Na de juristen van het Europees Hof, kraken nu ook de economen het transfersysteem in het voetbal. Stop met het nutteloze heen en weer geschuif van zware transfersommen en herverdeel de recettes : alleen dat is wettig èn doelmatig.
...

Na de juristen van het Europees Hof, kraken nu ook de economen het transfersysteem in het voetbal. Stop met het nutteloze heen en weer geschuif van zware transfersommen en herverdeel de recettes : alleen dat is wettig èn doelmatig.Nu het Europees Hof van Justitie in Luxemburg met het arrest-Bosman het transfersysteem de genadeslag toebracht, vrezen velen in de voetbalwereld voor financiële drama's. Stefan Késenne, professor economie aan de Antwerpse Ufsia, is er gerust in. Eén voor één haalt hij de argumenten van de voorstanders van het transfersysteem onderuit. Ten eerste zou het systeem voor evenwicht in de competitie zorgen : het vermijdt concentratie van de beste spelers in één of enkele rijke clubs. Die laatste zitten in de steden, hebben een groter recruteringsgebied voor toeschouwers en spelers, en kunnen dus meer betalen voor talent. Het transfersysteem garandeert kleinere clubs het recht om goeie spelers aan het einde van hun contract voor zichzelf te houden (tenzij daar een flinke som geld tegenover staat).Dat evenwicht in de competitie is nodig voor de leefbaarheid van het voetbal, dat geeft Késenne toe. Het eigenaardige van de "sector" is dat je twee "bedrijven" (clubs) nodig hebt om het "product" (de wedstrijd) te maken, en dat de kwaliteit van het product afhangt van de sterkte van beide bedrijven. Een match waarvan de winnaar op voorhand gekend is of een competitie met slechts een paar echte titelkandidaten zijn slecht voor de publieke belangstelling en dus slecht voor de inkomsten van het voetbal. De sector heeft met andere woorden een "marktregulering" nodig om tot dat evenwicht te komen. "De vraag is," aldus Késenne, "of het transfersysteem daartoe geschikt is. Voor het antwoord hoef je maar de Belgische competitie te bekijken : die is goed halfweg en slechts 2 clubs kunnen nog kampioen spelen, RSC Anderlecht en Club Brugge. Alle empirische studies bewijzen keer op keer dat er geen enkel verband bestaat tussen het transfersysteem en evenwicht in de competitie. Een transfersysteem kan niet verhinderen dat het talent naar de rijkste club vloeit. Op basis van de wet van Coase, de Nobelprijswinnaar economie 1991, kunnen economen dat theoretisch aantonen." Het onevenwicht in de Belgische competitie weerspiegelt zich ook in de budgetten. "Daarover vind je nergens cijfers," aldus Késenne, "maar naar verluidt zou het budget van RSC Anderlecht het geld van de Europese Champions League niet meegerekend 450 miljoen bedragen, 10 maal meer dan dat van SV Waregem." Dat leidt tot het tweede argument van de voorstanders : de transfersom is de financiële compensatie voor het leveren van de "grondstof" (spelerstalent). Dankzij dat geld kunnen kleinere clubs overleven. "Kleine clubs zijn inderdaad nettoverkopers van spelerstalent, waardoor ze geld overhouden," zegt Késenne. "Maar afschaffing van de transfermarkt zal aan de financiële toestand van een club niets veranderen. De kost van een speler op de transfermarkt wordt bepaald door zijn salaris èn de nettotransfersom, dat is het aankoopbedrag min het verkoopbedrag. Omdat kleine clubs bij een transfer geld overhouden, worden hun spelers overbetaald in verhouding tot hun talent en hun productiviteit. Iedereen kent die verhalen over kleinere clubs die zich vergalopperen door aan spelers zotte vergoedingen te betalen. Schaf je de transfermarkt af, dan zullen spelers enkel betaald worden naar hun productiviteit. De lagere spelerswedden zullen het verlies aan transfergeld goedmaken. Financieel verandert dus niets. Goed management, de tering naar de nering zetten, dàt is wat de kleine clubs nodig hebben." Afschaffing van het transfersysteem zou de jeugopleiding kelderen, omdat jonge talenten, na vorming betaald door de club, zonder vergoeding hun opleiders vaarwel kunnen zeggen. "Ook ik ben bekommerd om de jeugdopleiding, en de clubs moeten daarvoor een billijke vergoeding krijgen," vindt Késenne. "Maar er wordt over jeugdopleiding veel onzin verkocht. Clubs doen dat toch niet alleen om spelers te verkopen en er geld uit te slaan, maar ook om de eigen rangen aan te vullen. Ook in sporttakken zonder transfermarkt is er jeugdopleiding. Mensen van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) geven trouwens toe dat de jeugdopleiding in België er belabberd aan toe is, ondanks het transfergeld. Wil je daaraan iets doen, kan de KBVB een fonds aanleggen waaraan iedere club bijdraagt naar draagkracht. De overheid kan dat steunen, maar het probleem is dat sportbeleid geregionaliseerd is en de KBVB niet van opsplitsing wil weten. Hoe dan ook, de voetbalbond kan inspiratie vinden bij de basketbalbond die de transfermarkt afschafte en een goed systeem van opleidingsvergoedingen uitwerkte." ESCALATIE.Het transfersysteem is dus nutteloos en in strijd met het fundamenteel recht van een werknemer om op het einde van zijn contract vrij een nieuwe werkgever te kiezen. Nochtans bestaat er een doelmatig en wettelijk middel dat zorgt voor competitie-evenwicht en financiële compensaties voor kleinere clubs, net wat de voorstanders van het transfersysteem willen. "Dat middel heet revenue sharing of inkomstenherverdeling," zegt Késenne. "In het American football krijgt het bezoekende team 40 % van de recette. Inkomsten uit tv-rechten zijn zo goed als gelijkmatig verdeeld over alle clubs. In het baseball is er een 80-20-verdeling van de inkomgelden in de American League en een 95-5-verdeling in de National League. Empirisch onderzoek bewees duidelijk het verband tussen de mate van revenue sharing en evenwichtigheid van de competitie. Inkomstenherverdeling vermijdt te sterke concentratie van talent in enkele rijke clubs, belangrijk voor de leefbaarheid van de sporttak. Trouwens, in de Europese Champions League bestaat inkomstenherverdeling al." Revenue sharing blijkt het antwoord te zijn op nog andere bezwaren van de voorstanders van de transfermarkt. Zo vrezen zij een escalatie van de spelerswedden bij afschaffing van het transfersysteem omdat spelers de clubs tegen elkaar zullen laten opbieden. Késenne : "In de VS escaleerden de wedden inderdaad omdat Amerikaanse clubs gerund worden als commerciële bedrijven : ze maximaliseren hun winst. Europese clubs zullen zo'n escalatie niet kennen omdat zij de sterkte van hun team maximaliseren en zo veel mogelijk wedstrijden willen winnen. Winst is bij onze clubs minder belangrijk, zolang de inkomsten de uitgaven maar dekken."Zelfs al escaleren de wedden, revenue sharing kan temperen, volgens Késenne : "Je koopt een speler omdat je verwacht dat hij veel zal opbrengen. Stel dat je die opbrengst moet delen met andere clubs. Zal je die speler nog evenveel willen betalen ? De clubmanagers zullen hun aankopen verminderen, en een dalende vraag betekent lagere wedden."Stijgt het gemiddelde weddeniveau dus niet, blijft het feit dat de verdeling van de wedden ongelijker wordt bij afschaffing van het transfersysteem. "Ik zei al dat in dat geval spelers louter naar hun productiviteit betaald zullen worden : lagere wedden in kleinere clubs, maar ook hogere in grote clubs," aldus Késenne. "Geen nood, dat zal de verdeling van het talent over de clubs, en dus het evenwicht in de competitie, niet veranderen. Wil je tòch een gelijkere verdeling van de wedden, pas dan revenue sharing toe. Economen bewijzen immers dat hoe sterker de revenue sharing, hoe minder de wedde van de speler verband houdt met zijn effect op de clubinkomsten of, anders gezegd, zijn productiviteit." Geïrriteerd door het zware lobbywerk van de voetbalbonden, stond het Europese Hof geen overgangsperiode toe bij het onwettig verklaren van de transfermarkt. "Zo'n overgangsperiode had ervanaf gemogen, vind ik," aldus Késenne. "Als je pakweg 40 miljoen betaalt voor een speler, mag je de tijd krijgen om die investering te laten renderen. En bij veel clubs is de waarde van de spelers zowat het enige actief op de balans. Vaak is dat een garantie voor bankleningen. Een aantal clubs krijgen dus serieuze problemen."JOZEF VANGELDERSTEFAN KÉSENNE (UFSIA) De tering naar de nering zetten, dàt is wat kleine clubs nodig hebben. VOETBAL : LEEFBAAR ? Gelukkig is er nog FilmNet, anders moeten we eraan toesteken.