Midden vorige maand kondigden PetroFina en Electrabel aan dat ze samen gaan investeren in veruit de grootste installatie voor warmtekrachtkoppeling (WKK) die tot nog toe in ons land werd gebouwd. De Fina Raffinaderij Antwerpen kan er vanaf eind 1999 zo'n 126 megawatt (MW) elektrisch vermogen en 165 ton stoom per uur mee produceren. Tot nog toe haalt de grootste werkende WKK-installatie in België amper 40 MW. Bij Fina gaat het om een investering van zowat 3,5 miljard frank. Derde partner in het project is Distrigas, dat hiervoor jaarlijks 250 miljoen m3 aardgas zal leveren.
...

Midden vorige maand kondigden PetroFina en Electrabel aan dat ze samen gaan investeren in veruit de grootste installatie voor warmtekrachtkoppeling (WKK) die tot nog toe in ons land werd gebouwd. De Fina Raffinaderij Antwerpen kan er vanaf eind 1999 zo'n 126 megawatt (MW) elektrisch vermogen en 165 ton stoom per uur mee produceren. Tot nog toe haalt de grootste werkende WKK-installatie in België amper 40 MW. Bij Fina gaat het om een investering van zowat 3,5 miljard frank. Derde partner in het project is Distrigas, dat hiervoor jaarlijks 250 miljoen m3 aardgas zal leveren.Een WKK-installatie produceert tegelijk elektriciteit en warmte, meestal in de vorm van stoom. In een gasturbine produceren samengeperste lucht en aardgas de hete verbrandingsgassen (1200 à 1300 °C) die de schoepen van de turbine aandrijven. Een alternator op de turbine-as maakt de elektriciteit aan. De gassen die de turbine uitlaat, zijn nog zowat 500 °C heet, genoeg om via een recuperatieketel verwarmingsstoom te produceren. Die komt in de productiecyclus van de raffinaderij goed van pas. De energiebesparing zal zowat 20% bedragen tegenover een aparte productie van elektriciteit en warmte.Ongerief door tariefIs dit een signaal dat in België de ontwikkeling van WKK nu in een stroomversnelling komt? Er roert wel wat. Het Uitrustingsplan 1995-2005 schat het te installeren elektrisch vermogen via zo'n decentrale productie voor die periode op 1000 MW. Vooral van Vlaamse overheidszijde komt er druk om nu snel voor een flinke invulling van die doelstelling te komen. Vlaams minister van Economie Eric Van Rompuy (CVP) dringt er in zijn Beleidsbrief Energie 1998 op aan dat het Controlecomité voor Elektriciteit en Gas (CCEG) verder tarifaire maatregelen onderzoekt en uiteindelijk ook neemt. Dit comité beslist immers over de tarieven, waarin momenteel nog vervaarlijke adders onder het gras zitten voor wie zich aan WKK waagt. Er is de voorbije jaren al wat gesleuteld aan de vergoeding voor het terugleveren van overtollige elektriciteit aan het net. De vertegenwoordiger van het Vlaams gewest in het Controlecomité drong er nog eens op aan om in het kader van het tariefprogramma 1997 de teruglevertarieven opnieuw onder de loep te nemen. Hij vroeg meteen ook om de tarifering van hulp- en noodstroom aan te passen. Momenteel is het immers zo dat wie op een heel jaar WWK-productie één keer een beroep moet doen op noodstroom van het net daardoor zijn energiebesparing van dat jaar compleet in damp ziet opgaan.Electrabel heeft technische argumenten waarom de tarifering tot nog toe is wat ze is. Het terugleveren is onvoorspelbaar. Bij de uitbouw van zijn net kan Electrabel geen staat maken op een gewaarborgde toevoer van elektriciteit uit die hoek en het kan zijn net er dus niet lichter door maken. Het terugkooptarief is precies op die vermeden kost gebaseerd en kan dus moeilijk hoog liggen. Om altijd genoeg hulp- en noodstroom bij de hand te hebben, moet Electrabel zijn net ook met de nodige reserves uitbouwen. WKK-gebruikers worden daarom getarifeerd op de piek in hun verbruik over een jaar, die meestal bij een noodlevering of het heropstarten na een netstoring zal liggen.Niettemin wil het Controlecomitévolgens zijn nota van december 1997 aan nationaal Energieminister Elio di Rupo (PS) nieuwe maatregelen ter versoepeling van die tariefkwesties invoeren. Zo wil het nog voor eind februari de vermeden kost herberekenen "op een tegensprekelijke en transparante wijze". Het comité wil in de tarieven meer oog hebben voor de kwaliteit van de elektriciteit en een paar drempels wegnemen. Voor de noodstroom wil het comité het effect van de pieken afvlakken. Het Controlecomité presenteert deze en een rist andere beoogde maatregelen als "voorstellen" aan de minister, maar vermits het compleet autonoom over tarieven beslist, dient deze nota alleen om de minister op de hoogte te stellen van wat hij mag verwachten. En met hem, het hele land. Men kan zich afvragen waar in deze beslissingsstructuur het gehalte aan democratische besluitvorming zit. Electrabel-woordvoerder Patrick De Vos relativeert graag het belang van de tarieven in de uitbouw van WKK. "De tarifering is zeker niet beslissend geweest in een project als dat met PetroFina", meent hij. Bij PetroFina doet woordvoerster Catherine Ferrant opmerken dat voor haar bedrijf een goede overeenkomst met de energiepartners vooral compleet moest zijn, van technologie tot bevoorrading. De samenwerking is ook bedoeld voor de lange termijn. PetroFina was daarmee niet aan zijn proefstuk toe, want de oliemaatschappij heeft al WKK's in de Verenigde Staten en sinds een jaar in Groot-Brittannië. Als Catherine Ferrant vergelijkt, merkt zij dat Electrabel nog wat onwennig staat tegenover dit soort overeenkomsten. Twee vliegenDe oliemaatschappij en de elektriciteitsproducent pakken natuurlijk ook graag uit met het gunstig milieu-effect van zo'n installatie. De nieuwsoortige, hoogtechnologische gasturbine draagt flink bij tot een naar verluidt aanzienlijke daling van de uitstoot van CO2 en stikstofoxides. Dat is koren op de molen van de groene jongens. Volgens Greenpeace moet WKK één van de drie pijlers van een duurzaam elektriciteitsbeleid vormen. De andere twee zijn energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Greenpeace wil met WKK twee vliegen in één klap vangen, met name het terugdringen van de CO2-uitstoot en het geleidelijk uitschakelen van kernenergie.De milieubeweging vindt dat het lang niet snel genoeg gaat met het bevorderen en invoeren van WKK in ons land. Zij vergelijkt de 3% WKK in onze elektriciteitsproductie, met de 40% in Denemarken en de 30% van Nederland en verwijt het huidig Uitrustingsplan dat het nog tien keer meer middelen uittrekt voor het nucleair en fossiel vermogen dan voor WKK, terwijl het CO2-plan van de federale regering WKK voorrang wil geven en terwijl het vermogen uit kernenergie op zijn huidig niveau bevroren is met een moratorium.De vergelijking met Nederlandwerkt echter bij menig energiedeskundige van minder groene stempel een allergische reactie op. Electrabel-man Patrick De Vos, kernachtig: "In Nederland staan vele zogenaamde WKK-installaties waarbij de warmte gewoon in de lucht wordt afgeblazen. Zulke installaties wekken meer uitstoot op, in plaats van minder." Nederland heeft het kilowatt/uur uit WKK gesubsidieerd, maar komt daarvan terug. In de derde energienota van de Nederlandse Tweede Kamer (hun Kamer van volksvertegenwoordigers) staat dat industriële WKK in een vrije elektriciteitsmarkt geen speciale steun van de rijksoverheid nodig heeft. Dat ligt nog wel even anders bij stads- en tuinbouwverwarming of andere kleinschalige WKK.Even verderop in de nota, die volgens Patrick De Vos door de groenen in ons land altijd wordt aangehaald om speciale voordelen voor WKK af te dwingen, vindt hij koren voor zijn molen. Er staat dat bevoordeling van decentraal vermogen niet vol te houden is. Alle stroom van zulke bronnen moet gewoon de prijs krijgen die de markt ervoor wil betalen. Het aandeel decentraal vermogen loopt in Nederland nu dermate hoog op dat er in de nota sprake is van temporiseren met WKK. Het is immers ook uitkijken met de gewaarborgde stroomvoorziening, wanneer het decentrale aandeel vrij groot wordt, meldt Patrick De Vos.Hij verwijst naar een grote stroomonderbreking die Midden-Nederland vorig jaar in juni trof. De Leuvense professor Ronny Belmans raakte bij het onderzoek naar de oorzaken betrokken en beaamt dat de oncontroleerbare WKK-elektriciteit op het net er één van was. "Je hebt met elektriciteit niet zo veel vrijheid. Er is altijd een sterk net voor nodig," stelt hij. "Men mag WKK dan ook niet te gauw voorstellen als een makkelijke oplossing." Hij hoorde een Nederlandse WKK-kenner België al waarschuwen dat het toch niet dezelfde fouten mocht maken als zijn land. België zit echter nog mijlenver van de orde van grootte aan WKK die men in Nederland kent, waar tegen 2000 zowat 8000 MW elektriciteit hieruit zal voortkomen. Dat is veel, ook als men aanneemt dat een flink deel daarvan geen echte koppeling van warmte en elektriciteit inhoudt. Nog geen plankgasBepaalde deskundigen beweren ook al eens dat Nederland via WKK het gasgebruik wil bevorderen. Daar zou Distrigas ook wel eens oren naar kunnen hebben. Aan die ene nieuwe WKK-installatie bij PetroFina zal het gasbedrijf meteen een kwart van het hele aardgasverbruik door WKK-installaties in ons land leveren. Niet voor niets kreeg PetroFina de primeur om rechtstreeks met Distrigas een contract hiervoor af te sluiten. Nu al (dus zonder de Fina-installatie) levert Distrigas 1,1 miljard kubieke meter van zijn totaal van 13,6 miljard kubieke meter aan WKK-installaties.Uiteraard ziet de gassector de WKK-gebruikers graag komen. Hij kreeg in april '97 het Controlecomité zo ver dat de gasprijs voor kleine en grote WKK's zakte. Distrigas steunt ook de WKK-promotoren in de vereniging Belcogen, trekt 400 miljoen frank over vijf jaar uit om projecten te financieren en werkt ook meer aan steunmaatregelen uit de hoek van het rationaal energiegebruik. Bepaald ingrijpend oogt die steun echter niet en ook Distrigas onderschrijft de Belgische doelstelling van 1000 MW WKK tegen 2005, die van groene zijde zo armzalig gevonden wordt. Vrije markt vergt regelsToch klinkt Distrigas-woordvoerster Griet Heyvaert zeer positief: "Wij zitten in een markt die potentieel open ligt. Door de liberalisering zullen onze grote industriële klanten gaan rondshoppen voor hun energiebevoorrading." Distrigas wil dat verlies aan verzekerde afneming opvangen door met de industrie een duurzame relatie met grote volumes in contracten vast te klinken. Het gasbedrijf wil zo stabiliteit en continuïteit creëren en verliest het beleid van rationeel energiebeleid daarbij niet uit het oog. Energiedeskundige Wim De Groote wijst er echter op dat er pas van heuse liberalisering sprake kan zijn, van het ogenblik dat de tarieven eerlijker worden. Dan kan de vrije markt zeker voor kmo's de deur openen naar WKK. "Liberalisering is echter iets heel anders dan deregulering. Beide begrippen staan zelfs haaks op mekaar," aldus Wim De Groote. "Bij monopolies heerst er vaak een gebrek aan regulering. Die laatste wordt echter hard nodig, wanneer de concurrentiestrijd losbarst. Dan heeft een sector een onafhankelijke regulator nodig. Kijk naar de telecommunicatie, waar het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie nu scheidsrechter tussen de marktspelers wordt. In de energiesector heb je dat nog niet. De sector controleert zichzelf. Dat is niet houdbaar." Willem De Bock