In de nieuwe vergaderzaal van de socialistische vakbond ABVV in de Brusselse Hoogstraat hangt een sociaal-realistisch schilderij. Volkomen in overeenstemming met het strijdsyndicalisme dat het aanhangt, met het zingen van de Internationale aan het einde van elk congres en met het gebruik van de aanspreektitel "kameraden".
...

In de nieuwe vergaderzaal van de socialistische vakbond ABVV in de Brusselse Hoogstraat hangt een sociaal-realistisch schilderij. Volkomen in overeenstemming met het strijdsyndicalisme dat het aanhangt, met het zingen van de Internationale aan het einde van elk congres en met het gebruik van de aanspreektitel "kameraden". Op het terrein ontwikkelt er zich echter een nieuwe kunstvorm: het sociaal surrealisme. Dat kenmerkt zich door een krampachtige verhouding tot het nieuwe België. Enkele voorbeelden.Toen in Vlaanderen het idee rijpte om eigen regionale cao's mogelijk te maken, sprong het licht op rood bij het ABVV. Het Vlaamse ABVV mocht in dit dossier geen millimeter bewegen. Vlaamse cao's zouden immers de splitsing van de sociale zekerheid inluiden. Nollet gebruikte intern onder andere het argument dat als er Vlaamse cao's zouden komen, dan ook de Fondsen voor Bestaanszekerheid zouden splitsen. Op die manier kon hij de centrales achter de stelling krijgen, want die zagen niet graag hun invloed tanen in de vetpotten van die Fondsen. Terwijl in de praktijk diezelfde centrales cao's sluiten die uitsluitend Vlaamse of Waalse afspraken bevatten, of die provinciaal zijn (en bij uitbreiding dus gewestelijk verschillen). Op het Vlaamse ABVV-congres op 15 oktober kwam in een van de werkgroepen vooral de verdeeldheid van de ABVV-geesten tot uiting. Voorstanders van Vlaamse cao's (onder andere ex- Renault-delegee Karel Gacoms, die nu het Sabena-dossier behandelt) kampten er met emotionele verdedigers van een nationale sociale zekerheid. Een deelneemster verliet woedend en met slaande deuren de zaal toen iemand zich "durfde afvragen" of Vlaanderen, nadat het in het verleden zovele miljarden aan Wallonië had gegeven, er nu ook niet enkele voor zichzelf mocht houden. Andere voorbeelden zijn de Vlaamse zorgverzekering en de aanvullende gewestelijke premies bij loopbaanonderbreking. Telkens ging het federale ABVV onder Waalse invloed op de rem staan. Wat de zorgverzekering betreft, mocht het ABVV die niet steunen omdat de regio's geen eigen sociale zekerheid mogen ontwikkelen, enkel aanvullingen op bestaande regelingen. En een verzekering voor zwaar behoeftige zieken of ouderen is dat niet echt. Toen de bond met zijn standpunt in een isolement raakte, vond een slimmerik uit dat men de zorgverzekering zou kunnen beschouwen als een aanvulling op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden. Onzin, maar de schijn was gered. Sterker, Vlaams topman Xavier Verboven haalde op het Vlaamse ABVV-congres de zorgverzekering aan als een verwezenlijking van het Vlaamse ABVV. Tot afgrijzen van een bevriende sp.a-volksvertegenwoordiger die het congres volgde: "Het is ondanks het ABVV dat we een zorgverzekering hebben. En wat er niet perfect aan is, is aan hen te danken."