ACV-voorzitter Marc Leemans gaf na de totstandkoming van het interprofessioneel akkoord (IPA) voor 2017-2018 een korte les sociale geschiedenis van België: "Het laatste IPA dateert al van 2008. " Daarna werd inderdaad geen akkoord meer bereikt, omdat een of meerdere vakbonden dwars bleven liggen. Reden: de aanhoudende loonmatiging die de regeringen oplegden.
...

ACV-voorzitter Marc Leemans gaf na de totstandkoming van het interprofessioneel akkoord (IPA) voor 2017-2018 een korte les sociale geschiedenis van België: "Het laatste IPA dateert al van 2008. " Daarna werd inderdaad geen akkoord meer bereikt, omdat een of meerdere vakbonden dwars bleven liggen. Reden: de aanhoudende loonmatiging die de regeringen oplegden. Tussen 2011 en 2015 was er - afgezien van een kleine 0,3 procent in 2012 - geen marge voor reële loonstijgingen. In 2016 konden bedrijven een beperkte reële loonstijging van 0,8 procent toekennen, maar wel na het jaar dat de indexsprong werd opgelegd. 2 procent geplande loonindexeringen op basis van de gestegen levensduurte werden toen niet toegekend. De bedoeling van die loonmatiging was de loonkostenhandicap die België sinds 1996 ten opzichte van de buurlanden had opgebouwd, weg te werken. Die handicap bedroeg in 2010 4,2 procent en in 2014 2,9 procent. Vorig jaar was die handicap - mede door een aantal verlagingen van de sociale werkgeversbijdragen door de regering - zo goed als verdwenen. De druk uit syndicale hoek om een einde te maken aan de loonmatiging werd sindsdien almaar groter. Het loonakkoord 2017-2018 is dan ook een breuk met het verleden. De sociale partners zijn overeengekomen de komende twee jaar in sectoren en bedrijven een reële loonmarge van 1,1 procent toe te kennen. Die komt boven op de verwachte automatische loonindexering van 2,9 procent. In totaal kunnen de werknemers in de privésector dus rekenen op een loonstijging van 4 procent. De sociale partners in de Groep van Tien bepaalden de loonmarge op basis van berekeningen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). In die zogenoemde loonnorm mogen de Belgische loonkosten niet sneller stijgen dan in onze drie buurlanden (Duitsland, Nederland en Frankrijk). De CRB verwacht daar een gemiddelde loonstijging van 4,3 tot 4,6 procent. Met de afgesproken loonmarge en voorspelde indexeringen in België (4%) zouden de lonen bij ons gemiddeld minder snel stijgen dan in onze buurlanden. Volgens het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) versterkt dat de concurrentiepositie van de ondernemingen en wordt de historische loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden van voor 1996 - nog altijd zo'n 10 procent - op die manier verder afgebouwd (zie tabel Belgische uurloonkosten blijven hoger dan in de buurlanden). Bovendien moet een deel van de lastenverlagingen, die de regering heeft beloofd, nog worden ingevoerd. De VBO-top hoopt daarom die historische handicap te doen dalen naar 9 procent. Maar wat als de lonen in de buurlanden toch minder snel stijgen dan verwacht, wat in het verleden meer dan eens is gebeurd? De nieuwe wet op de loonnorm, die binnenkort wordt goedgekeurd in het parlement en retroactief wordt toegepast, wil daarop anticiperen door een veiligheidsmarge van 0,5 procent loonstijging in te bouwen. Ook dat element is meegenomen in het loonakkoord. Zonder die veiligheidsmarge was zelfs een loonmarge tot 1,7 procent mogelijk geweest (zie tabel Hoe werd de loonnorm van 1,1 procent bepaald?). Het VBO hoopt dat de concurrentiekracht van de bedrijven wordt versterkt, maar in een aantal sectoren is een ander verhaal te horen. Fedustria, de overkoepelende federatie van de textiel-, hout- en meubelindustrie, vreest dat de loonkostenhandicap niet wordt afgebouwd. Integendeel. Directeur-generaal Fa Quix voorspelt dat de loonkosten verder zullen stijgen door de aanhoudende automatische loonindexeringen. Ook bij de technologiefederatie Agoria heerst bezorgdheid, ook al is men daar gematigd positief omdat er een akkoord is. Topman Marc Lambotte benadrukt dat de Belgische loonkosten nog altijd een stuk hoger liggen dan in de buurlanden. Ook wijst hij erop dat de hoge Belgische inflatie en de koppeling ervan aan het indexsysteem banen kost. "De waanzin van de automatische indexering is nog maar eens aangetoond. Niet het loonakkoord maar wel de indexering jaagt onze loonkosten de hoogte in. De vakbonden blijven dat banendodende mechanisme echter met hand en tand verdedigen. De bedrijven betalen de factuur en creëren door die extra kosten minder banen." Critici van het loonakkoord krijgen munitie aangereikt door het Planbureau. Dat voorspelt dit jaar in België een inflatie van 2,2 procent (zie grafiek Belgische inflatie bedraagt meer dan 2 procent). Die ligt hoger dan de 1,9 procent in 2016. Volgens het Planbureau zal de gezondheidsindex (de index zonder brandstof, tabak en alcohol), die bepalend is voor de aanpassing van de lonen, dit jaar 1,8 procent bedragen. Dat ligt dus hoger dan de voorspellingen van de CRB. Die had het over 2,9 procent indexeringen over twee jaar of 1,45 procent per jaar. "Dat betekent dat de veiligheidsmarge van 0,5 procent in de nieuwe loonnormwet al opgebruikt zal zijn", stelt Geert Janssens, de hoofdeconoom van de werkgeversorganisatie Etion, vast. "Laten we eerlijk zijn: er is eigenlijk geen marge voor reële loonsverhogingen." Het Planbureau voorspelt dat de hogere Belgische inflatie dit jaar twee maanden vroeger zal leiden tot een overschrijding van de spilindex: in mei in plaats van juli. Dat betekent dat de sociale uitkeringen en ambtenarenlonen twee maanden vroeger zullen worden opgetrokken, wellicht in juni. Daarna volgen de lonen in de privésector. Toch denkt Stijn Decock, de hoofdeconoom van de werkgeversorganisatie Voka, niet dat die loonindexering in 2017 de loonkosten dermate de hoogte in jaagt dat de concurrentiepositie van onze bedrijven opnieuw wordt bedreigd: "Ik wijs op de 0,5 procent loonstijging die de nieuwe loonnormwet als veiligheidsmarge oplegt. En hou er ook rekening mee dat Duitsland en Nederland hun lonen met meer dan 2 procent per jaar aan het verhogen zijn. De situatie verandert wel als er eind dit jaar of begin 2018 opnieuw een indexaanpassing moet worden doorgevoerd omdat de inflatie hoog blijft in vergelijking met onze buurlanden." Als oorzaak van de hoge Belgische inflatie wordt met een beschuldigende vinger naar de regeringen gewezen. Volgens economen is de hogere inflatie te verklaren door één woord: belastingen. Als we de geharmoniseerde consumptieprijsindex vergelijken met dezelfde index met een constante belastingvoet, bedraagt het verschil in juli 2016 in België 1 procent. Anders gezegd, als de belastingen op het niveau van vorig jaar waren gebleven, hadden we nu een inflatie van 1 procent in plaats van 2 procent. De hogere btw op elektriciteit, de turteltaks in Vlaanderen, hogere accijnzen op alcoholhoudende dranken en tabak, enzovoort hebben de inflatie aangejaagd. "De hogere inflatie is inderdaad deels het gevolg van het regeringsbeleid", stelt Stijn Decock vast. "Aan de turteltaks alleen is 0,4 procentpunt toe te schrijven. Men had die belastingverhogingen natuurlijk in de index kunnen neutraliseren door hun impact niet mee te rekenen bij de loonsverhogingen. Maar dat zou neerkomen op een tweede indexsprong in twee jaar tijd. Politiek ligt dat zeer gevoelig." Geert Janssens betwist echter de stelling dat de belastingen de aanjager zijn van de Belgische inflatie. "Sinds 2012 ligt de inflatie in België systematisch hoger dan in de rest van de eurozone. Het zou fout zijn dat enkel toe te schrijven aan de hogere belastingen. In België heerst een indexcultuur die zich niet tot de lonen beperkt. Je ziet het ook in de prijzen van goederen en diensten. Bedrijven of winkels passen die snel opwaarts aan. Ook in andere landen is er sprake van een loonindexering op basis van inflatie, maar dat gebeurt daar niet automatisch en ook niet op voorhand. De lonen worden hier vaak verhoogd op basis van een inflatie die nog zal komen." Daarnaast wijzen economen steevast op de hogere dienstenprijzen ten gevolge van een gebrek aan concurrentie als oorzaak voor de sterkere Belgische inflatieopstoot. Een ander element is het gematigde loonkostenverloop, dat niet volledig is doorgerekend in de verkoopprijzen. De regering-Michel heeft een hele reeks maatregelen genomen om de loonkosten voor de bedrijven te verlagen. Er waren de indexsprong van eind 2014 en de taxshift met een verlaging van de sociale werkgeversbijdragen. Die maatregelen hebben de bedrijven er niet toe aangezet de prijzen van hun producten en diensten te verlagen. Op macro-economisch niveau hebben ze vooral de winstmarges in 2015 en 2016 doen stijgen. Minister van Economie Kris Peeters (CD&V) vroeg vorige zomer een onderzoek naar de oorzaken van de hoge inflatie, maar daar is sindsdien niets meer over gehoord. De bestrijding van de hoge Belgische inflatie lijkt geen prioriteit. Maar wat als die de komende jaren steevast hoger blijft dan in de buurlanden? Dan zal een reeks loonindexeringen de concurrentiekracht aanzienlijk verzwakken. En dan worden de bedrijven opnieuw geconfronteerd met de vermaledijde loon-prijsspiraal: hogere inflatie leidt tot hogere lonen, waarna bedrijven de prijzen van hun producten optrekken. Daardoor neemt de levensduurte verder toe, waarna een loonsverhoging via de automatische loonindexering volgt. "Ik verwacht niet dat België in een nieuwe loon-prijsspiraal terechtkomt", zegt Frank Vandermarliere, de hoofdeconoom van Agoria. "De nieuwe loonnormwet moet dat tegenhouden. De regering zal ontsporingen van de loonnorm sneller bijsturen. De wet is duidelijk: indien de loonmarge voorzien in het akkoord wordt overschreden en de loonkostenhandicap ten opzichte van 1996 opnieuw stijgt, dan moeten toekomstige loonmarges daarvan worden afgetrokken. En het is zelfs zo dat de regering moet samenzitten als er niet genoeg marge is om de indexering toe te kennen. Ik denk dat de nieuwe wet robuust genoeg is om de effecten van een aanhoudend hogere Belgische inflatie tegen te gaan. Meer nog, met de veiligheidsmarges die worden ingebouwd denk ik dat de historische Belgische loonkostenhandicap van voor 1996 nog zal dalen. Zeer langzaam weliswaar." Geert Janssens is kritischer: "Over de bijsturingen die de nieuwe wet oplegt, is nog altijd veel onduidelijkheid. Iedereen interpreteert die anders. Ja, ik hoor zeggen dat er over een paar jaar desnoods kan worden ingebroken in het indexmechanisme als de loonkostenhandicap sinds 1996 weer opduikt. Het blijft afwachten of dat echt gebeurt." Alain Mouton"Laten we eerlijk zijn: er is eigenlijk geen marge voor reële loonsverhogingen" - Geert Janssens, Etion