eXtra informatie op www.trends.be
...

eXtra informatie op www.trends.beVorig jaar werden volgens een nog niet gepubliceerde evaluatie van het Vlaamse ministerie voor Tewerkstelling naar schatting 800 banen voor allochtonen gecreëerd. Ze konden aan de slag in 165 ondernemingen, 66 ziekenhuizen en andere sociale organisaties en in 13 lokale overheidsdiensten. "Omdat etnische afkomst niet mag worden geregistreerd en veel allochtonen de Belgische nationaliteit hebben, zijn er in werkelijkheid wellicht méér banen gecreëerd," zegt Griet De Ceuster, kabinetsmedewerker van Vlaams minister van Tewerkstelling Frank Vandenbroucke (SP.A). Toch blijven de cijfers ver onder de verwachtingen van de Vlaamse overheid, de werkgevers en werknemers, en de minderhedenorganisaties. Zij rekenden op minimaal 2500 extra jobs per jaar. Idealiter zouden het er dubbel zoveel moeten zijn. En als men er de tot Belg genaturaliseerde vreemdelingen bijtelt, zouden er jaarlijks 7000 banen naar werknemers van niet-Europese nationaliteit moeten gaan, want ze zijn ruwweg vijf keer meer werkloos. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) probeert aan de hand van naamherkenningsprogramma's ook de genaturaliseerde allochtonen mee te tellen. Dan blijkt het aantal werklozen dubbel zo groot: 37.401 allochtone werkzoekenden (Belgen en niet-Belgen) tegenover 18.151 van buitenlandse nationaliteit. Daarbij vergeleken is een duizendtal nieuwe banen in 2004 een pover resultaat. Toch moeten de povere resultaten worden gerelativeerd. Volgens de jongste cijfers van de VDAB (gepubliceerd in De Standaard van 3 mei) zou de werkloosheid onder allochtonen sinds 2000 met 75 % zijn gestegen. De forse stijging is onder meer het gevolg van de regularisatiecampagnes waardoor illegalen met duizenden boven water zijn gekomen. Bovendien werden de mechanismen om allochtonen aan het werk te krijgen pas in 2003 verfijnd. "De resultaten van 2004 zijn een eerste aanzet voor een geïntegreerde aanpak tussen verschillende partners. Dat zou nog meer jobs opleveren als we een olievlekeffect op gang kunnen brengen," meent Griet De Ceuster. "Tot nu zijn we kleinschalig bezig geweest, met projecten hier en daar."Losse initiatieven werden in december 2002 via het Vlaams Economisch en Sociaal Overlegcomité (Vesoc) in een Gemeenschappelijk Platform Allochtonen gegoten. Ten gevolge daarvan richtte de werkgeversorganisatie Voka in 2003 een Jobkanaal op, waardoor vorig jaar in 1500 bedrijven 1270 van de 6000 uitstaande vacatures konden werden ingevuld. Slechts ongeveer 40 % daarvan (een 500-tal) ging naar allochtonen, de rest naar andere kansengroepen, zoals +45-jarigen, gehandicapten en laaggeschoolden. De zogenaamde diversiteitsplannen voor bedrijven en overheidsdiensten vormen de tweede hefboom. Het gaat om vrijwillige projecten, op maat van individuele bedrijven, om kansengroepen aan het werk te helpen, ze bij een herstructurering in een nieuwe positie te plaatsen en zo nodig een geschikte bijscholing te geven. Bedrijven kunnen tot maximaal 10.000 euro ontvangen. Diversiteits- plannen bestonden al vóór 2002; tussen 1999 en 2004 werden 1100 dergelijke plannen opgestart. Maar hoeveel jobs dat precies opleverde, valt volgens de Vlaamse administratie niet te achterhalen. Vorig jaar werd een 800-tal allochtonen aangeworven. Het blijven schattingen omdat dubbeltellingen mogelijk zijn wanneer vacatures in diversiteitsplannen werden ingevuld via Jobkanaal. 500 + 800 is dus niet noodzakelijk 1300 en wellicht gaat het, wegens overlappingen tussen Jobkanaal en de diversiteitsplannen, om minder dan 1703 bedrijven. "We zouden meer bedrijven en allochtonen kunnen bereiken, als er meer mankracht en middelen worden ingezet," meent Robrecht Bo-thuyne, adviseur van de Unie voor Zelfstandige Ondernemers. Bothuyne wijst erop dat Unizo voor de sensibilisering van ondernemers en human-resourcesmanagers slechts twee consulenten heeft, terwijl zijn Nederlandse evenknie, MKB, er een honderdtal op pad kan sturen. Toch werken nu al verhoudingsgewijs meer allochtonen in KMO's dan in grote bedrijven (zie grafiek). Samen beschikken de drie vakbonden over twaalf zogenaamde diversiteitsconsulenten; voor Jobkanaal heeft Voka evenveel extra medewerkers en de minderheidsorganisaties kregen twee stafmedewerkers. De Vlaamse regering trekt voor het hele diversiteitsbeleid jaarlijks 5,1 miljoen euro uit. De methodiek die in Vlaanderen wordt gebruikt, brengt al grotendeels oplossingen in de praktijk die in Nederland worden aanbevolen. Zo was er het recente onderzoek 'Etnische minderheden op de arbeidsmarkt' (tussen januari en april 2005), een studie in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De taalcursussen 'Nederlands op de werkvloer' (NODW) zijn daarvan een voorbeeld. In 2003 en 2004 volgden respectievelijk 7059 en 7130 anderstalige werknemers NODW-cursussen, specifiek op maat van hun behoeften op de werkvloer. Michiel Van de Voorde, coördinator Evenredige Deelname en Diversiteit bij de Vlaamse administratie Werkgelegenheid, wijst op de rol van bijkomende actoren die - buiten de 5,1 miljoen euro Vlaams geld - in het ruimere inburgeringsbeleid met mankracht en financiële middelen mee het diversiteitsbeleid ondersteunen. NODW is immers een samenspel van Unizo, VDAB, 30 STC-projectontwikkelaars (uit de Subregionale Tewerkstellingscomités) en 96 deeltijdse consulenten van sectorfederaties (bouw, transport, distributie, horeca). Jobkanaal kan terugvallen op een netwerk van meer dan vijfhonderd arbeidsbemiddelingsorganisaties, waaronder VDAB en Federgon (de uitzendsector, die tweemaal meer personen van niet-EU-nationaliteit tewerkstelt dan andere werkgevers). "Alle actoren moeten gerichter gaan samenwerken om allochtonen in en naar bedrijven te begeleiden. De VDAB en de sectorconsulenten zullen, na opleidingen, moeten meewerken om allochtonen effectief aan een job te helpen. Zonder dat we naar quota en andere verplichte maatregelen moeten grijpen," zegt Griet De Ceuster. Erik BruylandDe cijfers over het aantal extra banen voor allochtonen blijven ver onder de verwachtingen. De Vlaamse overheid, werkgevers en werknemers rekenden op minimaal 2500 extra jobs per jaar, in plaats van de gerealiseerde 800.