegenover 18 procent in Duitsland, Frankrijk en Nederland. "Onder meer daardoor keken we in 2013 aan tegen een totale loonkostenhandicap van bijna 20 procent", zegt Janssens. "De totale uurloonkosten min de loonsubsidies bedroegen bij ons toen 38,80 euro per uur, tegenover 32,50 euro bij onze buren. De maatregelen van de regering hebben voor een daling van de loonkostenhandicap gezorgd. Maar dat is evenzeer een gevolg van de sterkere loonstijgingen in het buitenland." Een arbeidsuur kostte eind 2015 bij ons 39,10 euro (een stijging met 0,7 % sinds 2013), tegenover 33,50 euro bij de buren (een stijging met 3 % sinds 2013). Tot voor kort hoopten de werknemers dat de historische loonhandicap tegen het einde van deze legislatuur zou dalen tot 10 procent. Is dat ijdele hoop, nu de inflatie oploopt en de automatische loonindexering opnieuw volop werkt? "Nog even afwachten. De verlaging van de werkgeversbijdragen is in de tijd gespreid en loopt door tot 2020", legt Frank Vandermarliere uit. "Maar verschillende elementen kunnen ertoe leiden dat er een eind komt aan de verbeterde concurrentiekracht van de Belgische bedrijven. Er is niet enkel de impact van de index, de loonstijging in Duitsland zal niet eeuwig aanhouden. Na de reële loonstop onder de regering-Ri Dupo en het beleid van loonmatiging van de regering-Michel zullen de vakbonden dit najaar voor de interprofessionele onderhandelingen voor 2017-2018 met nieuwe looneisen komen. Daarmee dreigt de Belgische loonkostenhandicap opnieuw te stijgen." Dat is ook de vrees van Geert Janssens: "In het verleden hebben loonlastenverlagingen systematisch geleid tot hogere brutolooneisen. In sommige segmenten is er nog altijd een krappe arbeidsmarkt en de conjunctuur trekt ondanks alles toch licht aan. Het is dus niet uitgesloten dat ook langs die weg een probleem voor de concurrentiekracht van de ondernemingen opduikt. De werkgevers zijn daarom minder enthousiast dan een halfjaar geleden. Ik maak me ook zorgen over het gat in de financiering van de taxshift. Het is niet uitgesloten dat het moet worden opgevuld met nieuwe belastingen, die dan opnieuw kunnen leiden tot extra inflatie." Het risico van een loon-prijsspiraal loert volgens Janssens om de hoek. Ook Agoria voelt nattigheid. De technologiefederatie roept op om het systeem van de loonindexering structureel te hervormen, zodat een Belgische inflatieopstoot niet automatisch de loonkosten doet stijgen. Maar de automatische loonindexering is in België een taboe. De werkgeversorganisaties stellen hun hoop op een hervorming van de wet op het concurrentievermogen. Die is twintig jaar oud en aan een herziening toe. In de Wetstraat is het daarover zeer stil. Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) heeft zijn handen vol met het sussen van de vakbonden, die ziedend zijn over zijn plannen om de arbeidsmarkt flexibeler te maken. Voor Unizo, het VBO en de sectorfederaties is de herziening van de wet een must. Zij willen dat ontsporingen van de loonkosten veel sneller worden bijgestuurd en dat er maatregelen worden genomen om de historische handicap van 12,5 procent verder weg te werken. De werkgevers hoopten dat de nieuwe wet er voor het eind van het jaar ligt. Maar die timing is steeds minder realistisch. Alain Mouton"De versnelling van de inflatie, onder meer door hogere indirecte belastingen, zal het kostenvoordeel van de indexsprong met ongeveer de helft tenietdoen" - Geert Janssens, Etion