De verkoop door Solvay van zijn farmadivisie aan het Amerikaanse Abbott werd bijzonder aandachtig gevolgd aan de andere kant van Brussel, bij het farma-bedrijf UCB. En niet alleen omdat er nu eindelijk een einde komt aan de jarenlange speculatie over een farmahuwelijk tussen de twee door familiebanden verbonden bedrijven. Solvay en UCB worden deels geschraagd door dezelfde adellijke familiale aandeelhouders, zoals de Janssens en de Boëls.
...

De verkoop door Solvay van zijn farmadivisie aan het Amerikaanse Abbott werd bijzonder aandachtig gevolgd aan de andere kant van Brussel, bij het farma-bedrijf UCB. En niet alleen omdat er nu eindelijk een einde komt aan de jarenlange speculatie over een farmahuwelijk tussen de twee door familiebanden verbonden bedrijven. Solvay en UCB worden deels geschraagd door dezelfde adellijke familiale aandeelhouders, zoals de Janssens en de Boëls. Vooral de conclusies van Solvay-topman Christian Jourquin doen de zenuwachtigheid bij UCB ongetwijfeld stijgen. Jourquin vond dat Solvay Pharma niet de kritische massa heeft om op eigen houtje te overleven in de bikkelharde wereld van big pharma. Veelzeggend is ook dat Solvay geen enkele aantrekkelijke potentiële partner van vergelijkbaar, middelgroot formaat kon vinden. Zeer vervelende vaststellingen voor UCB, net als Solvay Pharma een middenmoter onder de farmabedrijven. UCB zit trouwens al niet bepaald ruim in de slappe was. Dat het vorige week 500 miljoen euro moest ophalen bij institutionele beleggers, zegt genoeg. Jourquin maakt ook duidelijk dat langer wachten geen zin had. De waarde van Solvay Pharma zou door aanzwellende pijplijnproblemen en de moordende generieke concurrentie alleen maar dalen. Een reden te meer voor de Janssens en Boëls om na te denken over hoe zij verder willen met UCB. Durven zij het risico te nemen om UCB een lange solokoers te laten varen tussen de machtige wereldspelers? Velen onder hen hebben al een smak geld verloren door de ontmanteling van Fortis. Mogelijk zijn ze nu wél geneigd om eieren voor hun geld te kiezen. UCB moet net als Solvay Pharma zijn toekomstopties grondig laten onderzoeken, zodat meteen duidelijk wordt of er wel kandidaat-kopers of -partners zijn. En als het zover komt, kan UCB die zoektocht hopelijk wél discreet afwerken. Het verkoopproces van Solvay Pharma werd van meet af open en bloot gevoerd in de media. Sommige van de zakenbankiers die Solvay had ingehuurd, lekten de informatie zeer doelbewust. Zij leven natuurlijk van grote deals, en de verkoop van Solvay Pharma moest tot elke prijs aangemoedigd en geforceerd worden. De keerzijde van de medaille was dat ook de winnaar van de biedstrijd, Abbott, al snel in het snuitje had dat het nauwelijks wat te vrezen had van de concurrentie. De biedstrijd was daardoor veel minder heftig dan hij had kunnen zijn. Met een op het scherp van de snee gevoerde biedoorlog had Solvay misschien wel enkele honderden miljoenen euro's extra kunnen opstrijken. Dat in volle finale van het verkoopproces plots toch opnieuw de naam van UCB viel, was ook niet toevallig, maar een duidelijk schot voor de boeg. Nu de zakenbankiers de buit van Solvay binnen hebben, maken zij meteen werk van een volgend lucratief dossier. Het veilingproces van UCB lijkt met andere woorden nu al te zijn ingezet. Benieuwd of de zakenbankiers ook deze keer hun slag thuishalen. Do-it"Ik heb maandenlang slecht geslapen", blz. 62Door Bert LauwersDe Janssens en Boëls hebben alle redenen om na te denken over hoe zij verder willen met UCB.